Ontbreken toestemming één gezaghebbende ouder bij vechtscheiding ouders: tuchtrechtelijke gevolgen voor tandarts

Puck Wijn

Juridisch medewerker

Bij de behandeling van minderjarigen geldt als uitgangspunt dat een zorgverlener mag afgaan op de toestemming van één aanwezige ouder, tenzij het gaat om een ingrijpende behandeling of er aanwijzingen bestaan dat één van de ouders mogelijk niet instemt met de behandeling. In praktijk kan dat tot lastige afwegingen leiden, vooral als ouders in een (vecht)scheiding liggen. Eerder schreven wij al een artikel toestemming bij minderjarige cliënten in dergelijke situaties.

In de uitspraak van 13 maart 2026 heeft het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam (hierna: ‘’RTG’’) zich gebogen over een klacht van de moeder van een minderjarige patiënt tegen een tandarts, waarbij één van de klachtonderdelen zag op die toestemming. In dit artikel bespreken wij deze uitspraak.

Wat speelde er in deze zaak?

In deze zaak staat een beoogde behandeling van een minderjarige patiënt centraal. Vader verzoekt om een behandeling van zijn zoon (patiënt) bij de tandarts onder algehele narcose en stuurt daarbij een spoedverwijzing mee. Naar aanleiding hiervan wordt een consult ingepland met de vader en patiënt, maar zonder de moeder. Uit de aantekeningen van de tandarts in het medisch dossier is af te leiden dat hij bekend was met de (vecht)scheiding van de ouders. Omtrent het informed consent is vervolgens opgenomen: “Informed consent: beide ouders gezag”. Vader stemt na het consult in met een behandeling onder narcose en ondertekent het informed consent-formulier.

Een week voor de behandeling stuurt de moeder van de patiënt een mail naar de tandarts dat zij geen toestemming verleent, omdat zij onvoldoende is geïnformeerd en niet betrokken is geweest bij de besluitvorming. Hierdoor wordt de behandeling uitgesteld. Tijdens een latere controleafspraak verschijnt alleen de vader (en niet de moeder en de patiënt). De tandarts concludeert vervolgens dat het een moeizame situatie is waarvan de patiënt de dupe is en besluit contact op te nemen met Veilig Thuis. Er vindt een aantal keer telefonisch overleg plaats tussen de tandarts en Veilig Thuis, waarna de tandarts – op aanraden van de vertrouwensarts van Veilig Thuis – een afspraak inplant met de moeder en de patiënt (zonder de vader). Na deze afspraak spreken de tandarts en de moeder af om een week later een definitief besluit te nemen over de behandeling. Moeder vraagt in de tussentijd het medisch dossier op en dient eerst bij de klachtenfunctionaris een klacht in en dient vervolgens, na een deels afgewezen correctieverzoek, een tuchtklacht in.

Moeder verwijt de tandarts dat (a) hij zonder haar toestemming medische handelingen heeft voorbereid en haar niet heeft geïnformeerd, (b) er onjuiste dossierinformatie is opgenomen, (c) een ongegronde melding bij Veilig Thuis is gedaan zonder haar daarover te informeren, (d) grensoverschrijdend en discriminerend gedrag heeft vertoond en (e) meermaals heeft geweigerd om onjuiste dossierinformatie te corrigeren.

Hoe oordeelde het tuchtcollege?

De vraag staat centraal of de tandarts de zorg heeft verleend die van een redelijk bekwame en redelijk handelende tandarts mag worden verwacht, waarbij rekening dient te worden gehouden met de geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden.

Klachtonderdeel a) zonder toestemming van klaagster medische handelingen voorbereid, haar onvoldoende geïnformeerd en haar buiten de besluitvorming gehouden

Voor het uitvoeren van de behandelingsovereenkomst is in beginsel toestemming van de patiënt vereist. Bij minderjarigen onder de twaalf jaar is toestemming nodig van de ouders die het gezag op hem uitoefenen. In de KNMG-wegwijzer is opgenomen dat indien één van de ouders verschijnt, de arts er in beginsel vanuit mag gaan dat de andere ouder toestemming heeft gegeven, tenzij sprake is van een ingrijpende ongebruikelijke behandeling of aanwijzing bestaat dat de niet-aanwezige ouder mogelijk een andere mening heeft over de behandeling.

Het RTG is van mening dat de tandarts op bepaalde onderdelen niet heeft gehandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende tandarts mag worden verwacht.  De tandarts heeft weliswaar juist gehandeld door tijdens het eerste consult te vragen wie het gezag had over de patiënt, maar de tandarts mocht er – gelet op het feit dat de tandarts op de hoogte was van de vechtscheiding en de naar aard ingrijpende behandeling voor de zoon – niet vanuit gaan dat de moeder zonder meer toestemming gaf voor de behandeling. Daarnaast acht het RTG het als onzorgvuldig dat de tandarts niet eerder en proactief de moeder heeft geïnformeerd over het behandelplan van haar zoon.

Het RTG verklaart dit klachtonderdeel gegrond.

Klachtonderdeel c) het doen van een ongegronde melding bij Veilig Thuis

Van zorgverleners mag worden verwacht dat zij bij mogelijke signalen van verwaarlozing of het uitblijven van noodzakelijke zorg handelen conform de Meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling. De hulpverlener dient de Meldcode, en de stappen die hierin staan opgenomen, chronologisch af te lopen. In stap 2 van de Meldcode is opgenomen dat overleg met een deskundige  anoniem dient te worden gedaan. Deze anonimiteit is nodig, zodat er advies kan worden ingewonnen zonder dat er direct een melding wordt gemaakt of herleidbare gegevens worden gedeeld.

Het RTG komt tot de conclusie dat de tandarts het overleg met Veilig Thuis niet anoniem heeft gevoerd. De tandarts heeft namelijk contact opgenomen met een medewerker (contactpersoon van het gezin) via een door de vader verkregen e-mailadres. Dat Veilig Thuis het gezin al kende, doet daar niets aan af.

Ook dit klachtonderdeel is gegrond verklaard.

Klachtonderdelen b), d) en e) onjuiste en niet geverifieerde informatie in het dossier, grensoverschrijdend en discriminerend gedrag en het herhaaldelijk weigeren om informatie te corrigeren

De drie overige klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard door het RTG. Hierbij overweegt zij dat het verwijt van grensoverschrijdend of discriminerend gedrag onvoldoende is onderbouwd en geen steun vindt in het dossier, de stukken of het overleg met Veilig Thuis. De klachtonderdelen b en e worden gezamenlijk behandeld. Daarover oordeelt het RTG dat de dossiervoering zorgvuldig is en conform de geldende normen. Ook is er geen sprake van een onterechte weigering tot rectificatie.

Gevolgen voor tandarts

Bij het bepalen van de maatregel weegt het RTG mee dat de tandarts handelt uit zorg voor zijn patiënt en inmiddels inziet dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld. De tandarts erkent dat hij de moeder eerder had moeten betrekken en heeft zijn interne werkwijze aangepast, zodat beide gezaghebbende ouders schriftelijk toestemming moeten verlenen. Het RTG legt een waarschuwing op, mede vanwege het reflecterend vermogen van de tandarts.

Specialisten over dit onderwerp

Gerelateerde items