Veelgestelde vragen over corona en de Verpleging, Verzorging en Thuiszorg (VVT)

1. Is het nog mogelijk om bezoekers te ontvangen in de instelling?
2. Kan en/of moet ik een met het corona virus (mogelijk) besmette cliënt nog wel verzorgen of verplegen?
3. Is het mogelijk voormalig (wijk)verpleegkundigen / verzorgenden in te zetten?
4. Hoe zit het met doorbetaling van (ziek) personeel?
5. Vallen de verpleging, verzorging én de thuiszorg onder de cruciale beroepsgroepen?
6. Kan/Moet ik als wijkverpleegkundige bij de cliënten thuis blijven komen, ook als ik ziek ben?
7. Is er compensatie mogelijk vanuit de gemeente voor Wmo-aanbieders?
8. Is er compensatie mogelijk vanuit de zorgkantoren voor Wlz-aanbieders?
9. Is er compensatie mogelijk voor PGB-aanbieders?
10. Komt het CIZ nog op huisbezoek voor een Wlz-indicatie
11. Welke voorziening is er voor digitale zorg?
12. Kan de indicatiestelling in de wijkverpleging ook digitaal plaatsvinden? En zo ja, is dat ook conform de NZa-regels?
13. Wat houdt de noodregeling voor digitale zorg thuis in?
14. Mag een verpleegkundige zorg verlenen buiten zijn/haar specialisme?

1. Is het nog mogelijk om bezoekers te ontvangen in de instelling?

Het kabinet heeft zeer recent, op 19 maart jl., rigoureuze maatregelen genomen met betrekking tot verpleeghuizen. Zo maakte de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (hierna: “VWS”) in een kamerbrief aan de Tweede Kamer bekend het bezoek aan verpleeghuizen aan te scherpen. Dit houdt in dat alle verpleeghuizen en kleinschalige woonvoorzieningen in de ouderenzorg bezoekers niet meer zullen toelaten. Deze ingrijpende maatregel gaat in per 20 maart jl. en duurt in ieder geval tot en met 6 april 2018.

Het kabinet is overgegaan tot deze maatregel na overleg met onder andere ActiZ, Zorgthuisnl en het RIVM. Met de maatregel is beoogd enerzijds de kwetsbare bewoners en anderzijds het zorgpersoneel zo goed mogelijk te beschermen tegen het coronavirus. Het is in uitzonderingsgevallen mogelijk om af te wijken van deze maatregel, bijvoorbeeld als een bewoner zich in de stervensfase bevindt. Het is voor verpleeghuizen en kleinschalige woonvoorzieningen dan ook raadzaam dit goed af te wegen.

2. Kan en/of moet ik een met het corona virus (mogelijk) besmette cliënt nog wel verzorgen of verplegen?

Zorgverleners hebben op grond van de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (hierna: “WGBO”) een zorgplicht. Deze zorgplicht brengt met zich dat hulpverleners in beginsel de plicht hebben om zorgbehoevenden – naar het beste vermogen – te behandelen. Dit geldt ook voor een met het corona virus besmette cliënt. Eén en ander volgt ook uit de Beroepscode van Verpleegkundigen en Verzorgenden.

Echter, de zorgplicht is niet onbegrensd. De KNMG hanteert een richtlijn  voor het niet-aangaan of beëindigen van de geneeskundige behandelingsovereenkomst. Beëindiging aan de zijde van de zorgverlener is slechts mogelijk indien sprake is van ‘gewichtige redenen’. Eén van de voorbeelden van een mogelijke gewichtige reden is ‘direct gevaar’ voor de zorgverlener, indien de behandelingsovereenkomst wordt voortgezet. Er dient in dat geval sprake te zijn van een acuut levensbedreigende situatie, waarbij het niet mogelijk is om voldoende beschermingsmaatregelen te treffen. Hier zal in praktijk niet snel sprake van zijn bij een (mogelijk) besmette cliënt. Dat kan wellicht anders zijn indien de betreffende zorgverlener tot een risicogroep behoort en een hoge kans heeft te overlijden, indien hij zelf ook besmet raakt. De zorgorganisatie of zorginstelling zal in dat geval echter in beginsel dienen te zorgen voor vervangend personeel.

