Wet Bibob voor zorgaanbieders
Een aanvraag voor een Wtza-toelatingsvergunning, een inschrijving voor een overeenkomst in de Wmo of Jeugdwet, of de aankoop van een zorglocatie van een gemeente: in al deze situaties kan een zorgaanbieder met de Wet Bibob te maken krijgen. Een Bibob-onderzoek kan verstrekkende gevolgen hebben voor de financiering, contractering en continuïteit van een zorgorganisatie. Een zorgvuldige voorbereiding is daarom essentieel.
Wanneer krijgt een zorgaanbieder te maken met de Wet Bibob?
De Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur – kortweg de Wet Bibob – moet voorkomen dat de overheid ongewild criminele activiteiten faciliteert. De wet geeft overheidsorganisaties de mogelijkheid onderzoek te doen naar de integriteit van een zorgaanbieder en de personen en organisaties in diens zakelijke omgeving.
Voor zorgaanbieders kan de Wet Bibob onder meer relevant zijn bij:
- de aanvraag of voortzetting van een Wtza-toelatingsvergunning;
- de aanvraag, verlening of vaststelling van een overheidssubsidie;
- deelname aan een gemeentelijke aanbesteding of andere procedure voor de inkoop van Wmo-ondersteuning of jeugdhulp;
- een open-house- of toelatingsprocedure voor Wmo-ondersteuning of jeugdhulp;
- de koop, verkoop, huur of verhuur van zorgvastgoed waarbij een gemeente, provincie of andere rechtspersoon met een overheidstaak partij is;
- een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een zorglocatie, voor zover de Wet Bibob op die vergunning kan worden toegepast.
De Wet Bibob is niet van toepassing enkel omdat een overeenkomst of transactie betrekking heeft op zorg. Er moet een wettelijke Bibob-grondslag bestaan en de betrokken overheidsorganisatie moet bevoegd zijn de wet toe te passen.
Wanneer kan de overheid ingrijpen?
De kern van de Wet Bibob staat in artikel 3. Een vergunning of subsidie kan onder meer worden geweigerd of ingetrokken wanneer ernstig gevaar bestaat dat deze zal worden gebruikt om:
- uit strafbare feiten verkregen of te verkrijgen financiële voordelen te benutten: de a-grond; of
- strafbare feiten te plegen: de b-grond.
Ook kan worden ingegrepen wanneer feiten en omstandigheden erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat bij het verkrijgen of behouden van de vergunning of subsidie een strafbaar feit is gepleegd. Denk bijvoorbeeld aan valsheid in geschrifte bij het indienen van een aanvraag.
Bij de beoordeling kunnen niet alleen onherroepelijke strafrechtelijke veroordelingen worden betrokken. Ook ernstige vermoedens van strafbare feiten en overtredingen waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, kunnen relevant zijn. Daarbij gelden wettelijke eisen voor onder meer de onderbouwing, de samenhang met de aangevraagde of verleende overheidsbeslissing en de evenredigheid van een maatregel.
Niet alleen de zorgaanbieder wordt onderzocht
Kenmerkend voor de Wet Bibob is dat het onderzoek verder kan gaan dan de zorgaanbieder zelf. Ook strafbare feiten van personen en organisaties in de zakelijke omgeving van de zorgaanbieder kunnen worden meegewogen.
Het onderzoek kan zich bijvoorbeeld richten op personen die direct of indirect:
- leidinggeven aan de zorgaanbieder;
- zeggenschap uitoefenen;
- vermogen of financiering verschaffen; of
- in een zakelijk samenwerkingsverband tot de zorgaanbieder staan of hebben gestaan.
Daardoor kunnen bestuurders, aandeelhouders, uiteindelijk belanghebbenden, financiers en bepaalde zakelijke partners in beeld komen. Ook voormalige relaties kunnen onder omstandigheden relevant zijn. Een zorgaanbieder kan dus met een negatieve Bibob-uitkomst worden geconfronteerd terwijl de zorgaanbieder zelf niet bij strafbare feiten betrokken is geweest.
Het eigen Bibob-onderzoek
Een Bibob-onderzoek begint in de regel met een eigen onderzoek door de bevoegde overheidsorganisatie. De zorgaanbieder kan worden gevraagd het actuele Bibob-vragenformulier in te vullen en documenten aan te leveren over bijvoorbeeld:
- de organisatiestructuur en uiteindelijk belanghebbenden;
- bestuurders, leidinggevenden en zeggenschaphebbenden;
- aandeelhouders en andere kapitaalverschaffers;
- leningen en andere vormen van financiering;
- de herkomst van het geïnvesteerde vermogen;
- relevante zakelijke samenwerkingsverbanden;
- strafrechtelijke en bestuursrechtelijke antecedenten.
De overheidsorganisatie kan de verstrekte informatie controleren aan de hand van openbare en gesloten bronnen. Bij een Wtza-onderzoek kunnen bijvoorbeeld het Handelsregister, het Kadaster, het Centraal Insolventieregister, de openbare jaarverantwoording en beschikbare politie- en justitiegegevens worden geraadpleegd.
Volledig en zorgvuldig meewerken
Het is belangrijk dat een zorgaanbieder een Bibob-vragenformulier volledig, consistent en tijdig beantwoordt. De verstrekte informatie moet aansluiten op onder meer de statuten, aandeelhoudersregisters, financieringsovereenkomsten, jaarrekeningen en gegevens in het Handelsregister.
