Nieuwe regels Jeugdwet: interne toezichthouder straks verplicht voor (deel van) jeugdhulpaanbieders!

Céline Peersman

Advocaat

Op 7 oktober 2025 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het Wetsvoorstel Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg. Dit wetsvoorstel omvat diverse wijziging ten aanzien van de jeugdzorg (waaronder t.a.v. regionale inkoop) maar omvat ook de verplichting voor jeugdhulpaanbieders om een interne toezichthouder in te stellen. De nieuwe wet gaat in op 1 januari 2026. In dit artikel gaan wij in op enkele belangrijke punten ten aanzien van het intern toezicht.

Reikwijdte

De volgende jeugdhulpaanbieders zijn door deze wetswijziging verplicht een interne toezichthouder aan te stellen:

  • Gecertificeerde instellingen, ongeacht het soort zorg en ongeacht het aantal jeugdhulpaanbieders;
  • Een jeugdhulpaanbieder die jeugdzorg met verblijf verleent (of doet verlenen) met meer dan 10 jeugdhulpverleners;
  • Een jeugdhulpaanbieder die ambulante jeugdzorg verleent (of doet verlenen) met meer dan 25 jeugdhulpverleners

Indien de jeugdhulpaanbieder ook een zorgaanbieder is (dus van Wlz- en/of Zvw zorg), worden voor die instelling werkende zorgverleners en jeugdhulpverlener bij elkaar opgeteld.

Samenstelling interne toezichthouder

Er is een aantal eisen geformuleerd ten aanzien van de samenstelling van de interne toezichthouder, waaronder:

  • De interne toezichthouder moet bestaan uit minimaal drie natuurlijke personen.
  • Leden mogen maximaal twee termijnen van vier jaar vervullen (dus maximaal acht jaar in totaal).
  • Er moet een profielschets zijn voor toezichthouders, die rekening houdt met het type organisatie, benodigde deskundigheid en achtergrond van de leden.
  • Onafhankelijkheid moet geborgd zijn: leden mogen bijvoorbeeld geen andere zakelijke relaties of familiebanden hebben met de organisatie, het mogen ook geen leden zijn van de dagelijkse of algemene leiding dan wel burgemeester of wethouder mag zijn die verantwoordelijk is voor het beleid rondom jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering.
  • Financiële vergoedingen aan toezichthouders moeten “passend” zijn, maar mogen niet zorgen voor afhankelijkheid van de organisatie.
  • De taakuitoefening van de toezichthouder moet zich richten op meerdere belangen: het belang van de jeugdhulpaanbieder, het maatschappelijke belang én het belang van betrokkenen.

Veel van deze eisen lijken op de onafhankelijkheidseisen voor een interne raad van toezicht, die we kennen uit de WTZa (geldend in de Zvw/Wlz zorg).

Daarnaast moet de organisatie stimuleren dat ten minste één lid van de interne toezichthouder een ervaringsdeskundige is. Dit kan iemand zijn die:

  • zelf jeugdhulp heeft ontvangen of onder een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering heeft gestaan;
  • ouder is van iemand die dergelijke hulp of maatregelen heeft ontvangen; of
  • werkzaam is of is geweest als jeugdarts, jeugdhulpverlener of medewerker van een gecertificeerde instelling.

Tot slot

Het is van belang om het intern toezicht tijdig vast te leggen in statuten of reglementen. Immers dient de verantwoordelijkheidsverdeling tussen de interne toezichthouder en de dagelijkse of algemene leiding, alsmede een conflictregeling, schriftelijk te worden vastgelegd.

Indien u onze juridische bijstand wenst ten aanzien van het opstellen van deze documenten, dan kunt u uiteraard contact met ons opnemen.

Specialisten over dit onderwerp

Gerelateerde items