Recht van overpad – een recht of een gunst?
Maken uw buren gebruik van uw erf om het afval buiten te zetten, de achterdeur van hun woning te bereiken of de openbare weg te bereiken?
Dan is het nu tijd om u eens te verdiepen in de regeling die u met uw buren hieromtrent heeft getroffen of dient te treffen. Vanaf 2012 gaat er namelijk het een en ander veranderen.
De juridische term voor het gebruiken van andermans erf om naar het eigen erf te komen is ‘recht van overpad’. Het recht van overpad is een zogenaamde erfdienstbaarheid.
Een erfdienstbaarheid is een last, waarbij een perceel – het dienende erf – ten behoeve van een ander perceel– het heersende erf – is bezwaard.
Zo’n erfdienstbaarheid kan op twee manieren ontstaan, door vestiging en verjaring.
De vestiging van een erfdienstbaarheid, en dus ook een recht van overpad, geschiedt bij notariële akte. Tevens dient inschrijving in de openbare registers plaats te vinden, zodat voor derden kenbaar is dat er op het erf een erfdienstbaarheid rust. U kunt bij het kadaster opvragen of er op uw erf een erfdienstbaarheid is gevestigd.
Ook als er op uw erf geen erfdienstbaarheid is gevestigd kan uw erf toch belast zijn met een erfdienstbaarheid. Een erfdienstbaarheid kan namelijk ook ontstaan door verjaring.
Dit houdt in feite in dat de situatie zo lang heeft bestaan dat er een recht is ontstaan. Voor het op deze wijze verkrijgen van een recht van overpad gelden twee termijnen, te weten 10 en 20 jaar. Voor beide termijnen geldt dat er sprake moet zijn van onafgebroken bezit. Dit wil zeggen dat iets permanent gebruikt wordt en het voor de buitenwereld duidelijk is dat het in uw bezit is. Met betrekking tot het recht van overpad betekent bezit dat men zich gedraagt alsof men het recht in kwestie (in eigendom) heeft en dus gebruik maakt van het pad.
De termijn van 10 jaar geldt alleen wanneer er sprake is van goede trouw. Dit houdt in dat er goede redenen zijn om aan te nemen dat er sprake is van een dergelijk recht. Dit is over het algemeen alleen zo als uit het kadaster blijkt dat er sprake is van een dergelijk recht, maar er in werkelijkheid bijvoorbeeld een verkeerde melding is weergegeven.
De termijn van 20 jaar geldt indien er geen sprake is van goede trouw. Er moet dan gedurende die 20 jaar geen enkele actie zijn ondernomen door de eigenaren van het dienende erf. Een recht van overpad kan pas sinds 1 januari 1992 door verjaring ontstaan. Er heeft toen namelijk een wetswijziging plaatsgevonden waarbij dit mogelijk werd. Indien de termijn direct is gaan lopen vanaf invoering van de wetswijziging, zou de termijn van 20 jaar dus op 1 januari 2012 verstrijken.
Indien uw erf dus door uw buren wordt gebruikt als overpad is het zaak u af te vragen hoe een en ander geregeld is. Als uw buren al sinds 1992 of eerder gebruik maken van uw erf en u geen actie onderneemt krijgen uw buren in 2012 dus het recht om uw erf te gebruiken als overpad. Dit recht is niet persoonsgebonden, het rust immers op de onroerende zaken en niet op de personen die er gebruik van maken. Bij een verkoop van uw erf of het erf van uw buren blijft dit recht dus bestaan.
Indien u dit wilt voorkomen is het zaak de verjaring te stuiten. Dit kunt u doen door middel van het sturen van een brief aan de gebruikmakers van uw erf waarin u expliciet aangeeft dat er slechts sprake is van een gebruik, waar geen rechten aan ontleend kunnen worden en dat de verjaring wordt gestuit.
Twijfelt u of er mogelijk een erfdienstbaarheid op uw erf rust, dan is het nu tijd om actie te ondernemen.