Is er geen behandelovereenkomst dan dient een zorgverlener een patiënt in geval van acute nood toch te helpen, maar met dezelfde belangenafweging. Daarnaast brengt de zorgplicht met zich dat, voor zover mogelijk, nieuwe cliënten dienen te worden verpleegd en verzorgd. Eén en ander hangt natuurlijk wel af van de capaciteit van de zorginstelling, hetgeen weer samenhangt met de (schaarse) inzetbaarheid van het zorgpersoneel.

3. Is het mogelijk voormalig (wijk)verpleegkundigen / verzorgenden in te zetten?

Vanwege de huidige corona crisis, dreigt een (nog nijpender) tekort aan zorgpersoneel. Dit geldt ook ten aanzien van de VVT. In dat kader heeft het Ministerie van VWS op 17 maart jl. een set nieuwe maatregelen aangekondigd. Eén onderdeel van deze maatregelen ziet toe op de inzet van voormalig (wijk)verpleegkundigen en/of verzorgenden. Zo is het voor deze groep mogelijk om tijdelijk weer zelfstandig zorg te gaan verlenen. Hier is wel een aantal voorwaarden aan verbonden:

  • De BIG-registratie van de niet-praktiserende is verlopen na 1 januari 2018 én de niet-praktiserende beschikt over voldoende vaardigheid;
  • De niet-praktiserenden mag slechts worden ingezet indien dit strikt noodzakelijk is vanwege een tekort aan zorgpersoneel. Bij voorkeur worden de niet-praktiserenden met de meest recente ervaring eerst ingezet;
  • De niet-praktiserende moet zoveel mogelijk worden ingezet in de niet-complexe zorg, die zoveel mogelijk aansluit bij de meest recente werkervaring;
  • Tussen de BIG-geregistreerde zorgverlener en de niet-praktiserende dienen duidelijke afspraken te worden gemaakt;
  • Voor voorbehouden handelingen geldt dat deze in beginsel slechts worden verricht door niet-praktiserenden onder toezicht en met tussenkomst van de BIG-geregistreerde zorgverlener;
  • De BIG-geregistreerde zorgverleners dienen adequate opdrachten te geven.

Het is niet-praktiserenden (logischerwijs) niet toegestaan om zorg te verlenen indien er sprake is van een doorhaling in het BIG-register door de (tucht)rechter.

Daarnaast is met ingang van 18 maart jl. besloten om de herregistratie in het BIG-register uit te stellen. Dit houdt in dat een BIG-geregistreerde op dit moment, totdat de herregistratie-plicht wordt hervat, géén aanvraag voor herregistratie hoeft in te dienen. De BIG-registratie blijft dan gewoon geldig. Voor lopende aanvragen geldt dat deze, tenzij deze zich in de laatste behandelingsfase bevinden, niet langer in behandeling worden genomen.

4. Hoe zit het met doorbetaling van (ziek) personeel?

Wij hebben voor deze vragen een handzaam stroomschema opgesteld, zie hier.

Voor antwoorden op andere veelgestelde arbeidsrecht vragen, zie graag hier.
Voor een beschrijving en uitleg van de kabinetsmaatregelen zoals de werktijdverkorting, zie hier.

5. Vallen de verpleging, verzorging én de thuiszorg onder de cruciale beroepsgroepen?

Ja, één van de cruciale beroepsgroepen is (uiteraard) de zorg, zo heeft de Rijksoverheid bepaald. Dit geldt aldus ook voor de VVT en de zorg aan kwetsbaren. Hieronder valt alle zorg onder de Wlz, Zvw, en de WMO.

Het gevolg hiervan is dat deze zorgverleners kunnen blijven werken en dat de kinderen terecht kunnen bij een kinderopvang. Daarnaast geldt dat deze verleners extra alert moeten zijn op eventuele besmetting met het corona virus, waaronder het thuisblijven bij koorts.

