MENUMENU
Eldermans | Geerts Advocaten
Juridisch specialist in de zorg

Verwarring over het Kwaliteitsstatuut – deel 2

Inzetten van hulppersoneel bij vrijgevestigde GGZ-praktijkenkwaliteitsstatuut

Naar aanleiding van eerder artikel is het kwaliteitsstatuut aangepast. GGZ zorgaanbieders met personeel in loondienst kunnen alsnog een Kwaliteitsstatuut voor vrijgevestigden invullen en indienen. Hiermee is een belangrijk knelpunt weggenomen voor van rechtswege toegelaten zorginstellingen, zoals groepspraktijken en kleine zorginstellingen.

Deze aanpassing heeft echter niet tot een oplossing geleid van alle problemen voor praktijken met personeel. In de GGZ sector is namelijk nog altijd onduidelijkheid over de vraag of het inzetten van hulppersoneel in de GBGGZ (vrijgevestigde) is toegestaan.

Door middel van dit artikel willen wij inzichtelijke maken waar deze onduidelijkheid met name in zit en op welke manier dit probleem kan worden opgelost.

Voor de beantwoording van deze vraag zullen wij derhalve 3 aspecten belichten die relevant zijn voor de beantwoording of het een vrijgevestigde praktijk is toegestaan om medebehandelaren in te zetten.

NZa

De NZa heeft in haar regelgeving niet verboden medebehandelaren in te zetten. Zij heeft ook niet opgenomen dat dit wel toegestaan is. De reden dat wij het van belang vinden om eerst de tariefbeschikking van de NZa te analyseren is omdat enkel prestaties die door de NZa zijn omschreven (inclusief de voorwaarden die daarbij gelden) in rekening mogen worden gebracht.

De NZa heeft in haar nadere regel (NR/REG-1735) wel diverse bepalingen opgenomen over de medebehandelaar. Dat de NZa de inzet van medebehandelaren mogelijk acht volgt indirect ook uit de verplichting dat de regiebehandelaar wel directe tijd moet hebben besteed. Het lijkt er dus op dat het is toegestaan medebehandelaren in te zetten. Wij leggen hier express de nadruk op het woord lijkt omdat de NZa dit niet expliciet bepaalt en de NZa bij haar prestaties geen onderscheid maakt tussen geleverde GBGGZ door een vrijgevestigde of door een instelling. Hoewel de NZa bepalingen over de medebehandelaar heeft opgenomen biedt de tariefbeschikking en nadere regelgeving geen definitief uitsluitsel. Bovendien is het niet verboden dat in nadere regelgeving of overeenkomsten een nadere beperking wordt opgenomen, de NZa-regelgeving bepaalt het minimum waaraan voldaan moet worden, zwaardere of strengere eisen zijn toegestaan.

Zorgverzekeraars

Gelet hierop is ook van belang wat zorgverzekeraars in hun overeenkomsten opnemen. Het is zorgverzekeraars immers toegestaan om binnen de grenzen die door de NZa wordt afgebakend nadere voorwaarden te stellen. Een voorbeeld van een voorwaarden die door de zorgverzekeraars gesteld kan worden is de afbakening van de groep van aanbieders die de zorg mogen leveren. Zoals jullie ook in onze beoordelingen van de overeenkomst hebben kunnen lezen stellen diverse zorgverzekeraars (beperkende) voorwaarden aan het inzetten van medebehandelaren. Een veel voorkomende begrenzing ziet op de verhouding regiebehandelaar medebehandelaar. Een zorgverzekeraar staat het gebruik van medebehandelaren toe in de verhouding van bijvoorbeeld 80/20. Waarbij 80 procent van de behandeling uitgevoerd moet worden door de regiebehandelaar en 20 procent door een medebehandelaar verricht mag worden.

De zorgverzekeraars laten zich dus wel expliciet uit over het inzetten van medebehandelaren en staan dit toe. Vermoedelijk houden zij bij berekening van de tarieven en/of het gemiddelde bedrag per verzekerde ook rekening dat aanbieders gebruik maken van medebehandelaren. Door het inzetten van medebehandelaren kan een deel van de zorg voor een lager tarief uitgevoerd worden waardoor de zorgkosten per patiënt iets lager kunnen uitvallen.

Het veld cq het kwaliteitsstatuut

Het (model)kwaliteitsstatuut, die aanbieders per 1 januari 2017 moeten hebben, verdeelt de sector in 2 groepen (secties), de vrijgevestigde en de instellingen. Er worden diverse criteria gehanteerd om te bepaling of er sprake is van een instelling of een vrijgevestigde praktijk. Deze criteria hoeven niet per definitie gelijk te zijn aan de criteria die door de  zorgverzekeraars gebruikt worden bij de zorginkoop.