Dit betekent niet dat iedere informatievraag zonder meer moet worden geaccepteerd. Er kan aanleiding bestaan om te beoordelen of de vragen een wettelijke grondslag hebben, voldoende duidelijk zijn en niet verder gaan dan voor het Bibob-onderzoek noodzakelijk is. Het is verstandig daarover indien nodig tijdig juridisch advies in te winnen, zonder een reactietermijn ongebruikt te laten verstrijken.
Onderzoek door het Landelijk Bureau Bibob
Als het eigen onderzoek onvoldoende duidelijkheid geeft en er voldoende aanwijzingen bestaan voor nader onderzoek, kan de overheidsorganisatie advies vragen aan het Landelijk Bureau Bibob (LBB). Het LBB is onderdeel van Justis en heeft toegang tot meer informatiebronnen dan de overheidsorganisatie zelf. Het kan gegevens verkrijgen van onder meer de Belastingdienst, de politie, het Openbaar Ministerie, de Nederlandse Zorgautoriteit en verschillende toezichts- en opsporingsdiensten.
Het LBB kan bij beschikkingen en vastgoedtransacties concluderen dat sprake is van:
- ernstig gevaar;
- een mindere mate van gevaar; of
- geen of geen gebleken gevaar.
Een advies van het LBB is niet bindend. De overheidsorganisatie blijft verantwoordelijk voor het uiteindelijke besluit en moet controleren of het advies zorgvuldig tot stand is gekomen en of de feiten de conclusie kunnen dragen.
Het Bibob-register
Sinds 1 oktober 2022 worden bepaalde uitkomsten van Bibob-onderzoeken vastgelegd in het Bibob-register. Daarin worden onder meer geregistreerd conclusies van ernstig gevaar of een mindere mate van gevaar, conclusies uit adviezen van het LBB en meldingen dat een betrokkene zich vermoedelijk vanwege het Bibob-onderzoek uit een procedure heeft teruggetrokken.
Bevoegde overheidsorganisaties kunnen via het LBB nagaan of over een onderzochte persoon of organisatie in de afgelopen vijf jaar een relevante registratie is gedaan. Een negatieve uitkomst of een vermoedelijk Bibob-gerelateerde terugtrekking kan daardoor ook bij een latere vergunningaanvraag, aanbesteding, subsidierelatie of vastgoedtransactie opnieuw in beeld komen, met alle gevolgen voor de zorgorganisatie van dien.
Rechtsbescherming bij een negatieve Bibob-uitkomst
Indien de overheidsorganisatie op Bibob-gronden voornemens is een beslissing te nemen, moet de zorgaanbieder in beginsel de gelegenheid krijgen een zienswijze in te dienen. De zorgaanbieder moet kennis kunnen
Tegen een definitief besluit over een Wtza-toelatingsvergunning of subsidie staan doorgaans bestuursrechtelijk bezwaar en beroep open. Bij een aanbesteding, inkoopprocedure of vastgoedtransactie is meestal de civiele rechter bevoegd en kunnen korte termijnen gelden. Snel handelen is daarom belangrijk.
Bibob en de Wtza-toelatingsvergunning
De Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) biedt de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de mogelijkheid een toelatingsvergunning op Bibob-gronden te weigeren of in te trekken. Ook kunnen aan de vergunning voorschriften worden verbonden om een geconstateerd risico weg te nemen of te beperken.
Volgens de Beleidsregels Wet Bibob Wtza wordt niet iedere vergunningsplichtige zorgaanbieder standaard aan een uitgebreid Bibob-onderzoek onderworpen. De minister kan een onderzoek starten naar aanleiding van signalen of feiten en omstandigheden die vragen oproepen over de integriteit van de zorgaanbieder of diens zakelijke omgeving.
Aanleidingen kunnen bijvoorbeeld zijn signalen van de IGJ, de NZa, het Openbaar Ministerie, opsporingsinstanties of andere overheidsorganisaties. Ook een complexe of moeilijk verklaarbare vennootschaps- of eigendomsstructuur, een onduidelijke financiering of moeilijk herleidbare geldstromen en ongebruikelijke transacties, opvallend hoge winstmarges of een snelle omzetstijging kunnen bijvoorbeeld aanleiding zijn voor een onderzoek.
Dit zijn indicatoren en geen bewijs van fraude of ander strafbaar handelen. Zij kunnen afzonderlijk of in samenhang wel aanleiding geven voor nader onderzoek.
Juridische bijstand bij een Bibob-onderzoek in de zorg
Een Bibob-onderzoek kan voor zorgaanbieders ingrijpend zijn en vraagt om een zorgvuldige afhandeling van informatieverzoeken. Wij adviseren zorgaanbieders graag over juridische vraagstukken rondom de Wet Bibob, bijvoorbeeld rondom het aanleveren van opgevraagde gegevens, een voornemen tot weigering of intrekking van een beschikking of het starten van een juridische procedure naar aanleiding van de uitkomst van het Bibob-onderzoek. Denk ook aan geschillen over gemeentelijke zorginkoop, aanbestedingen en vastgoedtransacties
Wilt u meer weten over de Wet Bibob? Neem gerust contact op met één van onze medewerkers.