Wet zorg en dwang: stand van zaken

26 juni 2019

De uitwerking van de Wet zorg en dwang (Wzd) is volop in ontwikkeling. Zo is het definitieve Besluit zorg en dwang (Bzd) gepubliceerd en heeft de Tweede Kamer ingestemd met een aantal aanpassingen van de Wzd. Ook wordt verwacht dat er nog een aantal besluiten en ministeriële regelingen komen. Tijd om de stand van zaken rondom de Wzd in kaart te brengen.

Uitstel of overgangsjaar?

In april hebben zeven brancheorganisaties in een gezamenlijke brief aan minister De Jonge aangegeven dat zij zich zorgen maken over datum van invoering van de Wzd. Zij pleiten voor uitstel. De minister is niet van plan om invoering van de Wzd uit te stellen, maar geeft wel aan dat 2020 als overgangsjaar zal worden beschouwd. De IGJ zou volgens de minister in het overgangsjaar stimulerend en lerend moeten optreden, zo blijkt ook uit het thans gepubliceerde toezichtvisie onvrijwillige en verplichte zorg van IGJ.

Lagere regelgeving zorg en dwang

Op 5 juni jl. is het Besluit zorg en dwang (Bzd) gepubliceerd. Uit het Bzd volgt onder andere hoe toepassing moet worden gegeven aan onvrijwillige zorg in een ambulante setting, aan welke eisen de externe deskundige moet voldoen en de samenstelling en werkwijze van de klachtencommissie.

Verzet huisartsenvereniging

De Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) geeft aan dat zij, door de mogelijkheid van onvrijwillige zorg in de ambulante setting, vrezen dat de huisarts zich moet bemoeien met zorg die niet bij de huisarts thuis hoort. Volgens de LHV zou de huisarts hierin geen rol moeten krijgen. Op 12 juni jl. heeft de minister aangegeven dat de huisarts wél een rol heeft bij onvrijwillige zorg thuis. Daarbij is het van belang onderscheid te maken tussen de situatie dat de huisarts de onvrijwillige zorg indiceert of niet.

In dit laatste geval ligt de verantwoordelijkheid voor de gedwongen maatregel bij de organisatie die betrokken is bij de zorg in de ambulante situatie. Als de onvrijwillige zorg een medische handeling betreft zal de huisarts volgens de minister altijd betrokken moeten worden in één van de stappen van het stappenplan.

Functieniveau van de zorgverantwoordelijke

Uit de Wzd volgt dat de zorgaanbieder voor elke cliënt een zorgverantwoordelijke dient aan te wijzen. Deze zorgverantwoordelijke bekleedt gedurende de zorgverlening een belangrijke rol richting het zorgteam en cliënt / vertegenwoordiger. Een behoorlijke verantwoordelijkheid. Over het functieprofiel bestaat nog discussie. De minister zoekt aansluiting bij de bestaande praktijk en acht een zorgverlener van tenminste niveau 3 passend, terwijl de KNMG de minister adviseert dat de zorgverantwoordelijke minimaal een hbo-niveau en BIG-registratie heeft.

Aanpassingswet

Tot slot heeft de Tweede Kamer op 18 juni jl. ingestemd met enkele aanpassingen van de Wzd. De functie Wzd-arts wordt dus vervangen door Wzd-functionaris. In het ontwerp van de Wzd is de functie Wzd-arts opgenomen ter vervanging van wat de geneesheer-directeur binnen de BOPZ is. Met name vanuit de gehandicaptensector kwam het bezwaar dat het niet passend was als deze functie alleen is weggelegd voor de arts. De aanpassingswet maakt het mogelijk dat de Wzd-functionaris nu ook kan worden bekleed door bijvoorbeeld gedragsdeskundigen.

Nog te verschijnen

Zorgaanbieders doen er goed aan om de berichtgeving over de Wzd de komende tijd in de gaten te houden:

  • Zo komt de minister vóór 1 juli met een ‘roadmap’. In de roadmap wordt beschreven hoe het overgangsjaar zal verlopen en welke rol de huisarts zal innemen bij ambulante onvrijwillige zorg. Ook zullen er in het najaar meerdere ‘roadshows’ (regionale bijeenkomsten) worden georganiseerd waarin voorlichting wordt gegeven over de Wzd.
  • Ook worden er een aantal handreikingen verwacht. De NVAVG en VGN zijn bezig met het opstellen van een handreiking ‘Wzd voor zorgaanbieders’.
  • De verwachting is dat er nog een besluit komt waarin helderheid wordt geboden over de vraag of de Wzd bij aandoeningen als NAH, Huntington en Korsakov van toepassing is.
  • Tevens zal via een ministeriële regeling definitief vast komen te staan wie de zorgverantwoordelijke kunnen zijn. Wel is al bekend dat de zorgverantwoordelijke minstens mbo niveau 3 zal moeten bezitten.

Zorgaanbieder:

Het is zorgaanbieders aan te raden om in de tussentijd voldoende voorwerk te doen, zodat de organisatie niet wordt verrast bij de inwerkingtreding. Het is daarom van belang dat organisaties hun processen analyseren, werknemers informeren en beoordelen waar binnen de organisatie aanpassingen vereist zijn. Voor de daadwerkelijke implementatie en de nog aanwezige onduidelijkheid is voor nu het advies: probeer niet zelf het wiel uit te vinden.

Bekijk ook deze artikelen over de wet zorg en dwang:

> IGJ publiceert toezichtvisie op onvrijwillige en verplichte zorg
> Wet zorg en dwang: wie houdt toezicht?
> Dwang in de zorg thuis
> Samenloop Wet zorg en dwang en Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Zorgseminar: Wet zorg en dwang en Wvggz

Wilt u meer weten over de Wzd en goed voorbereid zijn op de komst van de Wzd en Wvggz? Bezoek dan kosteloos ons zorgseminar op 8 oktober 2019! Meld u hier aan.

Deel dit verhaal:
  • Meld u nu aan voor onze nieuwsbrief!
    Wilt u op de hoogte worden gehouden van de laatste ontwikkelingen en veranderingen op juridisch gebied? Via onze nieuwsbrief krijgt u automatisch de laatste nieuwtjes via de e-mail toegestuurd.
  • Inschrijven nieuwsbrief