In de zorgsector werken zorgaanbieders regelmatig met elkaar samen. Samenwerking tussen zorgorganisaties kan verschillende vormen aannemen: van een lichte contractuele samenwerking tot een vergaande juridische integratie. Welke samenwerkingsvorm het meest passend is, hangt onder meer af van het doel van de samenwerking, de gewenste mate van zelfstandigheid en de juridische en organisatorische gevolgen daarvan. Het is daarom belangrijk om van tevoren goed stil te staan bij de verschillende mogelijkheden. In dit artikel bespreken we op hoofdlijnen de meest gangbare samenwerkingsvormen tussen zorgaanbieders.
Soorten samenwerkingen
Op hoofdlijnen kunnen drie vormen van samenwerking worden onderscheiden: bestuurlijke samenwerking, hybride samenwerking en ondernemende samenwerking.
Bestuurlijke samenwerking
De meest laagdrempelige vorm van samenwerking tussen twee of meer zorgorganisaties is een bestuurlijke samenwerking. Daarbij richten de betrokken zorgaanbieders geen nieuwe juridische entiteit op, maar maken zij onderling afspraken over onderwerpen waarop zij gezamenlijk willen optrekken. In de zorg zal het daarbij vaak gaan om thema’s als kwaliteit, capaciteitsplanning, innovatie of regionale samenwerking.
Een bestuurlijke samenwerking hoeft niet in een afzonderlijke juridische structuur te worden vormgegeven. Wel kunnen de betrokken zorgorganisaties ervoor kiezen hun afspraken schriftelijk vast te leggen.
Een belangrijk voordeel van deze vorm is dat de samenwerking flexibel in te richten is. Daarnaast behouden de betrokken zorgorganisaties hun zelfstandigheid. De betrokken zorgaanbieders blijven separate entiteiten, met ieder hun eigen rechten en verplichtingen; tussen hen komt uitsluitend een samenwerking tot stand. Juist daardoor is een bestuurlijke samenwerking minder geschikt wanneer partijen feitelijk als één organisatie willen gaan functioneren. In dat geval kan een verdergaande samenwerkingsvorm meer voor de hand liggen.
Hybride samenwerking
Een hybride samenwerking is een samenwerkingsvorm waarbij twee of meer zorgorganisaties op een specifiek deelgebied nauw met elkaar samenwerken, terwijl zij juridisch en organisatorisch zelfstandigheid blijven. Deze vorm van samenwerken is met name geschikt wanneer zorgorganisaties bepaalde taken, diensten of zorgactiviteiten gezamenlijk willen uitvoeren, zonder volledig juridisch te integreren of daarvoor een afzonderlijke rechtspersoon op te richten. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan zorgorganisaties die gezamenlijk een regionaal netwerk voor specialistische zorg vormen, maar ieder zelfstandig blijven opereren. Ook kan sprake zijn van hybride samenwerking wanneer een zorgorganisatie in onderaanneming van een andere zorgorganisatie een deel van de zorgverlening uitvoert.
Deze samenwerkingsvorm wordt doorgaans schriftelijk vastgelegd, bijvoorbeeld in een samenwerkingsovereenkomst of een overeenkomst van onderaanneming. In sommige gevallen kan uit de wet zelfs volgen dat een dergelijke samenwerking schriftelijk moet worden vastgelegd. In de overeenkomst kunnen onder meer afspraken worden opgenomen over de verdeling van bevoegdheden en verantwoordelijkheden, de uitvoering van werkzaamheden, de vergoeding, de inzet van personeel en de duur en beëindiging van de samenwerking.
Een belangrijk voordeel van een hybride samenwerking is dat zorgorganisaties gericht kunnen samenwerken op de gebieden waarop dat meerwaarde biedt, terwijl zij op andere terreinen zelfstandig blijven. Deze samenwerkingsvorm is daarmee geschikt voor situaties waarin nauwere samenwerking wenselijk – of zelfs noodzakelijk – is, maar volledige juridische integratie niet aan de orde is.
Ondernemende samenwerking
Een ondernemende samenwerking is de meest vergaande vorm van samenwerken waarbij twee of meer zorgorganisaties besluiten hun activiteiten geheel of gedeeltelijk samen te brengen en mogelijk zelfs te integreren. Anders dan bij de bestuurlijke en hybride samenwerking, blijven de betrokken daarbij niet per definitie zelfstandig opereren, maar worden bepaalde activiteiten daadwerkelijk gezamenlijk georganiseerd of geïntegreerd. Deze samenwerkingsvorm ligt met name voor de hand wanneer partijen duurzaam en intensief willen samenwerken en gezamenlijke zorgactiviteiten willen uitvoeren, bijvoorbeeld in het kader van een aanbesteding.
