De Uitvoeringsregeling Wtza definitief: aandachtpunten

16 september 2021

De Wet toetreding zorgaanbieders (‘Wtza’) zal op 1 januari 2022 in werking treden en de nodige veranderingen met zich brengen. De Uitvoeringsregeling Wtza (‘Uitvoeringsregeling’) werkt de verplichtingen zoals opgenomen in de Wtza verder uit. Recentelijk is de definitieve versie van de Uitvoeringsregeling vastgesteld en gepubliceerd. In dit artikel gaan wij in op de aandachtspunten en de belangrijke wijzigingen voor zorgaanbieders, per relevante verplichting uit de Wtza.

Meldplicht

Inhoud

Zoals wij hebben beschreven in ons eerdere artikel, hebben (de meeste) zorgaanbieders met de inwerkingtreding van de Wtza een meldplicht aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd (‘IGJ’). Deze verplichting geldt voor nieuwe zorgaanbieders (zij moeten zich melden voorafgaand aan de zorgverlening) en bestaande zorgaanbieders (zij moeten zich melden binnen zes maanden na inwerkingtreding van de Wtza).

In het Uitvoeringsbesluit Wtza (‘Uitvoeringsbesluit’) is een aantal zorgaanbieders uitgezonderd van deze meldplicht. Zorgaanbieders doen er dus goed aan om na te gaan of een van de uitzonderingen op hen van toepassing is. Zo beschreven wij eerder in ons artikel dat zorgaanbieders die tijdens de inwerkingtreding van de Wtza vermeld staan in het Landelijk Register Zorgaanbieders (‘LRZa’), uitgezonderd zijn van de meldplicht. Het lijkt erop dat dit voor de meeste zorgaanbieders het geval is. Als er geen uitzondering van toepassing is, geldt de meldplicht. Indien dat het geval is, is onder andere de Uitvoeringsregeling relevant. Daarin is namelijk geregeld op welke wijze de (elektronische) melding moet plaatsvinden.

Wijze melding

Zo is in de Uitvoeringsregeling beschreven dat de melding plaats dient te vinden door middel van een op https://www.toetredingzorgaanbieders.nl/ gepubliceerd formulier. Nieuw is dat een (nieuwe) zorgaanbieder die een meldplicht heeft, deze melding niet eerder dan drie maanden voor de aanvang van de zorgverlening dient te doen. Dit geldt op gelijke wijze voor de jeugdhulpaanbieders. In het meldformulier wordt onder andere gevraagd naar de aard van de te verlenen zorg, de (personele en materiële) organisatorische inrichting en voorwaarden aan de kwaliteit van zorg.

Vergunningplicht

Inhoud en medisch specialistische zorg

Een andere relevante verplichting uit de Wtza is de vergunningplicht. Zo volgt uit de Wtza dat er een vergunningplicht geldt voor instellingen die (i) medisch specialistische zorg verlenen (ii) alsmede voor instellingen die Wlz- of Zvw-zorg met meer dan 10 zorgverleners verlenen. Vanwege onduidelijkheid over het begrip ‘medisch specialistische zorg’, is in de Uitvoeringsregeling daarvan een definitie gegeven. Zo vallen bijvoorbeeld kaakchirurgie, orthopedie en psychiatrie onder het begrip ‘medisch specialistische zorg’. Vereist is wel dat de zorg wordt verleend door een arts, niet zijnde een huisarts, specialist ouderengeneeskunde of arts verstandelijk gehandicapten. De twee laatste soort artsen zijn nieuw in de definitieve Uitvoeringsregeling. Zo is ook bepaald dat geen sprake is van ‘medisch specialistische zorg’ in de zin van de Wtza, indien het gaat om huisartsenzorg en zonder dat de huisarts daarbij tot verwijzing overgaat. Een voorbeeld van het laatstgenoemde is een medisch specialist die fysiek spreekuur voert in de huisartspraktijk.