In artikel 5 van het kwaliteitsstatuut wordt bepaald wanneer u sectie II (vrijgevestigden) of sectie III (GGZ-instellingen) moet invullen.

Daarin wordt o.a. bepaald dat een zorgaanbieder valt onder sectie II indien:

  • De regiebehandelaar is persoonlijk zorginhoudelijk verantwoordelijk, levert de zorg zelfstandig, tenzij er sprake is van een opleidingssituatie (een opleiding wordt niet beschouwd als medebehandelaar) of waarneming.
  • De bepaling van een vrijgevestigde aanbieder of instelling gebeurt aan de hand van de AGB-code van de praktijk

De bepalingen dat regiebehandelaren binnen de vrijgevestigden praktijken alle zorg zelfstandig leveren (opleiding en waarneming daargelaten) betekent kort gezegd dat het dus niet is toegestaan om een deel van de zorg door een ander (medebehandelaar) te laten uitvoeren.

In sectie II van het kwaliteitsstatuut is opgenomen onder het kopje behandeling dat “in de vrijgevestigde praktijk voert de regiebehandelaar de behandeling in principe zelf uit”.

Door de toevoeging dat de regiebehandelaar in principe de behandeling zelf uitvoert wordt er enige ruimte geboden. Deze ruimte kan gezien worden als ruimte voor het inzetten van hulppersoneel, maar dit kan ook verwijzen naar de opleiding en waarnemer.

Voor instellingen geldt deze eis niet, en kan de regiebehandelaar wel medebehandelaren inzetten. Een eenvoudige oplossing zou dan kunnen zijn dat de vrijgevestigde praktijk die gebruik maakt van medebehandelaren niet sectie II maar sectie III invult. De hierboven aangehaalde manier van vaststellen of sprake is van een vrijgevestigde of een instelling staat dit echter in de weg. Voor deze bepaling is immers de AGB-code leidend.

De keurende instantie van de statuten heeft, na navraag, aangegeven dat statuten die ter goedkeuring worden aangeboden waarbij sprake is van een verkeerde AGB code niet goedgekeurd zullen worden.

Status kwaliteitsstatuut

Hoewel de NZa en de zorgverzekeraar het inzetten van medebehandelaren binnen de GBGGZ goedkeuren lijkt het kwaliteitsstatuut de vrijgevestigde praktijken te beperken. Wat betekent dat?

Het kwaliteitsstatuut is een zwaarwegende (beroeps)veldnorm. Afwijken van een veldnorm is in individuele gevallen mogelijk, maar moet gemotiveerd worden. Het is niet de bedoeling dat aanbieders structureel afwijken van het kwaliteitsstatuut door een algemene motivering te hanteren dat zij standaard hulppersoneel inzetten om een bepaalde reden. Het niet houden aan uw eigen kwaliteitsstatuut brengt het risico met zich dat de inspectie voor de gezondheidszorg (IGZ) hier kritisch naar zal kijken indien hiertoe aanleiding is. Het kwaliteitsstatuut mag niet als “wassen neus” gebruikt worden waar structureel van wordt afgeweken.

Oplossing

De onduidelijkheid die is veroorzaakt moet zo spoedig mogelijk worden weggenomen. Dit kan ons inziens op meerdere manieren. Een eerste oplossing ziet op het creëren van de mogelijkheid dat vrijgevestigde praktijken met medebehandelaren sectie III mogen invullen. Het kwaliteitsstatuut moet hier marginaal op worden aangepast zodat het niet meer relevant is wat voor soort AGB code de zorgaanbieder heeft respectievelijk de AGB code van de vrijgevestigden moet ook voor sectie iii mogelijk worden gemaakt. Daarnaast moet de toetsende instantie een kwaliteitsstatuut van een vrijgevestigde voor sectie iii wel accepteren.

Een andere optie is het verwijderen van de tekst levert de zorg zelfstandig in het algemene gedeelte van het kwaliteitsstatuut. Er kan dan voor gekozen worden een nadere invulling te geven op het inzetten van de medebehandelaar.

Op dit moment is het veld in ongewis en dit moet snel veranderen.

Deel dit verhaal:
  • Meld u nu aan voor onze nieuwsbrief!
    Wilt u op de hoogte worden gehouden van de laatste ontwikkelingen en veranderingen op juridisch gebied? Via onze nieuwsbrief krijgt u automatisch de laatste nieuwtjes via de e-mail toegestuurd.
  • Inschrijven nieuwsbrief