Analyse continuïteitsbijdrage onderneming met meer dan 10 miljoen omzet

Vooruitbetalingsregeling voor GGZ, wijkverpleging, eerstelijns verblijf en geriatrische revalidatiezorg met omzet > 10 miljoen bekend

Op 28 mei 2020 heeft Zorgverzekeraars Nederland een vooruitbetalingsregeling voor de GGZ, wijkverpleging, eerstelijns verblijf en geriatrische revalidatiezorg bekend gemaakt. Uit de regeling zelf blijkt dat deze regeling alleen open staat voor zorgaanbieders met een omzet van meer dan 10 miljoen.

Voor het bepalen van de omzetgrens wordt gekeken naar de omzet op AGB-code niveau voor alle verzekeraars. Het is dus niet vereist dat een onderneming bij een zorgverzekeraar 10 miljoen omzet heeft op een AGB-code. Ondernemingen waarbij de omzet op concern-niveau wel meer dan 10 miljoen , maar op basis van individuele AGB-codes niet, komen (ogenschijnlijk) niet voor deze (voorschot)regeling in aanmerking.

Lijst met ondernemingen met meer dan 10 miljoen

De ondernemingen die voor de regeling in aanmerking komen zijn genoemd in een bijlage bij de brief die niet is gepubliceerd op de website van ZN. Het ligt evenwel in de lijn der verwachting dat dit dezelfde ondernemingen zijn die ZN eerder op haar website heeft gepubliceerd in een algemene – niet zorgsoort specifieke – lijst van ondernemingen met een omzet van meer dan 10 miljoen.

Vooruitbetaling / voorschot is gebaseerd op budgetafspraak 2020

Het voorschot / de vooruitbetaling wordt voor zowel de GGZ als wijkverpleging e.d. op dezelfde wijze berekend. De basis vormt in beginsel de afspraak (budget voor 2020). Gekeken wordt naar het budget voor 2020 gecorrigeerd voor verzekerdenmutaties. Dat gekeken wordt naar het budget voor 2020 en niet naar de afspraken voor 2019 is voor de meeste organisaties gunstig, omdat doorgaans de budgetten voor 2020 hoger zijn vastgesteld dan in 2019. Als er geen budgetafspraak is voor 2020, dan gaat men uit van een voorcalculatie voor de p* q afspraken en als dat ook niet kan, de declaraties 2019. Bij dit laatste verdient het wel de aanbeveling dat als voor 2019 een budgetafspraak is gemaakt en de declaraties lager zijn dan deze budgetafspraak, uitgegaan wordt van deze budgetafspraak. Omdat bij deze regeling toch meer een vorm van maatwerk aan de orde lijkt te zijn, is het wellicht mogelijk dit af te stemmen. In ieder geval is het goed hier als organisatie scherp op te zijn.

Afspraak per verzekeraar

De aanvraag voor vooruitbetaling kan / moet per verzekeraar afzonderlijk worden gemaakt. Het ligt in de lijn der verwachting dat deze afspraak in beginsel gemaakt wordt met alleen de belangrijkste verzekeraars. Maar organisaties die het financieel zwaar hebben kunnen wel bij alle verzekeraars een vooruitbetalingsregeling aanvragen.

Vooruitbetaling / voorschot wordt verrekend met alle declaraties

Alle declaraties worden verrekend met de vooruitbetaling, zonder rekening te houden met jaarlaag. Dit laatste geldt zowel voor de GGZ als de wijkverpleging e.d. Met name voor de GGZ kan dit laatste anders uitpakken vanwege de langlopende dbc’s. Daar is een groter risico dat de vooruitbetaling ten opzichte van de reguliere afwikkeling van declaraties een omzetdaling minder dempt. Het is afwachten hoe dat precies uit zal pakken.

