Bezwaar prestatiebeschrijving GBGGZ

14-10-2014 

In augustus diende Eldermans|Geerts Advocaten namens 128 vrijgevestigde psychologen, veelal GZ-psychologen, een bezwaarschrift tegen de prestatiebeschrijving Generalistische Basis GGZ (GBGGZ). Inmiddels zijn ook de gronden van dit bezwaarschrift ingediend. Daarbij is enerzijds gebruik gemaakt van de informatie die door vele vrijgevestigde psychologen is verstrekt en anderzijds van een aantal rapporten dat inmiddels over de GBGGZ is verschenen.

Het bezwaar bestond uit een aantal onderdelen. Onderstand overzicht geeft de belangrijkste gronden van het bezwaar weer, zonder daarbij volledig te zijn. Het belangrijkste argument is punt 1 geweest.

1. Het aantal minuten per prestatie GBGGZ is te laag en doet geen recht aan de praktijk.
  • De NZa heeft zonder enig eigen onderzoek te doen de tijdsindicaties van Bureau HHM overgenomen, terwijl die tijdsindicaties ook niet (juist) zijn onderbouwd.
  • Tijdsindicaties doen geen recht aan de praktijk. Een gemiddelde behandeling Kort zal in de praktijk gemiddeld veel meer dan 300 minuten in beslag nemen. Dit blijkt uit een door ons gehouden enquête alsmede uit een aantal rapporten die inmiddels zijn verschenen.
2. Tijd en kosten die aan overhead besteed wordt zijn onvoldoende meegewogen.
  • De tijdsbesteding is gebaseerd op een verouderd rapport dat niet eens ziet op een vrijgevestigde praktijk.
  • De administratieve last van een psychologische praktijk is inmiddels sterk toegenomen.
  • De kosten van overhead zijn gebaseerd op een onderzoek naar jaarrekeningen van praktijken en instellingen met een omzet tussen de € 0,5 miljoen en € 20 miljoen. Er is dus geen rekening gehouden met de vrijgevestigde kleine of solopraktijk.
3. Er is bij het berekenen van de tarieven geen rekening gehouden met vrijgevestigden.
  • Zoals o.a. in het vorige punt beschreven.
4. De NZa is er vanuit gegaan dat ook lager geschoold personeel (zoals basispsychologen en SPV’ers) bij een behandeling GBGGZ worden ingezet. Veel verzekeraars hebben dit echter sterk beperkt of uitgesloten. Bovendien hebben solopraktijken überhaupt vaak geen personeel in dienst.
  • Het gevolg hiervan is dat een tarief berekend is op basis van een te laag gemiddeld uurtarief.
5. Landelijk gezien wordt steeds meer samengewerkt én samenwerking geëist. Dat brengt kosten met zich mee, terwijl de NZa daar geen rekening mee heeft gehouden.

Het gehele bezwaarschrift leest u hier. 

Bijlagen:

1. Generalistische Basis GGZ, Verwijsmodel en productbeschrijvingen, Bureau HHM, 30 januari 2013

2. Verantwoordingsdocument Normatief tarief prestaties basis GGZ 2014, NZa

3. Resultaten GGZ-Enquête 2014, Buro Tester, mei 2014

4. Monitor Basis GGZ, Quickscan, KPMG Plexus, juni 2014

5. Tussenrapportage Meldpunt Zorgstelsel GGZ 2014, NIP, juni 2014

6. Infographic zorgmijden en artikel LHV ‘Zorgmijden neemt steeds zorgwekkender vormen aan’.

7. Eindrapportage ‘Tijdbesteding en kostencompo­nenten ambulante GGZ’, Bureau HHM, 2002

8. Business-analyse regeldruk ggz, SIRA Consulting, 16 juni 2014