6. Kan/Moet ik als wijkverpleegkundige bij de cliënten thuis blijven komen, ook als ik ziek ben?

Wat betreft de wijkverpleging brengt deze situatie met corona virus extra uitdagingen met zich. Er is op dit moment geen definitief uitsluitsel over de wijkverpleging. Zo raadt de Minister van VWS aan om kwetsbaren in de thuissituatie zo min mogelijk te bezoeken. Dit zal echter lastig zijn indien die kwetsbaren zorg behoeven, ook in het licht van bovengenoemde zorgplicht. In dat kader geeft het RIVM het volgende advies voor zorgprofessionals buiten het ziekenhuis. Aangeraden wordt de algemene RIVM-richtlijnen aan te houden, waaronder bijvoorbeeld het goed wassen van de handen, geen handen te schudden en te niezen/hoesten in de elleboog.

Daarnaast wordt aangeraden om, als zorgprofessional in de thuiszorg/wijkverpleging, extra alert te zijn op de symptomen van besmetting met het corona virus. De zorgverlener dient thuis te blijven indien sprake is van:

  • Verkoudheid en/of hoesten én koorts
  • Bij koorts boven de 38 graden.

In dat geval is het goed om de zorg, voor zover mogelijk, over te dragen aan collega’s en thuis te blijven. Indien geen sprake is van bovengenoemde situatie, kan er niet (zomaar) voor worden gekozen om te stoppen met de zorgverlening. Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 2, die ziet op de zorgplicht van zorgaanbieders.

7. Is er compensatie mogelijk vanuit de gemeente voor Wmo-aanbieders?

De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft op 18 maart gemeenten al opgeroepen om gecontracteerde aanbieders te blijven betalen, ook als de aanbieder een andere of beperkte(re) prestatie levert. Erg concreet was dat nog niet.
Zowel SPOT (in een brief aan de Minister) als Zorgthuisnl (in een open brief aan de financiers) hebben voor deze problematiek aandacht gevraagd. Op 25 maart wordt via een nieuwsbericht van de rijksoverheid duidelijk dat er afspraken worden gemaakt tussen VNG en het kabinet om financiële zekerheid van zorgaanbieders binnen de Wmo (en jeugdwet) te waarborgen. De ministeries zetten de eerde gedane oproep van VNG kracht bij en doen een ‘zeer dringend beroep’ op alle gemeenten om aanbieders van wmo-zorg en jeugdhulp tot in elk geval 1 juni 2020 financiële ruimte en zekerheid te bieden. Helaas blijkt uit de brief niet expliciet of dit geldt ten aanzien gecontracteerde en niet-gecontracteerde aanbieders. Als er meer informatie is, wordt deze pagina bijgewerkt.

8. Is er compensatie mogelijk vanuit de zorgkantoren voor Wlz-aanbieders?

In een brief heeft Zorgverzekeraars Nederland te kennen gegeven voor de langdurige zorg ‘op vier fronten’ duidelijkheid te willen geven:

  1. De gemaakte extra kosten die voortvloeien uit de corona crisis voor het leveren van Wlz-zorg, zullen worden vergoed via een nieuwe regeling van de NZa. De extra kosten dienen wel apart te worden geregistreerd door zorgaanbieders. Indien nodig wordt de bevoorschotting hierop toegesneden;
  2. De teruglopende omzet van zorgaanbieders als gevolg van de corona crisis zal door zorgkantoren worden gecompenseerd. Uitgangspunt daarbij is dat tot 1 juni 2020 zal worden vergoed conform de omzet in het contract of – in afwezigheid daarvan- een inschatting van de omzet als er geen corona crisis zou zijn geweest. Een nadere uitwerking zal volgen;
  3. Zorgkantoren hebben aangegeven bereid te zijn tot het opzetten van of doorbetaling van voorschotten, een en ander zoals de zorgaanbieders deze had ontvangen zonder corona crisis. Dit om de liquiditeit van zorgaanbieders op peil te houden;
  4. De NZa en Zorgkantoren gaan uit van een ‘pragmatisch ingestoken verantwoording’ van de gemaakte afspraken tijdens de corona crisis. Daarmee is een tijdelijke versoepeling van de verantwoording beoogd. Denk aan afspraken rondom de Treeknormen en vormen van zorg die digitaal/op afstand in plaats van face-to-face worden geleverd.