De brief met uitleg van de vooruitbetalingsregeling voor de GGZ staat hieronder. De tekst voor de wijkverpleging, eerstelijns verblijf en geriatrische revalidatiezorg is identiek en hier te downloaden.

brief vooruitbetaling continuiteitsbijdrage ggz 27 mei 2020

Analyse algemene regeling ondernemingen met meer dan 10 miljoen omzet


Wijkverpleging, geriatrische revalidatiezorg en eerstelijnsverblijf

Op 1 juli 2020 heeft ZN ook voor grotere zorgaanbieders van Wijkverpleging, Geriatrische revalidatiezorg (GRZ) en eerstelijnsverblijf (ELV) met een jaaromzet van meer dan € 10 miljoen een compensatieregeling in de vorm van een continuïteitsbijdrage bekend gemaakt. Onderstaand de highlights van de nieuwe regeling:

  • De regeling voor grote aanbieders lijkt in de basis op de al eerder gepubliceerde regeling voor kleine en middelgrote aanbieders. Van die regeling maakten wij eerder een analyse op deze pagina. De continuïteitsbijdrage regeling voor grote zorgaanbieders ziet op alle AGB-codes van een concern met tenminste één AGB-code met meer dan € 10 miljoen omzet in de Zorgverzekeringswet. Al deze AGB-codes gaan mee in deze regeling, zo geeft ZN aan. Indien het concern behalve wijkverpleging, ELV en GRZ ook andere zorgsoorten levert, geldt de regeling niet voor die andere zorgsoorten, tenzij het onderscheid tussen de zorgsoorten niet gemaakt kan worden op basis van AGB-code.
  • Volgens ZN ziet de continuïteitsbijdrage regeling voor alle aanbieders van wijkverpleging, GRZ en ELV op de periode 1 maart 2020 tot en met 31 oktober 2020. Voor kleine en middelgrote aanbieders van deze zorgsoorten lijkt het erop dat dat een verlening van de compensatieperiode betekent, want de continuïteitsbijdrage voor die aanbieders zag vooralsnog op de periode tot en met juni 2020.
  • Voor zorgaanbieders zonder coronabedden wordt een percentage van de gederfde omzet vergoed. De continuïteitsbijdrage wordt vastgesteld aan de hand van de volgende formule:
    [Normomzet – Werkelijke omzet] x vergoedingspercentage

    • De vergoedingspercentages bedragen voor de GRZ en ELV 88% en voor de wijkverpleging 97%.
    • De normomzet wordt bepaald door te kijken naar de referentieperiode van vóór de coronacrisis, namelijk januari en februari 2020 met een correctie voor seizoensinvloeden. Voor GRZ wordt – vanwege de DBC-systematiek – de normomzet bepaald door te kijken naar de periode september 2019 tot februari 2019.
  • Voor zorgaanbieders zonder coronabedden is ook een meerkostenregeling bekend gemaakt: de extra kosten die grotere zorgaanbieders hebben gemaakt door corona worden vergoed met een bedrag gelijk aan 0,8% van de normomzet. Het ziet ernaar uit dat ook deze regeling ziet op de maanden 1 maart 2020 tot en met 31 oktober 2020. Indien de meerkosten door corona hoger liggen dan het vooraf vastgestelde bedrag gelijk aan 0,8% van de normomzet, komen deze extra kosten voor vergoeding in aanmerking als de hogere kosten kunnen worden onderbouwd en voldoen aan de criteria van ZN voor ‘meerkosten door corona’. Wat die criteria zijn, is nog niet bekend gemaakt.
  • Voor zorgaanbieders met coronabedden in de ELV en GRZ geldt een afwijkende De continuïteitsbijdrage wordt voor deze aanbieders achteraf bepaald door te kijken naar de daadwerkelijk gederfde omzet én naar de daadwerkelijk gemaakte kosten voor bedden beschikbaar gesteld of gereserveerd voor coronapatiënten. Dat betekent ook dat door deze aanbieders geen continuïteitsbijdrage hoeft te worden aangevraagd. De meerkostenregeling komt overeen met de regeling voor zorgaanbieders zonder coronabedden en bedraagt een vergoeding van 0,8% van de normomzet.
  • Net zoals bij de continuïteitsbijdrage voor kleine en middelgrote aanbieders heeft EUcare (o.a. Aevitae) ervoor gekozen niet deel te nemen aan de compensatieregeling voor grotere zorgaanbieders in de wijkverpleging, GRZ en ELV.
  • De exacte financiële en juridische details van de continuïteitsbijdrage regeling zijn nog niet door ZN bekend gemaakt. Dat geldt ook voor de wijze waarop deze regeling door zorgaanbieders kan worden aangevraagd. Zodra de precieze voorwaarden bekend zijn, zullen deze door ons beoordeeld en geanalyseerd worden.

