Nieuwe Model Kwaliteitsstatuut GGZ

10 januari 2020

Het heeft even geduurd, maar zoals reeds door ons aangekondigd is eerder dit jaar dan eindelijk een nieuwe versie van het Model Kwaliteitsstatuut gepubliceerd, het Model Kwaliteitsstatuut versie 2.0. Het Model kent een aantal wijzigingen ten opzichte van de versie uit 2018. Zoals opgemerkt in eerdere artikelen zagen wij bij het vorige Model een aantal verbeterpunten.

Wij zullen de wijzigingen van het nieuwe statuut in onderstaand artikel bespreken, evenals de consequentie die de wijziging voor u heeft.

Vrijgevestigde praktijk

Eindelijk is er duidelijkheid over de inzet van medebehandelaren in de vrijgevestigde praktijk. In eerdere artikelen hebben wij u er al op gewezen dat de tekst van de vorige versie van het kwaliteitsstatuut eigenlijk geen ruimte liet voor de inzet van medebehandelaren in de vrijgevestigde praktijk omdat de regiebehandelaar de volledige behandeling zelfstandig zou moeten uitvoeren. Verwarrend was met name dat sommige verzekeraars de letterlijke tekst van het Model overnamen, terwijl andere verzekeraars juist expliciet ruimte lieten voor de inzet van medebehandelaren. Zo kon het voorkomen dat een praktijk in lijn handelde met de (contract)voorwaarden van de verzekeraar, maar in strijd handelde met de tekst van het Model Kwaliteitsstatuut. Wij hebben ervoor gepleit dat het kwaliteitsstatuut op dit punt zou worden aangepast. In het nieuwe kwaliteitsstatuut is de tekst hieromtrent aangepast.

Verwacht wordt dat de regiebehandelaar de behandeling  in de generalistische basis-ggz én de gespecialiseerde ggz in alle fases van het zorgtraject grotendeels zelf uitvoert. De inzet van een medebehandelaar is mogelijk gemaakt, op voorwaarde dat deze bevoegd en bekwaam is en over specifieke deskundigheid beschikt. Uit uw Kwaliteitsstatuut moet volgen welke medebehandelaren u inzet in het zorgtraject en welke specifieke deskundigheid deze medebehandelaar heeft. Goed is dat nu duidelijk is dat het Model Kwaliteitsstatuut de inzet van medebehandelaren niet per definitie uitsluit. De term ‘grotendeels’ is daarentegen wel zodanig vaag dat er discussie kan ontstaan over wanneer hieraan is voldaan. Het kan tot het onwenselijke effect leiden dat elke zorgverzekeraar de term ‘grotendeels’ anders invult. De praktijk zal moeten uitwijzen hoe hiermee wordt omgegaan.

Regiebehandelaar Algemeen

Ten aanzien van de regiebehandelaar in het algemeen zijn een aantal zaken opgenomen.

  • Nieuw is dat expliciet wordt vermeld dat behandelaren die voldoen aan de eisen om regiebehandelaar te zijn, het recht hebben om als zodanig ingezet te worden. Het uitsluiten van beroepen in de polisvoorwaarden van verzekeraars of zorgovereenkomsten lijkt daarmee ontmoedigd te worden.
  • Naast de regiebehandelaar (die fungeert als centraal aanspreekpunt) kunnen ook andere behandelaren, die nauw betrokken zijn bij de behandeling van de patiënt, een aanspreekpunt zijn voor de zorg die zij verlenen.
  • Het was al een taak van de regiebehandelaar zich in te spannen voor afstemming en samenwerking met de andere behandelaren van de cliënt. Nieuw is dat dit expliciet ook de bedoeling is voor behandelaren die ‘al bij de cliënt betrokken zijn’ op het moment dat de behandeling start. Er wordt van de regiebehandelaar verwacht dat hij een constructieve interdisciplinaire samenwerking tot stand brengt, waarbij wel duidelijk wordt gemaakt dat de cliënt hiermee moet instemmen en ook zelf de regie moet voeren. Niet geheel verduidelijkt is hoe dit praktisch werkt en hoever deze inspanningsverplichting strekt.
  • Per 1 januari is de orthopedagoog-generalist opgenomen als basisberoep in de Wet BIG. Zij voldoet daarmee aan de algemene kwaliteitseisen voor een regiebehandelaar zoals genoemd in sectie I van het kwaliteitsstatuut. Let op: dat maakt echter niet dat zij direct inzetbaar is als regiebehandelaar, omdat dit beroep op dit moment niet in sectie II en/of III als regiebehandelaar wordt genoemd. Beroepen die voldoen aan Sectie I maar niet worden genoemd in Sectie II of III kunnen alleen worden ingezet als regiebehandelaar indien daar binnen een gecontroleerde experimenteerruimte mogelijkheid voor wordt gecreëerd. Dat is nu nog niet het geval.