Deze maatregelen zijn toepasbaar op het zorgaanbod voor mensen met een Wlz-indicatie. Daaruit vloeit voort dat bovenstaande maatregelen ‘voorliggend’ zijn aan het noodpakket aan banen en economie dat door de Rijksoverheid is aangekondigd, zoals de Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW).

Zorgverzekeraars Nederland heeft aangegeven dat ook voor pgb-zorgaanbieders wordt onderzocht of aanvullende maatregelen nodig zijn. Zorgkantoren zijn in overleg met VWS en de SVB of extra budget beschikbaar moet worden gesteld en/of de administratieve procedures kunnen worden versneld, zodat de zorgverlening kan worden gecontinueerd en kan worden vergoed.

De NZa heeft op 24 maart 2020 gemeld dat zij ter ondersteuning van deze afspraken met een aparte ‘Covid 19’ regeling komt, die de mogelijkheid van de vergoeding vanuit de zorgkantoren faciliteert. Deze regeling is vergelijkbaar met de al bestaande BRMO-regeling. Het gaat dan om een regeling voor de (extra) kosten die instellingen maken om patiënten te isoleren en verplegen, maar ook bijvoorbeeld kosten voor het aannemen van extra personeel of het vrijmaken van bedden voor patiënten die uit het ziekenhuis komen. De NZa is bezig te onderzoeken of er andere kosten zijn die verband houden met het coronavirus. Zorgaanbieders en zorgkantoren kunnen kostenposten melden bij de Nza.

De NZa verruimt daarnaast deadlines voor financiële verplichtingen, zoals die van de aanvraag van het kwaliteitsbudget. Deze is verschoven van 1 april 2020 naar 30 april 2020. NZa beraadt zich nog op het uitstellen van de deadline voor het inleveren van de nacalculatie. Zij zal hier per sector zoeken naar een ‘passende oplossing’.

Voor meer informatie ten aanzien van de tijdelijke beleidslijnen van zorgkantoren ten aanzien van een aantal belangrijke vraagstukken verwijzen we u naar het daarvoor handig opgestelde overzicht van ZN.

9. Is er compensatie mogelijk voor PGB-aanbieders?

Op 25 maart is er namens veldpartijen (waaronder KenniZ, ZorgthuisNL en Per Saldo) een dringend verzoek gestuurd naar minister Hugo de Jonge voor noodondersteuning aan professionele, kleinschalige thuis- en woonzorgaanbieders in de ouderen- gehandicapten- WMO- en jeugdzorg die PGB-gefinancierd zijn. Er wordt gevraagd om extra geld en middelen voor bijvoorbeeld extra personele bezetting, beschermingsmateriaal en ter compensatie van inkomstenderving. De veldpartijen vragen daarnaast om een ondersteuning op organisatieniveau. De brief vraagt voortsaandacht voor een aantal zaken die specifiek voor PGB-aanbieders spelen, zoals de overeenkomst tussen de budgethouder en de PGB-aanbieder en de verplichtingen die daaruit voortvloeien.
Zodra er meer duidelijkheid ten aanzien van een noodvoorziening is zullen wij deze pagina bijwerken.

10. Komt het CIZ nog op huisbezoek voor een Wlz-indicatie

Het CIZ heeft op haar website aangegeven in ieder geval tot en met 28 april a.s. geen huisbezoeken meer af te leggen. Afspraken voor huisbezoeken die al gemaakt waren gaan dan ook niet door. Aanvragen voor een Wlz-indicatie kunnen nog steeds op de reguliere wijze worden ingediend en worden ook in behandeling genomen. Het CIZ geeft aan dat zij in overleg bekijkt of het mogelijk is een huisbezoek te vervangen door een telefonische afspraak of een afspraak via Skype of via FaceTime. Het CIZ geeft aan en zo goed mogelijke beoordeling te maken op basis van het dossier en een telefonisch overleg, waarbij Skype of FaceTime kunnen worden gebruikt voor eventueel visueel contact.

