1. Ga naar navigatie
  2. Bekijk inhoud van de pagina
  3. Ga naar zoeken

Eldermans & Geerts Advocaten

Driebergseweg 16c
3708 JB Zeist
T+31.(0)30 233 22 18
Epost@eldermans-geerts.nl

Routebeschrijving


Kort geding over beslag na echtscheiding 

Cliënt is een tijd geleden gescheiden en de voormalige echtelijke woning is net verkocht. Cliënt had zijn ex-echtgenote grotendeels uitgekocht. Zij kreeg uit de opbrengst nog een klein bedrag; de rest was voor cliënt. Zijn aandeel zou direct worden doorgestort naar een notaris voor de aankoop van zijn nieuwe woning.

Bij de notaris bleek dat de ex beslag had gelegd op het voor cliënt bestemde bedrag. De gevolgen waren niet te overzien. Er dreigden hoge boetes als cliënt de nieuwe woning niet (tijdig) zou afnemen. Zijn inboedel was ook al overgehuisd. Hetzelfde gold voor de verkoopster van de woning: er ontstond een kettingreactie.
Cliënt kon zich geen boetes permitteren. Het water stond hem financieel tot aan zijn lippen na de scheiding. Met moeite had cliënt een andere, veel goedkopere woning kunnen financieren.
Cliënt belde in paniek de advocaat van de ex. Die liet weten dat het beslag zou worden opgeheven als cliënt een grote som geld aan zijn ex zou betalen.

Het ergste was dat cliënt niet snapte waarom er beslag was gelegd. De afspraken over de scheiding waren zorgvuldig afgewikkeld en goed vastgelegd in een echtscheidingsconvenant.
Cliënt en zijn ex hebben zich daarbij laten adviseren en begeleiden door hun accountant, een financieel adviseur, een makelaar, een mediator, en tenslotte een gezamenlijke advocaat voor de juridische begeleiding van de scheiding. Cliënt had aan al zijn verplichtingen voldaan.

Later werd het cliënt duidelijk dat zijn ex het echtscheidingsconvenant wilde ontbinden. Dat kan alleen als achteraf blijkt dat iemand voor meer dan 25% is benadeeld. Volgens de ex zouden alle door hen beiden ingeschakelde adviseurs, mediator en advocaat op de hand van cliënt zijn geweest, en zouden zij het bij het verkeerde eind hebben gehad. Ook zou de ex eigenlijk niet hebben geweten wat zij deed.
De ex wilde daarom van het convenant af, en alsnog een aanzienlijke som geld vorderen. Uit de beslagstukken bleek dat de ex hierover zou gaan procederen. Zolang zou het beslag ook duren. Als cliënt nu een groot bedrag zou betalen, dan zou hij van dat probleem worden verlost.
 
Cliënt stond dus met de rug tegen de muur. Gelukkig had hij alle mappen met correspondentie en stukken van de scheiding bewaard. Daarmee kon worden bewezen dat wat de ex beweerde onjuist was. De Voorzieningenrechter kan een beslag in een kort geding opheffen, als voldoende aannemelijk kan worden gemaakt dat de beweerde vordering “ondeugdelijk” is.

Er was een groot spoedeisend belang bij een kort geding. Er stonden namelijk feestdagen voor de deur, terwijl de boetes bijna waren verbeurd, cliënt de aangekochte woning moest ontruimen, en de advocaat van de ex met vakantie zou gaan.
De rechtbank zag dat ook in. Er werd toestemming gegeven om de ex nog ’s avonds te dagvaarden om de volgende middag op de zitting te verschijnen.

De Voorzieningenrechter heeft de ochtend na de zitting vonnis gewezen: het beslag “diende geen redelijk doel”. De opheffing van het beslag werd daarom toegewezen, zodat de nieuwe woning alsnog aan cliënt geleverd kon worden.
Voor de ex had deze zaak nog een naar staartje: zij werd veroordeeld in de proceskosten.
 


button: open tinymenu