Feitelijke onjuistheden in een rapport IGJ? Rechter wijst verzoek tegen openbaarmaking toe

Daniël Post

Advocaat-Partner

In 2024 voerde de Inspectie van Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) maar liefst 2080 inspectiebezoeken uit bij zorgaanbieders in Nederland. Na bijna elk bezoek legt de IGJ haar bevindingen neer in een inspectierapport. Hoewel een zorgaanbieder in de gelegenheid wordt gesteld om feitelijke onjuistheden aan te kaarten, past de IGJ niet altijd het inspectierapport aan. De Rechtbank Midden-Nederland wees recent een verzoek van een zorgaanbieder toe tegen openbaarmaking van het gehele rapport. In dit artikel bespreken we deze uitspraak en de achterliggende overwegingen van de rechter.

Procedure inspectierapport IGJ

Zoals hierboven benoemd, stelt de IGJ na een inspectiebezoek een conceptrapport op. Het conceptrapport wordt eerst gedeeld met de zorgaanbieder, die hiermee in de gelegenheid wordt gesteld om hierop te reageren. Het komt regelmatig – ook in onze praktijk – voor dat zorgaanbieders zich niet kunnen vinden in de inhoud van zo’n rapport, bijvoorbeeld vanwege feitelijke onjuistheden of mogelijke privacy schending. Nadat de zorgaanbieder in de gelegenheid is gesteld om te reageren op het conceptrapport, finaliseert de IGJ het inspectierapport en besluit zij tot openbaarmaking.

De IGJ verwerkt (meestal) niet alle door de zorgaanbieder aangedragen punten in het definitieve inspectierapport. Om die reden kunnen zorgaanbieders het alsnog oneens zijn met het definitieve rapport, omdat daarin dan nog steeds feitelijke onjuistheden staan. Zorgaanbieders kunnen binnen zes weken na publicatie bezwaar maken en kunnen daarnaast een voorlopige voorziening bij de rechter (een soort bestuursrechtelijk kort geding) aanvragen om (tijdelijk) openbaarmaking van het rapport tegen te houden. In de praktijk wordt dit een verzoek om het gehele rapport niet te publiceren zelden gehonoreerd.

De kern van de zaak

In deze zaak wijst de rechter het verzoek van de zorgaanbieder tegen openbaarmaking van het gehele rapport wél toe, wegens feitelijke onjuistheden en onvoldoende zorgvuldige totstandkoming van het rapport.

De feitelijke onjuistheden in het betreffende rapport zagen op meerdere onderwerpen, zoals het aantal cliënten, opleidingsniveau en de gesprekken die met cliënten zijn gevoerd. Deze belangrijke feiten in het rapport waren – volgens de zorgaanbieder – gebaseerd op een onaangekondigd gesprek dat had plaatsgevonden. Hierdoor was de zorgaanbieder niet voorbereid en was het tevens onduidelijk of het gesprek onderdeel zou uitmaken van het onderzoek. Nadat het rapport was opgesteld, heeft de zorgaanbieder gewezen op meerdere feitelijke onjuistheden en deze onderbouwd gecorrigeerd. Toch bleef de IGJ zich baseren op de feiten uit het eerste gesprek.

Door dit alles twijfelt de zorgaanbieder aan de representativiteit van het onderzoek. Volgens de zorgaanbieder klopte het aantal cliënten dat in het rapport werd genoemd niet, omdat niet iedere ondervraagde persoon daadwerkelijk een cliënt van de zorgaanbieder was. Daarnaast voerde de zorgaanbieder aan dat er niet met een representatieve vertegenwoordiging van de cliënten was gesproken: er was maar met twee cliënten gesproken en deze gesprekken waren ook nog onjuist/onvolledig en zonder context weergegeven. Verder had de IGJ opgenomen dat een deel van de medewerkers het vereiste opleidingsniveau niet zou hebben, terwijl door de zorgaanbieder aangetoond was dat dat feitelijk onjuist was.

Het oordeel van de rechter

De voorzieningsrechter gaat mee in de standpunten van de zorgaanbieder en geeft de zorgaanbieder op meerdere onderdelen gelijk. De rechter stelde vast dat er inderdaad feitelijke onjuistheden in het rapport staan, onder andere wat betreft het aantal cliënten, de opleidingsniveaus en het aantal gesprekken met de cliënten.

Daarnaast stelde de rechter vast dat het gesprek met de zorgaanbieder onaangekondigd plaatsvond en hierbij niet duidelijk was gemaakt dat het gesprek onderdeel zou zijn van het officiële onderzoek. Hierdoor ontbreekt volgens de rechter een zorgvuldige feitelijke basis.

Gelet op bovenstaande oordeelt de voorzieningsrechter dat het inspectierapport feitelijke onjuistheden bevat en dat dit tot gevolg heeft dat het rapport niet zorgvuldig tot stand is gekomen. Ook gelet op het cliëntenbestand vraagt de rechter zich af of er met een representatieve vertegenwoordiging van het cliëntenbestand is gesproken. Het is onvoldoende duidelijk of alle relevante cliëntgroepen daadwerkelijk zijn meegenomen in het onderzoek.

De gevraagde voorlopige voorziening wordt toegewezen en daarmee is het besluit tot openbaarmaking van het rapport geschorst tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar door de IGJ.

Opvallende uitspraak

In vergelijkbare zaken, zoals deze uitspraak is – indien de rechter het verzoek toewijst – te zien dat veelal slechts een gedeelte van het rapport niet openbaar gemaakt mag worden, namelijk het deel van het rapport waarin specifiek de feitelijke onjuistheden staan. Deze uitspraak benadrukt echter dat onder bepaalde omstandigheden ruimte bestaat om een openbaarmaking van het volledige rapport tegen te gaan.

Hoewel de rechter niet expliciet motiveert waarom voor deze optie is gekozen, valt uit de overwegingen op te maken dat meerdere aspecten van het onderzoek problematisch worden geacht en de feitelijke onjuistheden (en daarmee onzorgvuldige totstandkoming) verweven zijn in het gehele rapport. Zo wijst de rechter herhaaldelijk op feitelijke onjuistheden en een onzorgvuldige totstandkoming van het rapport. Daarbij wordt geen zichtbaar onderscheid gemaakt tussen verschillende onderdelen van het rapport, maar eerder gerefereerd aan het onderzoek in brede zin. Ook de geuite twijfel over de representativiteit en volledigheid van het onderzoek lijkt daarin mee te wegen.

Tot slot

Heeft u vragen over inspectiebezoek van de IGJ, (concept)rapport van de IGJ of twijfelt u over de juistheid van een voorgenomen openbaarmaking, bel of e-mail dan gerust om daarover met ons van gedachten te wisselen.

Specialisten over dit onderwerp

Daniël Post

Advocaat-Partner 030-2393384 Lees meer

Puck Wijn

Juridisch medewerker 030-2393385 Lees meer

Gerelateerde items