Interne conflictregeling zorgaanbieder

niels-niggelie-advocaat-zog-eldermans-geerts

Niels Niggelie

Advocaat

Conflicten tussen bestuurders en leden van de interne toezichthouder kunnen, wanneer niet tijdig opgelost, de zorgorganisatie lamleggen. Dat kan ernstige gevolgen hebben voor de kwaliteit en continuïteit van zorg. Het is daarom van groot belang dat conflicten tussen bestuurders en interne toezichthouders in een vroeg stadium worden geadresseerd en adequaat worden aangepakt, zodat zo snel mogelijk een oplossing kan worden bereikt.

Zorgaanbieders en (met ingang van 1 januari 2026 ook) jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen die op grond van zorgspecifieke regels over een interne toezichthouder moeten beschikken, moeten op basis van die regels ook een interne conflictregeling opstellen. In dit artikel gaan wij nader in op de aard en betekenis van deze conflictregeling.

Wettelijke verplichting

De Wet toetreding zorgaanbieders (“Wtza”) stelt eisen aan de bestuursstructuur van bepaalde zorgaanbieders. Het betreft – kort gezegd – zorgaanbieders die op grond van de Wtza over een toelatingsvergunning dienen te beschikken (al zijn er ook bepaalde uitzonderingen op dit uitganspunt). Deze zorgaanbieders dienen een schriftelijke regeling te hebben waarin is vastgelegd hoe wordt omgegaan met conflicten tussen de interne toezichthouder en de dagelijkse of algemene leiding. Onder de ‘dagelijkse of algemene leiding’ kan bijvoorbeeld het statutaire bestuur, maar ook niet-statutaire bestuurders of directeuren, worden verstaan.

De Wtza bepaalt uitsluitend dat zorgaanbieders op inzichtelijke wijze moeten vastleggen hoe interne conflicten tussen de interne toezichthouder en de dagelijkse of algemene leiding worden geregeld. De Wtza bevat geen nadere regels omtrent de conflictregeling.

Zorgaanbieders die een rechtspersoon zijn – zoals een zorgaanbieder met de rechtsvorm van een stichting of een besloten vennootschap (BV) – moeten de wijze waarop interne conflicten tussen de interne toezichthouder en de dagelijkse algemene leiding worden geregeld in hun statuten vastleggen. In de statuten kan de conflictregeling volledig zijn uitgewerkt, maar het is ook mogelijk om in de statuten uitsluitend op te nemen dat de zorgaanbieder een schriftelijke conflictregeling heeft, waarvan de nadere uitwerking in een intern document is opgenomen.

Zorgaanbieders die geen rechtspersoon zijn – zoals zorgaanbieders met de rechtsvorm van een maatschap, vennootschap onder firma (VOF) of commanditaire vennootschap (CV) – moeten de conflictregeling anderszins schriftelijk vastleggen. Te denken valt aan een intern reglement.

Indien een zorgaanbieder niet of niet-langer voldoet aan de vereisten omtrent de schriftelijke conflictregeling kan de Wtza-toelatingsvergunning worden geweigerd of ingetrokken.

 

Verplichting op grond van de Governancecode Zorg

Het hebben van een schriftelijke conflictregeling is niet uitsluitend relevant voor zorgaanbieders die – kort gezegd – op grond van de Wtza over een toelatingsvergunning dienen te beschikken. De verplichting om te beschikken over een schriftelijke conflictregeling volgt namelijk ook uit de Governancecode Zorg 2022 (de “Governancecode Zorg”). Principe 4.1.6 van de Governancecode bepaalt namelijk dat:

“De zorgorganisatie beschikt over een schriftelijk vastgelegde regeling voor het handelen bij conflicten tussen de raad van toezicht en de raad van bestuur. Die regeling komt tot stand in overeenstemming tussen de raad van bestuur en de raad van toezicht. De regeling voorziet, indien de raad van toezicht en de raad van bestuur niet tot een oplossing kunnen komen, in de instelling van een commissie van wijzen die een bindend oordeel kan uitspreken, en/of bindende afspraken over mediation en bemiddeling.”

De Governancecode Zorg bevat geen wettelijke regels, maar is zeker niet vrijblijvend. Nadere informatie over de toepasselijkheid van de Governancecode Zorg vindt u hier.

De reikwijdte van de Governancecode Zorg is ruimer dan die van de Wtza. Hierdoor kan het voorkomen dat zorgaanbieders die op grond van de Wtza niet verplicht zijn een conflictregeling te hebben, op grond van de Governancecode Zorg alsnog over een schriftelijke conflictregeling moeten beschikken.

Conflictregeling voor jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen

Per 1 januari 2026 is de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg in werking getreden. Daardoor is in artikel 4.4.1 van de Jeugdwet een verplichting opgenomen om een interne toezichthouder te hebben en een schriftelijke conflictregeling te hebben vastgesteld voor (i) jeugdhulpaanbieders die met meer dan tien jeugdhulpverleners jeugdhulp met verblijf verlenen of doen verlenen, (ii) jeugdhulpaanbieders die met meer dan vijfentwintig jeugdhulpverleners jeugdhulp (zonder verblijf) verlenen of doen verlenen en (iii) gecertificeerde instellingen.

Conclusie

Door een conflict tussen leden van de algemene of dagelijkse leiding en leden van de interne toezichthouder kan de kwaliteit en continuïteit van zorg in het gedrang komen. Dergelijke conflicten moeten in een vroeg stadium worden geadresseerd en adequaat worden aangepakt. Op grond van de wet en de Governancecode Zorg dienen zorgaanbieders, jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen over een schriftelijke conflictregeling te beschikken. Daarom, maar ook gelet op het belang van het hebben van een dergelijke regeling als zodanig, verdient deze verplichting aandacht.

Indien u vragen heeft over de conflictregeling of overige zorgspecifieke onderwerpen, dan kunt u contact met ons opnemen.

Specialisten over dit onderwerp

Gerelateerde items