Het kabinet is voornemens het wetsvoorstel Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders (Wibz) aanzienlijk aanscherpen. In een brief aan de Tweede Kamer van 3 juli 2026 kondigt de minister een omvangrijke nota van wijziging aan. De boodschap is dat de minister minder ruimte wenst voor excessieve winstuitkeringen, risicovolle financieringsconstructies en ontwijkconstructies.
Voor zorgaanbieders is deze brief relevant. De aangekondigde wijzigingen gaan verder dan het oorspronkelijke wetsvoorstel en zullen – als zij worden aangenomen – gevolgen hebben voor de bedrijfsvoering, winstuitkeringen en financiering van zorgorganisaties.
Einde winstuitkeringsverbod in de zorg
De meest opvallende wijziging is dat het kabinet afscheid wil nemen van het huidige, gefragmenteerde systeem van winstuitkeringsverboden. Nu geldt voor sommige sectoren (met name intramurale zorg) een winstuitkeringsverbod, terwijl andere aanbieders (vooral extramurale aanbieders) wel winst mogen uitkeren. Volgens het kabinet leidt dit tot onduidelijke verschillen en ontwijkconstructies, bijvoorbeeld door zorg via onderaannemers of verschillende vennootschappen te organiseren. Bovendien acht het kabinet, onder verwijzing naar een relatief recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, het huidige onderscheid juridisch kwetsbaar.
Daarom kiest het kabinet voor een andere benadering:
- alle zorg- en jeugdhulpaanbieders mogen in beginsel winst uitkeren;
- dezelfde voorwaarden gaan gelden voor iedere aanbieder;
- het huidige winstuitkeringsverbod verdwijnt;
- daartegenover komen aanzienlijk strengere wettelijke voorwaarden.
Volgens de minister wordt het nieuwe systeem per saldo juist strenger dan de huidige situatie. Voor sectoren waarin nu geen winstuitkeringsverbod geldt, lijkt ons dat juist, maar dat geldt niet voor de sectoren waarvoor nu wél een winstuitkeringsverbod geldt, met dien verstande dat de ontwijkconstructies wel worden uitgebannen.
Maximum aan winstuitkeringen
Een geheel nieuwe maatregel is verder de invoering van een maximumrendement. Voorgesteld wordt door het kabinet dat een winstuitkering niet hoger mag zijn dan een nog vast te stellen percentage van het geïnvesteerde vermogen. Over de hoogte daarvan loopt nog onderzoek. Het kabinet wil hiermee voorkomen dat zorgaanbieders of investeerders excessieve rendementen behalen met collectief gefinancierde zorggelden, terwijl tegelijkertijd voldoende ruimte blijft bestaan voor investeringen in de zorg. Of dat laatste ook zo zal zijn, is afwachten en zal afhangen van de ruimte die nog blijft bestaan om (acceptabele) winstuitkeringen te doen.
Jaarverantwoording wordt nog belangrijker
Ook de openbare jaarverantwoording krijgt een (nog) zwaardere rol. Het kabinet wil twee nieuwe gevolgen verbinden aan het niet (tijdig) voldoen aan de jaarverantwoordingsplicht:
- een aanbieder die niet aan deze verplichting voldoet, mag geen winst uitkeren;
- bij meerjarige overtreding kan uiteindelijk zelfs de Wtza-vergunning worden ingetrokken.
Hiermee wordt de jaarverantwoording niet alleen een transparantie-instrument voor de overheid, maar ook een voorwaarde voor het überhaupt mogen voortzetten van de bedrijfsvoering als zorgaanbieder.
Strengere eisen aan de bedrijfsvoering
Het oorspronkelijke wetsvoorstel bevatte al normen over transacties met verbonden partijen en risicovolle financiering. Volgens het kabinet bleken deze normen in de consultatie echter onvoldoende duidelijk. Daarom wordt de wettelijke grondslag verbreed zodat deze normen bij algemene maatregel van bestuur verder kunnen worden uitgewerkt. Daarbij kondigt de minister onder meer de volgende maatregelen aan.