De brief van ZN lijkt erop te duiden dat de regeling grote overeenkomsten vertoont met de eerder gepubliceerde continuïteitsbijdrage regeling voor kleine en middelgrote zorgaanbieders. Een analyse daarvan vindt u alvast hier. Een eerste analyse laat reeds een aantal verschillen zien ten opzichte van de continuïteitsbijdrage regeling voor kleine en middelgrote aanbieders:

  • De vergoedingspercentages wijken aanzienlijk af: voor kleine en middelgrote zorgaanbieders bedragen deze 87% voor de wijkverpleging en 79% voor GRZ en ELV, tegenover 97% voor grote wijkverplegingsorganisaties en 88% voor grote organisaties in de GRZ en ELV. Volgens ZN komt dit voort uit de hogere vaste lasten die grotere aanbieders hebben.
  • De referentieperiode voor de normomzet wijkt af, nu bij grotere zorgaanbieders gekeken wordt naar de maanden januari en februari 2020 en als referentieperiode dus niet voor 2019 is gekozen.
  • Anders dan bij de continuïteitsbijdrage regeling voor kleine en middelgrote zorgaanbieders wordt een hardheidsclausule ingevoerd: in het geval van ondercompensatie of overcompensatie vindt een correctie plaats. Die kan voor zorgorganisaties dus zowel positief als negatief zijn. Om te bepalen of een correctie plaats moet vinden, wordt gekeken of ten opzichte van het branchegemiddelde verlies of winst wordt gemaakt. Indien de plus of min herleidbaar is tot de compensatieregeling – hetgeen waarschijnlijk wel voor veel discussie vatbaar zal zijn – wordt vervolgens overgegaan tot correctie.

Zorgorganisaties die ondersteuning voor de nadere afstemming over deze regeling of de vooruitbetalingsregeling wenselijk achten kunnen hierover uiteraard contact met ons opnemen via de contactgegevens rechtsboven op deze pagina.

Specifieke regeling voor GGZ  aanbieders die zorg met verblijf leveren en/of een jaaromzet hebben van meer dan 10 miljoen euro

Op 8 juli jl. heeft Zorgverzekeraars Nederland bericht dat er overeenstemming is bereikt met de Nederlandse GGZ over de specifieke (corona) regeling voor grote GGZ aanbieders. Dat betekent dat 75 aanbieders met een omzet van meer dan 10 miljoen en/of verblijf leveren binnenkort gebruik kunnen maken    van deze regeling. De regeling compenseert deze instellingen  voor omzetverlies (met een continuïteitsbijdrage) en extra kosten door corona.

Hoewel de specifieke voorwaarden nog niet gepubliceerd zijn blijkt uit de berichtgeving dat de regeling dezelfde systematiek en doeleinden kent als de andere door zorgverzekeraars opgezette coronaregelingen.

Gelet op de looptijd van de behandelingen binnen de GGZ en het feit dat behandelingen veelal betrekking hebben op 2 kalenderjaren was het nodig om een specifieke regeling op te stellen. Verder is bekend dat de looptijd van de regeling tot het einde van het jaar is (31-12-2020) aangezien voor grote instellingen nog onzekerheid is over wanneer de zorgverlening weer volledig is opgestart.

Voorts is uit de berichtgeving af te leiden dat de hoogte van de compensatie afhankelijk is van de periode waarop de vraaguitval ziet. Voor vraaguitval in de eerste helft van het jaar wordt een compensatiepercentage van 94% toegekend terwijl over de uitval ontstaan in het tweede deel van 2020 slechts een percentage wordt vergoed van 85%. Hiertoe is besloten met het oog op het terugdringen van de wachtlijsten.

Nog niet geheel duidelijk is of, en zo ja in hoeverre en over welke periode een afslag zal gelden voor de zogenaamde inhaalzorg. Tot slot wordt in de berichtgeving aangegeven dat maatwerkafspraken mogelijk zijn op het moment dat de situatie daarom vraagt.

Overige analyses

  • Meld u nu aan voor onze nieuwsbrief!
    Wilt u op de hoogte worden gehouden van de laatste ontwikkelingen en veranderingen op juridisch gebied? Via onze nieuwsbrief krijgt u automatisch de laatste nieuwtjes via de e-mail toegestuurd.
  • Inschrijven nieuwsbrief