Procedure tegen Tariefbeschikking GBGGZ

Bezwaar

Eind 2014 hebben wij namens 128 vrijgevestigden (veelal GZ-psychologen) bezwaar gemaakt tegen de Tariefbeschikking GBGGZ 2015. Inmiddels hebben we de beslissing op het bezwaar ontvangen. Een kopie van de beslissing op bezwaar treft u hier. De NZa heeft het bezwaar ongegrond verklaard. Onverwacht is dit niet. Bestuursorganen houden vaak vast aan een eerder besluit en gebruiken de bezwaarfase om beter te motiveren. Daarnaast was het gelet op de lagere tarieven die voor 2016 zijn vastgesteld geen verrassing dat de NZa voor 2015 de tarieven niet naar boven heeft aangepast als gevolg van het bezwaar.

Beroep

Wij zagen voldoende gronden om beroep in te stellen tegen de beslissing (zie de toelichting hieronder!). Wij vonden het ook van belang om dit te doen, omdat dit tot gevolg kan hebben dat er uiteindelijk een aanpassing van de tarieven komt of in ieder geval een betere onderbouwing van de huidige tarieven. Wij zijn er op basis van de informatie die wij van psychologen uit het veld hebben gekregen van overtuigd dat hogere tarieven per prestatie ook noodzakelijk zijn.

Inmiddels hebben we dus beroep ingesteld. Aan de deelnemers hebben we een beperkte bijdrage gevraagd om de kosten van de procedure te drukken. Het bezwaar hebben we, hoewel daar bijzonder veel tijd in is gaan zitten, als service voor de achterban van de zorgmakelaar opgepakt.

De uitkomst van een beroepsprocedure kan ook voor andere partijen van groot belang kan zijn. Wij kunnen ons daarom voorstellen dat ook anderen bereid zijn een financiële bijdrage te leveren. Indien u hiertoe bereid bent, verzoeken wij u ons door middel van een e-mailbericht te laten weten (ggz@eldermans-geerts.nl). Een soort van crowdfunding voor de procedure dus.

Inhoudelijk

De belangrijkste overwegingen van de NZa zijn de volgende 3, voorzien van een korte reactie onzerzijds.Inhoudelijk

I. NZa moest de aanwijzing van Minister Schippers opvolgen
Minister Schippers heeft de NZa opdracht gegeven om de prestaties GBGGZ (Kort, Middel, Intensief, Chronisch) vast te stellen en voor deze prestaties een tarief te berekenen. Bij deze aanwijzing was het rapport van Bureau HHM gevoegd, dat de prestaties GBGGZ heeft bedacht. De NZa ontving deze aanwijzing rond 1 februari 2013, en de prestatiebeschrijvingen en tarieven dienden vóór 2014 gereed te zijn.

NZa stelt zich nu op het standpunt dat de aanwijzing van Minister Schippers verwees naar het rapport van Bureau HHM. De NZa meent dat zij daardoor ook gebonden was aan de gemiddelde tijdsbesteding die Bureau HHM al voor de prestaties GBGGZ had vastgesteld. Bovendien, aldus de NZa, had zij maar kort de tijd om de prestaties vast te stellen en te beschrijven en daarbij een passend tarief te berekenen. De NZa moest het doen met de informatie die beschikbaar was en had geen mogelijkheid om zelf verder of ander onderzoek in te stellen.

Wij zien dit anders. Een aanwijzing om een prestatiebeschrijving vast te stellen ontslaat de NZa niet van haar verantwoordelijkheid dit op een gedegen wijze te doen. Dat in de aanwijzing verwezen is naar het rapport van Bureau HHM betekent ons inziens niet dat de NZa ook gebonden is aan de prestaties, berekende uren en zeker niet dat de NZa vanwege beperkte tijd geen zorgvuldig besluitvormingsproces behoefde te doorlopen. Daarnaast maakt de NZa een cruciale denkfout door te kijken of haar beslissing naar de omstandigheden die haar toen bekend waren juist was. De NZa moet als bestuursorgaan toetsen of zij haar beslissing van toen, op basis van alle gegevens die nu bekend zijn, juist was.

II. Functionele omschrijving
Eén van onze belangrijkste argumenten was dat de prestatiebeschrijving en tarieven GBGGZ onvoldoende rekening houdt met de belangen van vrijgevestigden. De NZa voert hiertegen aan dat – zoals gebruikelijk – de prestaties GBGGZ ‘functioneel zijn omschreven’. ‘Functioneel omschreven’ betekent dat gefocust is op de omschrijving van een prestatie, waarbij het niet uitmaakt door wie die prestatie dan verleend wordt en in welke vorm deze zorgverlener georganiseerd is. Een functionele omschrijving van zorg is inderdaad niet ongebruikelijk: ook in de mondzorg en de farmacie worden prestaties als het trekken van een kies en het ter hand stellen van medicatie functioneel omschreven. Wie dat dan aanbiedt, een tandarts die alleen werkt of een apotheek met 5 apothekers in een BV, maakt daarbij geen verschil. Echter moet het tarief voor die functionele omschrijving wel zodanig zijn dat het voor alle zorgaanbieders die de zorg plegen te bieden mogelijk is om deze zorg te leveren. De NZa kan niet zorg functioneel omschrijven opdat zowel een SPV-er, psycholoog, psychotherapeut en psychiater deze mag leveren en daar vervolgens een zodanig lage vergoeding aan hangen dat per saldo alleen een SPV-er deze zorg kan leveren.

III. De tarieven mochten modelmatig berekend worden / belangen vrijgevestigden meegenomen
De GBGGZ is in 2014 ingevoerd. Dat betekent dat er geen historische declaratiegegevens beschikbaar waren op basis waarvan de NZa kon vaststellen wat een redelijk tarief voor iedere prestaties zou zijn. Een optie die wet- en regelgeving dan biedt is een ‘modelmatige’ berekening. Wat dat betreft klopt de stelling van de NZa. Maar ook een modelmatige berekening moet recht doen aan de praktijk en de spelers in die praktijk. Het valt op dat de NZa weer dezelfde denkfout maakt en verwijst naar de kennis die op dat moment beschikbaar was en niet naar de gegevens die inmiddels bekend zijn. Dat op zichzelf betekent wat ons betreft dat het besluit van de NZa niet in stand kan blijven.

De NZa geeft verder aan dat bij het vaststellen van de tarieven verschillende beroepsverenigingen zijn betrokken die in het bijzonder de belangen van vrijgevestigden in de GGZ behartigen. Op zich is dat juist, maar dat ontslaat de NZa niet van het nemen van een juiste beslissing. Zeker als de NZa gevolgd wordt in haar stelling dat destijds onvoldoende gegevens bekend waren. Als de NZa destijds zelf over onvoldoende gegevens beschikte zal dit voor de beroepsverenigingen niet anders zijn geweest en kan zij niet met droge ogen volhouden dat haar besluit daardoor gerechtvaardigd is.