GGZ-instellingen

Bereikbaarheid regiebehandelaar gespecialiseerde GGZ: hoofdregel is dat de regiebehandelaar als centraal aanspreekpunt voor de patiënt beschikbaar en bereikbaar is. Uit uw Kwaliteitsstatuut moet volgen hoe u zorgt voor continuïteit van bereikbaarheid tijdens een crisis en afwezigheid van de regiebehandelaar. Voor uw patiënten moet duidelijk zijn hoe dit er in zijn/haar geval uitziet.

  • Bij betrokkenheid van meerdere behandelaren dient de regiebehandelaar er zorg voor te dragen dat het behandelvoorstel wordt afgestemd met alle betrokken behandelaren;
  • Ten aanzien van het multidisciplinaire overleg in instellingen (sectie III) met andere betrokken behandelaren is vereist dat dit overleg ten minste één keer per jaar plaatsvindt. Uit uw Kwaliteitsstatuut moet volgen hoe u hier invulling aan geeft. Dit wil niet direct zeggen dat één keer per jaar ook altijd voldoende zal zijn, maar het geeft aan dat minder dan één keer per jaar in ieder geval niet voldoende is.

Conclusie

Het aantal significante wijzigingen in het kwaliteitsstatuut is beperkt. Het nieuwe kwaliteitsstatuut betreft vooral een verduidelijking van de eerdere versie. De wijziging ten aanzien van de inzet van medebehandelaren bij vrijgevestigde zorgaanbieders is een zeer welkome.

Wij vinden het een gemiste kans dat in het kwaliteitsstatuut geen ruimte is voor een verheldering ten aanzien van de groepspraktijken. Verzekeraars hanteren in sommige gevallen apart inkoopbeleid voor ‘groepspraktijken’, die meestal gelden voor de wat grotere praktijken met meerdere behandelaren in dienst. Deze praktijkvorm bestaat in het model kwaliteitsstatuut echter niet. Het kan per verzekeraar verschillen wanneer een praktijk als ‘groepspraktijk’ wordt gezien. Daarnaast scharen sommige verzekeraars deze groep praktijken onder de categorie instellingen (sectie III) en andere onder de categorie vrijgevestigde (sectie II). Een derde categorie ‘groepspraktijk’ in het Model Kwaliteitsstatuut had voor meer uniformiteit kunnen zorgen.

Ook is de automatische koppeling dat een praktijk met een 94- of een 90-code als AGB-code per definitie geen instelling kan zijn, niet aangepast. De laatste pagina van het Model hanteert nog steeds een limitatieve lijst met AGB-codes voor instellingen. Wij merken dat dit tot problemen leidt als vrijgevestigde praktijken een instelling wensen te worden. Instellingen die met een klinisch psycholoog werken maar niet met een psychiater, zijn ‘veroordeeld’ tot een 94 of 90 code nu een andere code niet aansluit bij de bedrijfsvoering. Met deze AGB-code worden zij echter niet gedefinieerd als een instelling; niet door Vektis maar ook niet door zorgverzekeraars. Dat is en blijft een lastig pakket.

Deel dit verhaal:
  • Meld u nu aan voor onze nieuwsbrief!
    Wilt u op de hoogte worden gehouden van de laatste ontwikkelingen en veranderingen op juridisch gebied? Via onze nieuwsbrief krijgt u automatisch de laatste nieuwtjes via de e-mail toegestuurd.
  • Inschrijven nieuwsbrief