Ondernemende samenwerkingen kunnen verschillende juridische vormen aannemen. Voorbeelden daarvan zijn:
- Joint venture: Twee of meer zorgorganisaties richten gezamenlijk een nieuwe, zelfstandige rechtspersoon op waarin bepaalde zorgactiviteiten worden ondergebracht en gezamenlijk worden uitgevoerd. Een joint venture kan bijvoorbeeld worden vormgegeven als een coöperatie, besloten vennootschap of vennootschap onder firma, waarin verschillende zorgorganisaties zich verenigen om hun gezamenlijke belangen te behartigen en hun samenwerking te faciliteren.
- Bestuurlijke fusie: De besturen van twee of meer zorgorganisaties worden samengevoegd of nauw met elkaar verbonden, terwijl de afzonderlijke entiteiten in stand blijven. Vaak ontstaat daarbij een , doordat dezelfde personen zitting hebben in de besturen van de betrokken zorgorganisaties. Een bestuurlijke fusie kan een tussenstap vormen naar een verdergaande juridische integratie.
- Juridische fusie: Bij de gaan twee of meer zorgorganisaties juridisch op in één bestaande of nieuwe rechtspersoon. Daarbij houdt ten minste één van de betrokken zorgorganisaties op te bestaan. Dit is een van de meest vergaande vormen van juridische integratie.
Externe toezichthouders
Een belangrijk aandachtspunt bij het aangaan en vormgeven van samenwerkingen in de zorg is het toezicht door de Autoriteit Consument & Markt (“ACM“) en de Nederlandse Zorgautoriteit (“NZa“). Afhankelijk van de aard de samenwerking en de omvang van de betrokken zorgorganisaties kunnen verschillende mededingingsrechtelijke en zorgspecifieke regels van toepassing zijn.
ACM
De ACM houdt toezicht op de naleving van de mededingingsregels, waaronder het kartelverbod uit de Mededingingswet. Het kartelverbod houdt – kort gezegd – in afspraken tussen zorgorganisaties die ertoe strekken of tot gevolg hebben dat de concurrentie op (een deel van) de Nederlandse markt wordt verhinderd, beperkt of vervalst, verboden zijn.
Niet iedere samenwerking tussen zorgaanbieders is echter problematisch. Zorgaanbieders mogen binnen de mededingingsregels samenwerken. Bepaalde afspraken zijn echter in beginsel niet toegestaan, zoals prijsafspraken of afspraken over de verdeling van markten of cliënten zonder dat daarvoor een toelaatbare rechtvaardiging bestaat.
Daarnaast houdt de ACM toezicht op fusies, overnames en joint ventures. Afhankelijk van onder meer de omvang van de betrokken zorgorganisaties kan een voorgenomen samenwerking c.q. concentratie vooraf bij de ACM moeten worden gemeld. Ook zijn er ontwikkelingen waarbij gekeken wordt of de ACM ook toezicht kan houden op overname van (een reeks) kleine partijen door een grote partij, omdat op deze wijze ook een machtspositie kan ontstaan en de ACM daar anders niet op kan acteren.
NZa
Ook de NZa kan bij samenwerkingen en concentraties in de zorg een rol spelen. Op grond van de Wet marktordening gezondheidszorg houdt de NZa onder meer toezicht op de zorgmarkt en op zorgaanbieders met aanmerkelijke marktmacht.
Daarnaast geldt voor bepaalde fusies, overnames en joint ventures de zorgspecifieke concentratietoets. Op grond van de zorgspecifieke concentratietoets moet – als aan de daarvoor geldende voorwaarden is voldaan – vooraf goedkeuring van de NZa worden verkregen voordat de samenwerking c.q. concentratie tot stand mag worden gebracht.
Bij het aangaan of vormgeven van een samenwerking in de zorg is het daarom van belang om tijdig te beoordelen (i) welke toezichtregels van toepassing zijn en (ii) of voorafgaande melding bij of goedkeuring van de NZa en/of de ACM is vereist.
Vragen of hulp?
De advocaten en juristen van Eldermans|Geerts hebben ruime ervaring met juridische vraagstukken rondom samenwerkingen tussen zorgorganisaties. Wij denken graag met u mee over de samenwerkingsvorm die het beste past bij uw organisatie en doelstellingen.
Dit artikel is onderdeel van de artikelenreeks Transacties en samenwerking in de zorg. Zie ook onze andere artikelen in deze reeks: