Regeling Zorg en Dwang

14 augustus 2019

Op 13 augustus jl. heeft de Minister de Regeling Zorg en Dwang ter consultatie online aangeboden: https://www.internetconsultatie.nl/regelingengedwongenzorg. Bent u zorgaanbieder en krijgt u te maken met de Wet zorg en dwang (Wzd)? Dan kunt u inhoudelijk reageren op het voorstel. Om u daarin te ondersteunen hebben wij de belangrijkste zaken uit de regeling geanalyseerd.

Zorgverantwoordelijke

De naam zegt het al, bij deze functie hoort een grote verantwoordelijkheid. De zorgverantwoordelijke is in algemene zin verantwoordelijk voor de zorg van de cliënt en draagt zorg voor het opstellen, vaststellen en het uitvoeren en evalueren van het zorgplan. Het was lange tijd onduidelijk welke beroepsgroep deze functie zou gaan vervullen. De Regeling Zorg en Dwang maakt nu een einde aan die onduidelijkheid.

In de regeling zijn diverse personen aangewezen die de functie van zorgverantwoordelijke kunnen bekleden:

  1. verpleegkundige;
  2. verzorgende IG;
  3. degene met een diploma zoals bedoeld in artikel 6.4.1. van de Wet educatie en beroepsonderwijs voor: agogisch medewerker GGZ, begeleider gehandicaptenzorg, begeleider specifieke groepen, persoonlijk begeleider gehandicaptenzorg, persoonlijk begeleider specifieke doelgroepen, thuisbegeleider;
  4. degene met een diploma zoals bedoeld in artikel 6.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek voor: applied behavioral and social sciences, behavioural and social sciences, gezondheid en leven, pedagogiek, pedagogische wetenschappen, sociaal pedagogische hulpverlening.

De zorgaanbieder beslist zelf wie hij uit deze kring als zorgverantwoordelijke aanwijst. Dit is afhankelijk van de cliënt en diens situatie. Met de inwerkingtreding van de Wzd zal ook de Wvggz in werking treden. In dit kader is het goed een vergelijking te maken met de Wvggz. De eisen die gesteld worden aan de zorgverantwoordelijke op grond van de Wvggz zijn strenger aangezien de zorgverantwoordelijke een BIG-geregistreerde HBO-er moet zijn. Hierin is dus een verschil op te merken tussen beide wetgevingen.

Externe deskundige

Als een cliënt niet instemt maar zich ook niet tegen opname verzet, kan het CIZ een indicatie geven voor opname en verblijf. Daarbij is het van belang dat het CIZ zorgvuldig beoordeelt of er wel of geen sprake is van onvrijwilligheid. Als er namelijk sprake zou zijn van onvrijwilligheid dan is een rechterlijke toetsing vereist. Bij twijfel over onvrijwilligheid van de cliënt schakelt het CIZ een ‘externe deskundige’ in ter beoordeling hiervan. De Regeling Zorg en Dwang verwijst naar het Besluit zorg en dwang (Bzd) voor invulling van die functie.

Volgens het Bzd is dit voor een cliënt met een verstandelijke beperking:

  1. een arts voor verstandelijke gehandicapten;
  2. een psychiater;
  3. een gezondheidszorgpsycholoog;
  4. orthopedagoog-generalist;
  5. een verpleegkundige.

Voor een cliënt met een psychogeriatrische aandoening is dit:

  1. een specialist ouderengeneeskunde;
  2. een psychiater;
  3. een gezondheidszorgpsycholoog, of;
  4. een verpleegkundige.

Gelet op de discussie in het kader van de taakherschikking van de verpleegkundige / verpleegkundig specialist in het wetsvoorstel Wet BIG II is onduidelijk of hier in de regeling al rekening mee is gehouden.

In dit geval zou de externe deskundige zowel een MBO- als een HBO-verpleegkundige kunnen zijn. Indien MBO-verpleegkundigen ook onder de regeling vallen dan is hier opnieuw een verschil op te merken met de regeling Wvggz. Als bij toepassing van de Wvggz een deskundige moet worden geraadpleegd dan is die deskundige een arts, (klinisch) (neuro)psycholoog, een psychotherapeut en in sommige gevallen een verloskundige.

Aanleveren gegevens IGJ

De Wzd verplicht de zorgaanbieder om ten minste eens per 6 maanden aan de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) gegevens te verstrekken over de feitelijk verleende onvrijwillige zorg. De Regeling Zorg en Dwang maakt duidelijk in welke vorm deze gegevens moeten worden aangeleverd. De regeling bevat als bijlage een format: ‘Format digitaal overzicht onvrijwillige zorg’. De zorgaanbieder dient het format te hanteren. De zorgaanbieder dient daarnaast bij die gegevens ook een analyse toe te voegen zodat het overzicht een context heeft. Het doel van de verstrekking van deze informatie is dat zorgaanbieders lering kunnen trekken over waarom en hoe zij onvrijwillige zorg leveren.

De wijze van verstrekking van de gegevens volgens de regeling verschilt ten opzichte van de registratie van onvrijwillige zorg volgens de Wet bijzondere opnemingen psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz). Onder de Wet Bopz dient een zorgaanbieder elke separate dwangmaatregel te melden bij de IGJ. De regeling verplicht een zorgaanbieder dus elk half jaar gegevens in een bepaald format aan te leveren met een analyse daarvan. Hiermee wordt, hopelijk, de administratieve last van zorgaanbieders verminderd.

Implementatie Wzd & Wvggz

Wilt u meer weten over de implementatie van de Wzd en de Wvggz? Meld u dan aan voor onze nieuwsbrief.

Bekijk ook deze artikelen over de wet zorg en dwang:

IGJ publiceert toezichtvisie op onvrijwillige en verplichte zorg
Wet zorg en dwang: stand van zaken
Wet zorg en dwang: wie houdt toezicht?
Dwang in de zorg thuis
> Samenloop Wzd en Wvggz
> Wvggz: zorgvuldige afweging van passende zorgverlening
> Crisissituaties binnen de Wzd en Wvggz

Masterclass Wzd en Wvggz – 18 december 2019

Masterclass-wet-verplichte-gzz-en-wet-zorg-en-dwang-18-dec

Mocht u meer informatie willen hebben de Wet zorg en dwang en Wet verplichte GGZ?

Wellicht is de masterclass van woensdag 18 december iets voor u? Klik hier voor meer informatie.

Deel dit verhaal:
  • Meld u nu aan voor onze nieuwsbrief!
    Wilt u op de hoogte worden gehouden van de laatste ontwikkelingen en veranderingen op juridisch gebied? Via onze nieuwsbrief krijgt u automatisch de laatste nieuwtjes via de e-mail toegestuurd.
  • Inschrijven nieuwsbrief