In verband met een grote druk op de ziekenhuizen en verpleeghuizen heeft het CIZ een tijdelijke regeling ingesteld. Sinds 3 april jl. hanteert het CIZ tijdelijk een ‘indicatievrije’ toegang tot de Wlz door middel van een Wlz-registratie VV. Hier kunnen zorginstellingen een beroep op doen als het momenteel niet mogelijk is om medische informatie aan te leveren bij de aanvraag van een Wlz-indicatie of een verhoging van een bestaande Wlz-indicatie. Hiermee probeert het CIZ zorginstellingen administratief te ontlasten. Het CIZ doet tevens geen dossieronderzoek bij een Wlz-registratie. Op grond van een Wlz-registratie heeft een cliënt een tijdelijke indicatie van één jaar. Het gaat alleen om de V&V profielen (Verpleging en Verzorging). De voorwaarden waaronder een Wlz-registratie wordt afgegeven kunt u vinden op de website van het CIZ.

11. Welke voorziening is er voor digitale zorg?

Ook in de VVT kan zorg op afstand (digitale zorg) in sommige gevallen een uitkomst bieden. Zo is bijvoorbeeld (video)bellen een vorm van digitale zorg. De NZa heeft hiertoe een Wegwijzer digitale bekostiging digitale zorg opgesteld. Hierin wordt een onderscheid gemaakt tussen cliënten die in een instelling wonen en cliënten die thuis wonen.

Voor de eerste categorie geldt dat het afgesproken dagtarief voor Wlz-zorg naar eigen inzicht kan worden ingedeeld en zodoende ook voor digitale zorg. Ook is het mogelijk om met het zorgkantoor een hoger tarief af te spreken voor digitale zorg, mits dit tarief binnen het maximumtarief blijft.

Voor thuiswonende cliënten geldt dat het contact met een cliënt, ook middels (video)bellen), kan worden bekostigd met het uurtarief.

De NZa heeft in verband met het corona virus besloten om de bekostiging voor zorg op afstand te verruimen. De NZa heeft hiertoe alle eventuele belemmeringen of beperkende voorwaarden, zoals face-to-face contact, in alle zorgsectoren buiten werking gesteld. Digitale zorg kan aldus zonder problemen worden gedeclareerd. Deze maatregel is ingegaan per 1 maart jl., totdat de landelijke richtlijnen/adviezen van de overheid en het Rijksoverheid voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) niet meer van toepassing zijn.

12. Kan de indicatiestelling in de wijkverpleging ook digitaal plaatsvinden? En zo ja, is dat ook conform de NZa-regels?

Normaliter dient het indicatiegesprek, conform het V&VN-Normenkader, plaats te vinden in de eigen omgeving van de cliënt. In een brief van onder meer Zorgthuisnl, V&VN, Actiz en Zorgverzekeraars Nederland is duidelijk geworden dat de keus in deze crisisperiode aan de professionele autonomie van de wijkverpleegkundige wordt overgelaten. Met andere woorden: de indicerend wijkverpleegkundige beslist op basis van haar inschatting of de indicatie gesteld wordt thuis bij de cliënt, of via (beeld)bellen. Ons advies is – om problemen na de crisis te voorkomen – goed in de verslaglegging vast te leggen welke keuze is gemaakt en op welke gronden en goed te administreren bij welke cliënten via (beeld)bellen de indicatie is gesteld.
Bovendien mag een huidige (aflopende) indicatie met maximaal drie maanden worden verlengd, indien de zorginzet niet is gewijzigd. Na de crisis dient in dat geval wel een huisbezoek plaats te vinden om de verlenging te toetsen.

Dit advies is in lijn met de berichtgeving vanuit de NZa: de NZa heeft in verband met het corona virus besloten om de bekostiging voor zorg op afstand te verruimen. Zie ook het antwoord op vraag 10 hierboven.