Aanvraag

Daarnaast is in de Uitvoeringsregeling beschreven hoe een vergunning moet worden aangevraagd. Zo is een model van het aanvraagformulier voor de vergunning bijgevoegd bij de Uitvoeringsregeling, welke elektronisch of per post aangeleverd moet worden. Het formulier dient namens de instelling – door een vertegenwoordiger die bevoegd is de instelling te vertegenwoordigen – ingevuld te worden. Wat betreft de inhoud van het meldformulier geldt dat het eerste deel bestaat uit vragen om te bepalen of er daadwerkelijk een vergunningplicht geldt. Het tweede deel bestaat uit meer inhoudelijke vragen, zoals naar de algemene / dagelijkse leiding, de voorwaarden voor goede zorg en een eventuele cliëntenraad.

Op basis van het ingevulde aanvraagformulier wordt een vergunning vervolgens toegekend of geweigerd. Relevant hierbij is dat de Wtza – ten opzichte van de huidige systematiek in de WTZi – meer weigeringsgronden geeft. Zo kan een vergunning bijvoorbeeld worden geweigerd indien niet aannemelijk is dat zal worden voldaan aan een aantal van de eisen in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg ‘ voor goede zorg. Zorgaanbieders doen er dus goed aan, bijvoorbeeld voorafgaand aan een aanvraag, te informeren naar de mogelijke weigeringsgronden. Daarnaast is een eventuele weigering een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht , waartegen bezwaar en beroep openstaat.

Kosten

In de Uitvoeringsregeling is daarnaast beschreven dat ieder aanvrager € 725,00 moet betalen, voor de behandeling van de vergunningsaanvraag. Relevant is dat in de Uitvoeringsregeling is beschreven dat niet alle aanvragers deze bijdrage hoeven te voldoen. Zo geldt er een overgangsregime voor de twee volgende groepen bestaande instellingen:

  • Instellingen die op 1 januari 2022 van rechtswege een WTZi-toelating hebben en een vergunningplicht hebben op grond van de Wtza;
  • Instellingen die niet over een WTZi-toelating hoefden te beschikken, maar wel per 1 januari 2022 een vergunningplicht hebben op grond van de Wtza.

Deze instellingen hebben een (overgangs)periode van 2 jaar na inwerkingtreding van de Wtza om een vergunning aan te vragen en hoeven in die periode niet voor een aanvraag te betalen. Concreet betekent dit dat deze instellingen vóór 31 december 2023 een vergunning dienen aan te vragen en dat zij daar niet voor hoeven te betalen.

Intern toezicht

Een andere verplichting uit de Wtza is het aanstellen van een interne toezichthouder. In ons eerdere artikel hebben wij uitgebreid beschreven wanneer deze verplichting geldt. Wanneer de verplichting geldt, is van belang dat in de Uitvoeringsregeling is beschreven dat vastgelegd moet worden op welke wijze aan de verplichtingen ten aanzien van het intern toezicht wordt voldaan. Zo dient een instelling die rechtspersoon is dit vast te leggen in de statuten, en dienen andersoortige instellingen dit anderszins schriftelijk vast te leggen.

Tot slot

Nu zowel de Wtza, als de Uitvoeringsregeling en het Uitvoeringsbesluit definitief is, is het ook duidelijk welke verplichtingen en veranderingen de inwerkingtreding van deze wet- en regelgeving met zich zal brengen op 1 januari 2022. En dat is heel wat. Nu deze datum steeds dichterbij komt, doen zorgaanbieders er dan ook goed aan zich tijdig te (laten) informeren over de geldende verplichtingen. Het zal immers enige tijd kosten om aan deze verplichtingen te kunnen voldoen.

In ons seminar van 9 november 2021 met als onderwerp: “Wtza per 1 januari 2022: wat betekent het voor de zorgorganisatie?” praten wij u verder bij en staan wij stil bij de belangrijkste aandachtspunten uit de Wtza. Meld u vooral (kosteloos) aan.

Deel dit verhaal:

Heeft u vragen over dit onderwerp?

Neem dan contact met ons op via:

030-2332218
post@eldermans-geerts.nl

Belangrijk zorgnieuws ontvangen?

Meld u nu aan voor de nieuwsbrief met juridisch nieuws over de zorg.
Aanmelden
  • Meld u nu aan voor onze nieuwsbrief!
    Wilt u op de hoogte worden gehouden van de laatste ontwikkelingen en veranderingen op juridisch gebied? Via onze nieuwsbrief krijgt u automatisch de laatste nieuwtjes via de e-mail toegestuurd.
  • Inschrijven nieuwsbrief