- Meldplicht voor vastgoedtransacties met verbonden partijen
Voor vastgoedtransacties met verbonden partijen wil het kabinet een voorafgaande meldplicht bij de NZa invoeren.
Daarnaast worden de begrippen “verbonden partijen” en “transacties van betekenis” nader uitgewerkt, zodat voor aanbieders duidelijker wordt wanneer de regels gelden. Volgens het kabinet moet dit tegelijkertijd de uitvoerbaarheid verbeteren en onnodige administratieve lasten beperken.
- Beperking van risicovolle overnameconstructies
Een tweede aanscherping betreft de financiering van overnames in de zorg. Het kabinet richt zich hierbij met name op constructies waarbij de koper een lening aangaat om een zorgaanbieder over te nemen en deze schuld vervolgens op de overgenomen zorgorganisatie wordt geplaatst.
Volgens de minister vergroten dergelijke constructies de financiële kwetsbaarheid van zorgaanbieders en kunnen zij leiden tot productieprikkels of bezuinigingen op de kwaliteit van zorg. Daarom wil het kabinet deze financieringsconstructies beperken. Op welke wijze het kabinet deze constructies wil ‘beperken’, is niet duidelijk, net zoals niet duidelijk is of deze constructie helemaal niet meer mogelijk is.
Nieuwe ‘stopregeling’
Een opvallende toevoeging is verder de introductie van een zogenoemde stopregeling. Nu kan een zorgaanbieder die stopt met het leveren van zorg in sommige gevallen buiten het bereik van het toezicht van de NZa raken. Volgens het kabinet maakt dit misbruik mogelijk, bijvoorbeeld wanneer een aanbieder na een onrechtmatige winstuitkering stopt met het leveren van zorg. De organisatie voldoet dan immers niet langer aan de definitie van ‘zorgaanbieder’, waardoor het houden van toezicht lastig of niet goed mogelijk (meer) is.
De voorgestelde stopregeling moet dat voorkomen. Voormalige zorgaanbieders blijven verantwoordelijk voor verplichtingen die betrekking hebben op de periode waarin zij zorg verleenden. Ook rechtsopvolgers en – als die ontbreken – voormalige bestuurders kunnen daarop worden aangesproken. Daarnaast wordt een slotjaarverantwoording verplicht.
Geen verbod op private equity
Hoewel verschillende moties vroegen om een register voor private equity, een overnamestop of een verdergaand winstuitkeringsverbod, wijst de minister deze voorstellen af. Volgens het kabinet bestaat daarvoor onvoldoende juridische onderbouwing en zouden dergelijke maatregelen investeringen in de zorg onnodig kunnen beperken. In plaats daarvan kiest het kabinet voor algemene regels die voor alle investeerders gelden, ongeacht of sprake is van private equity, banken of andere financiers.
Vervolg
De aangekondigde wijzigingen betekenen een duidelijke koerswijziging, met name ten aanzien van het winstuitkeringsverbod.
Enerzijds laat het kabinet het huidige winstuitkeringsverbod in de zorg los. Anderzijds worden de voorwaarden waaraan zorgaanbieders moeten voldoen aanzienlijk strenger. Wij verwachten dat vooral organisaties met complexere groepsstructuren, verbonden partijen, externe investeerders of vastgoedtransacties te maken zullen krijgen met deze aangescherpte regels.
De aangekondigde nota van wijziging zal overigens eerst nog worden getoetst door uitvoeringsorganisaties en vervolgens ter advisering worden voorgelegd aan de Afdeling advisering van de Raad van State. Daarna wordt zij aan de Tweede Kamer aangeboden. De precieze wettelijke uitwerking moet dus nog volgen. Daarnaast is het bij dergelijke verstrekkende nieuwe wetgeving altijd de vraag of en in welke vorm deze de eindstreep haalt. Wij houden u daarvan op de hoogte.