13. Wat houdt de noodregeling voor digitale zorg thuis in?

U kunt onder bepaalde voorwaarden financiële ondersteuning krijgen voor digitale toepassingen voor ondersteuning en zorg op afstand. Zie voor meer informatie over deze regeling vraag 8 bij onze algemene FAQ.

14. Mag een verpleegkundige zorg verlenen buiten zijn/haar specialisme?

Verpleegkundigen worden als zodanig geregistreerd in het BIG-register. Uit de Wet BIG blijkt dat het onder bepaalde voorwaarden en in bepaalde omstandigheden mogelijk is om buiten het eigen specialisme te werken.

In de Wet BIG is geregeld dat verpleegkundige bepaalde verpleegkundige handelingen mogen verrichten. Daarvoor is niet alleen vereist dat een verpleegkundige in het BIG-register is ingeschreven, maar ook dat er sprake is  van bekwaamheid. Een verpleegkundige moet dus niet alleen de bevoegdheid hebben, maar ook zodanig bekwaam zijn dat de handelingen behoorlijk kunnen worden verricht. Het is niet strikt noodzakelijk dat de verpleegkundige veelal op de afdeling werkzaam is waar deze handelingen plaatsvinden. De bekwaamheid kan op peil gebracht worden door bijvoorbeeld het volgen van trainingen c.q. bijscholing. Het advies is deze bekwaamheid ook vast te leggen. De verpleegkundige die gevraagd wordt andere werkzaamheden uit te voeren dan hij/zij gewend is, dient zich te realiseren dat deze regelgeving om de hoek komt kijken.

Als er sprake is van een noodsituatie kan wel soepeler worden omgegaan met het bovenstaande. Nood breekt wet, zo blijkt ook uit de opstelling van de Minister VWS. Er zijn bijvoorbeeld maatregelen getroffen om voormalig verpleegkundigen in te kunnen zetten. Niet alleen voor de inzet van deze zorgverleners, maar ook voor het handelen buiten het eigen specialisme is de vraag of er een noodsituatie geldt van belang. Is er sprake van nood, dan geldt (zo blijkt uit de Wet BIG) de strafbepaling niet. Met andere woorden, als er sprake is van een acute situatie en een gekwalificeerde zorgverlener is niet beschikbaar, dan kan het toegestaan zijn voorbehouden handelingen te verrichten, ook al gebeurt dat volgens de regels van de wet onbevoegd. Als dit zich voordoet is het advies vast te leggen als er sprake is van een noodsituatie.

Hoewel er in deze coronacrisis sprake kan zijn van een noodsituatie, geldt nog wel dat in de betreffende situatie oog moet zijn voor kwalitatief goede zorg. Wat dat is, is afhankelijk van de omstandigheden. Het is een dynamische norm. Er wordt daarbij gekeken naar de professionele standaard in een beroepsgroep, waarbij geldt dat in individuele gevallen afwijking mogelijk is. Het kader dat VWS heeft gegeven voor de inzet van voormalige verpleegkundigen is hierbij ook van belang, omdat hierin  richtlijnen staan ten aanzien van het handelen in noodsituaties.

Kortom, handelen buiten het eigen specialisme kan, mits de verpleegkundige bekwaam is. In geval van en noodsituatie kan daar soepeler mee omgegaan en geldt de strafbepaling van de Wet BIG in principe niet. Aansprakelijkheid volgens het burgerlijk recht kan echter niet op die manier worden uitgesloten. Het is van groot belang goed vast te leggen dat er sprake is van nood en dat zoveel mogelijk de beroepsregels in acht zijn genomen.

  • Meld u nu aan voor onze nieuwsbrief!
    Wilt u op de hoogte worden gehouden van de laatste ontwikkelingen en veranderingen op juridisch gebied? Via onze nieuwsbrief krijgt u automatisch de laatste nieuwtjes via de e-mail toegestuurd.
  • Inschrijven nieuwsbrief