GGZ-sector opgelet, nieuw Kwaliteitsstatuut in de maak

28 oktober 2019

Veldpartijen in de GGZ zijn al enige tijd bezig het huidige Kwaliteitsstatuut te herzien. De planning was aanvankelijk dat een nieuw en herzien statuut op 1 juli 2019 zou worden gepubliceerd. In september maakte het Zorginstituut op haar website echter duidelijk dat partijen er nog steeds niet uit zijn omtrent het thema regiebehandelaarschap en dat het Zorginstituut haar ‘wettelijke doorzettingsmacht’ zal inzetten. Deze bevoegdheid kan het Zorginstituut inzetten op het moment dat het veldpartijen niet lukt een kwaliteitsnorm binnen de oplevertermijn op te stellen. Het Zorginstituut zal vanaf nu de regie voeren omtrent het thema regiebehandelaar in het nieuwe kwaliteitsstatuut.

Regiebehandelaar

Volgens het Zorginstituut kunnen partijen het niet eens worden omtrent een ‘eenduidige omschrijving’ van het regiebehandelaarschap. De huidige omschrijving zou volgens signalen uit het veld problemen opleveren met betrekking tot de wachttijden.

Overige verbeterpunten

Sinds de publicatie van het eerste model kwaliteitsstatuut signaleren wij echter nog andere problemen met betrekking tot de invulling van het regiebehandelaarschap; te weten de onduidelijkheid omtrent het wel- of niet mogen inzetten van medebehandelaren in de vrijgevestigde praktijk. De tekst van het kwaliteitsstatuut sluit de inzet van medebehandelaren in deze setting uit, en sommige verzekeraars sluiten hierbij aan, terwijl andere verzekeraars dit onder voorwaarden wel toestaan. Dat maakt het er voor de zorgaanbieder niet eenvoudiger op, zeker niet omdat zij dan mogelijk moeten handelen in strijd met het kwaliteitsstatuut. Wij hopen dat de nieuwe versie ook meer duidelijkheid zal verschaffen omtrent de inzet van medebehandelaren in de vrijgevestigde praktijk.

Groepspraktijken

Daarnaast is het zo dat verzekeraars in hun inkoopbeleid een ‘derde’ categorie zorgaanbieders (naast vrijgevestigd en instelling) hanteren, te weten de ‘groepspraktijk’. Het huidige kwaliteitsstatuut kent die categorie echter niet. Dat blijkt in de praktijk problematisch, omdat elke verzekeraar de groepspraktijk anders behandelt en andere voorwaarden hanteert.

Ter illustratie: Menzis behandelt de groepspraktijk als een instelling, maar CZ behandelt deze als een vrijgevestigde praktijk. Dit brengt veel onduidelijkheid met zich mee. Wij zijn van mening dat het gewenst is dat het kwaliteitsstatuut en contracteerbeleid van verzekeraars op elkaar aansluiten.

AGB-codes in het kwaliteitsstatuut

Een derde en op korte termijn ook acuut noodzakelijk verbeterpunt van het huidige kwaliteitsstatuut is de automatische koppeling dat een praktijk met een 94- of een 30-code per definitie een vrijgevestigde praktijk is. Praktijken die reeds vrijgevestigd zijn maar instelling willen worden, moeten voor het kwaliteitsstatuut de AGB-code dus wijzigen in een instellingscode.

Vektis vereist voor het wijzigen van een ‘vrijgevestigde code’ naar een ‘instellingscode’ echter een WTZi-toelating. Dat is geen probleem voor instellingen die ook daadwerkelijk een WTZi-toelating nodig hebben, maar sommige instellingen zijn van rechtswege toegelaten (kort samengevat de instellingen zonder medisch specialist) en krijgen eenvoudigweg van het CIBG geen toelating, omdat zij al van rechtswege toegelaten zijn.

Deze partijen kunnen de verklaring omtrent de toelating niet krijgen en dus ook niet overleggen aan Vektis, waardoor zij niet in aanmerking komen voor de voor het Kwaliteitsstatuut noodzakelijke AGB-code om instelling te zijn. In de praktijk zorgt dit voor veel frustraties, omdat zorgaanbieders van het kastje naar de muur worden gestuurd. Wij hopen en verwachten dat dit in het nieuwe kwaliteitsstatuut zal worden hersteld.

Deel dit verhaal:
  • Meld u nu aan voor onze nieuwsbrief!
    Wilt u op de hoogte worden gehouden van de laatste ontwikkelingen en veranderingen op juridisch gebied? Via onze nieuwsbrief krijgt u automatisch de laatste nieuwtjes via de e-mail toegestuurd.
  • Inschrijven nieuwsbrief