Vrije prijzen nog lange weg

25 juni 2011

Marktpartijen bekijken elkaar nog steeds met argusogen

Voorwaarde voor vrije prijzen is dat zorgverzekeraars voor kwaliteit en zorg willen betalen. Maar het vertrouwen hierin ontbreekt. Volgens zorgmakelaar Lex Geerts moet een onafhankelijk orgaan bij discussie een knoop kunnen doorhakken.

Zorgverzekeraars en apothekers buigen zich over de verandering van het systeem van contactvergoeding met geïntegreerde zorg naar aparte prijzen voor distributie en zorg. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft voor 2010 een kostendekkend tarief berekend dat in de nieuwe setting bepalend moet zijn om het door de politiek gewenste fijnmazige distributienetwerk – zorg dicht bij de patiënt – en de wettelijke zorgplicht van zorgverzekeraars te garanderen. Maar de pot zal wel anders worden verdeeld. Idealiter zullen degenen die kwaliteit en zorg leveren erop vooruit moeten gaan en degenen die dat niet doen erop achteruit, tenzij zij hun verdienmodel aanpassen. Of zich verbeteren, en dat komt de patiëntenzorg ten goede en kan de macrozorgkosten verlagen.

Maar of hier wat van terechtkomt, zal vooral afhangen van het wederzijds ver­trouwen in zo’n nieuwe systematiek. Dat vertrouwen is er nog niet voldoende.

Frustratie

Zorgverzekeraars twijfelen vaak aan de toegevoegde waarde van apothekers, die er op hun beurt niet op vertrouwen dat zorg­verzekeraars individueel met hen om de tafel willen zitten en bereid zijn hen adequaat voor zorg en kwaliteit te belonen. En apothekers zullen van de regen in de drup raken als de distributievergoeding omlaag gaat en een reële vergoeding voor zorg niet van de grond komt of daaraan telkens niet-haalbare eisen worden gesteld. Zo heeft overleg over plusmodules in het kader van het max-max-tarief in de afgelopen jaren veel frustratie veroorzaakt. En klagen over een onwillige opstelling van zorgverzekeraars bij de NZa heeft veelal geen effect. Dus is het aan partijen zelf om deze kloof te over­bruggen.

Voorwaarde voor vrije prijsvorming is dat bij zorgverzekeraars daadwerkelijk bereid­heid moet bestaan om met alle aanbieders kwalitatief goede zorg te contracteren, bijvoorbeeld in het kader van een vrije prestatie. Zonder vertrouwen dat dit goed komt, zullen de onderhandelingen niet echt zoden aan de dijk zetten.

Onafhankelijk

Een mogelijke oplossing kan zijn dat partijen verschil van mening over zorg­projecten voorleggen aan een onafhankelijk of paritair uit zorgverzekeraars, apothekers en deskundigen bestaand orgaan. Dat kan beoordelen of bepaalde zorgprojecten aan redelijke voorwaarden voldoen en zo nodig verplichten om in overleg tot een uitkomst te komen. Over de uiteindelijke financiële condities zal dit orgaan geen uitspraak kunnen doen. Maar wel over de vraag op welke wijze partijen zich als redelijke contractpartijen ten opzichte van elkaar hebben te gedragen. Objectivering van de discussie hierover kan het wantrouwen wegnemen en eraan bijdragen dat partijen eenzelfde onderhandelingstaal gaan spreken.

Apothekers kunnen dan onafhankelijker worden van de distributie en zich verant­woord storten op de zorg, in de wetenschap dat zorgverzekeraars zich redelijk moeten opstellen.

Dit artikel verscheen in PW Magazine – 24 juni 2011

Deel dit verhaal:
  • Meld u nu aan voor onze nieuwsbrief!
    Wilt u op de hoogte worden gehouden van de laatste ontwikkelingen en veranderingen op juridisch gebied? Via onze nieuwsbrief krijgt u automatisch de laatste nieuwtjes via de e-mail toegestuurd.
  • Inschrijven nieuwsbrief