Begin april 2024 is bij de Tweede Kamer het Wetsvoorstel verbetering beschikbaarheid jeugdzorg ingediend en deze is 15 april 2025 aangenomen. Dit wetsvoorstel bevat onder andere nieuwe eisen met betrekking tot de bestuursstructuur, maar ook omtrent de openbare jaarverwoording. Daarnaast is ook de ontwerpregeling Openbare jaarverantwoording Jeugdwet ter internetconsultatie aangeboden. Met deze regeling wordt nadere invulling gegevens aan de in het Wetsvoorstel opgenomen bepalingen ten aanzien van de jaarverantwoording. In dit artikel bespreken wij de ontwikkelingen rondom de bestuursstructuur en de openbare jaarverantwoording.
Bestuursstructuur – extra eisen interne toezichthouder
In het wetsvoorstel is opgenomen dat jeugdhulpaanbieders die met meer dan tien jeugdhulpverleners jeugdhulp met verblijf (doen) verlenen, de jeugdhulpaanbieders die met meer dan vijfentwintig jeugdhulpverleners jeugdhulp (doen) verlenen, en (alle) gecertificeerde instellingen worden verplicht om een interne toezichthouder te hebben. In aanvulling op de eisen die we kennen uit de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza), indien van toepassing, moet de interne toezichthouder voor de jeugdhulp op basis van dit wetsvoorstel bestaan uit tenminste drie natuurlijke personen, waarvan één persoon met persoonlijke ervaring in de jeugdzorg. Dit laatste vereiste is in de bijbehorende AMvB (het Besluit Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg) opgenomen.
Daarnaast is een belangrijk punt dat de voor die instelling werkende zorgverleners als jeugdhulpverleners meetellen, als een jeugdhulpaanbieder ook instelling in de zin van de Wtza is. Kortom, alle zorgverleners en jeugdhulpverleners worden dan bij elkaar opgeteld, ongeacht of zij enkel in het kader van de jeugdhulp of het kader van de Zvw/Wlz werken. Het is dus niet mogelijk de teams – voor zover dat inhoudelijk al mogelijk zou zijn – voor het berekenen van de maatstaf onder te verdelen in een team van bijvoorbeeld 7 personen dat in het kader van de Zvw/Wlz werkt en een team dat in het kader van de Jeugdwet actief is; er wordt naar het totaal gekeken.
Uitzonderingen
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen uitzonderingen worden gemaakt. Gedacht wordt aan uitzonderingen voor aanbieders die uitsluitend in vervoer voorzien en aan gemeenten die zelf in eigen beheer jeugdhulp verlenen. Opmerking verdient wel dat de uitzondering voor (kort samengevat) ambulante zorgaanbieders met niet meer dan vijfentwintig (en straks 50) zorgverleners uit de Wtza wordt hier niet overgenomen. De wetgever meent overigens dat die uitzondering voor jeugdhulpaanbieders überhaupt geen of nauwelijks uitkomst zou bieden, omdat jeugdhulpaanbieders altijd begeleiding leveren, waarvoor ook de grens van 11 in de Wtza geldt.
Het vervolg
Hoewel de Tweede Kamer het wetsvoorstel heeft aangenomen, moet Eerste Kamer zich hier nog over buigen. Het is dus afwachten hoe dit zal uitpakken, maar er is een reële kans dat het voorstel wordt aangenomen. Dit soort wetten kennen overigens meestal een overgangsperiode waarin aanbieders de tijd krijgen aan de verplichtingen te voldoen. Bij de Wtza was de overgangsperiode twee jaar.
Openbare jaarverantwoording
Naast aanvullende eisen omtrent de bestuursstructuur zijn er in de ontwerpregeling Openbare jaarverantwoording Jeugdwet bepalingen opgenomen die nadere invulling geven ten aanzien van bepalingen uit het Wetsvoorstel verbetering beschikbaarheid jeugdzorg die zien op de openbare jaarverantwoording. Er werd vaak gezien dat jeugdhulpaanbieders hun financiële bedrijfsvoering onvoldoende op orde hadden, wat kan resulteren in negatieve gevolgen voor de beschikbaarheid van jeugdzorg. Door de aanvullende eisen aan de financiële administratie uit het wetsvoorstel wordt gepoogd meer zekerheid te krijgen voor de jeugdzorg.
Grondslag voor in de Jeugdwet
In het wetsvoorstel wordt namelijk voorgesteld artikel 4.5.2 op te nemen in de Jeugdwet. Hierin is onder andere opgenomen dat de jeugdhulpaanbieder, niet zijnde een solist, en een gecertificeerde instelling over elk kalenderjaar een jaarverantwoording opmaakt en deze openbaar maakt. Deze jaarverantwoording bestaat uit een financiële verantwoording en aanvullende informatie rondom de financiële verantwoording en andere informatie rondom de bedrijfsvoering. Deze aanvullende informatie wordt in de regeling nader uitgewerkt.
Uitwerking in de ministeriële regeling
De Regeling Openbare jaarverantwoording Jeugdwet is de ministeriële regeling waarnaar wordt verwezen in het wetsvoorstel. De regeling bevat een uitwerking van de verplichting voor jeugdhulpaanbieders – met uitzondering van solisten – en gecertificeerde instellingen tot het hebben van een openbare jaarverantwoording. Hierbij is zoveel mogelijk aangesloten bij de Regeling openbare jaarverantwoording WMG die geldt voor zorgaanbieders. Ook wordt er in de regeling gedifferentieerd naar de verschillende categorieën van jeugdhulpaanbieders c.q. gecertificeerde instellingen. Voor combinatie-instellingen (organisaties die zowel jeugdhulp als zorg aanbieden) geldt dat zij uitsluitend hoeven te voldoen aan de Regeling openbare jaarverantwoording WMG.
Wij gaan in op de belangrijkste punten uit de regeling:
-
Vereisten micro, klein en middelgroot
In de regeling is opgenomen wanneer een jeugdhulporganisatie wordt gekwalificeerd als micro, klein of middelgrote instelling. Voor de verschillende groottes jeugdhulpaanbieders gelden diverse eisen. Hierbij is het uitgangspunt hoe kleiner de aanbieder, hoe minder informatie er dient te worden aangeleverd.
-
Toepasselijke modellen en regels financiële stukken
Er zijn diverse modellen opgesteld die een aanbieder kan gebruiken voor het opstellen van de jaarrekening. De jeugdhulpaanbieder dient na te gaan welk model voor de organisatie van toepassing is. Indien de jeugdhulpaanbieder een eenmanszaak is, dan wel een personenvennootschap dient hij mogelijk te kijken naar bijlage 2 of 3 van de regeling.
-
Verklaring van de accountant
De financiële verantwoording moet worden voorzien van een verklaring van een accountant. Afhankelijk van de grootte van de organisatie kan dit een controleverklaring zijn. Voor kleinere organisaties gelden vereenvoudigder eisen.
-
Andere informatie over de bedrijfsvoering
De jeugdhulpaanbieder dient ook informatie aan te leveren overeenkomstig bijlage 4 van de ontwerpregeling. In deze bijlage zijn twee verschillende vragenlijsten opgenomen. Vragenlijst 1 is van toepassing op micro-aanbieders en vragenlijst 2 op de overige aanbieders. In vragenlijst 1 dient de jeugdhulpaanbieder aan te geven welke vormen van zorg zijn verleend, evenals aantallen van zorgverleners (en jeugdhulpverleners) en cliënten. Hiervan wordt niet alle informatie openbaar gemaakt. In vragenlijst 2 worden voornoemde vragen ook gesteld, maar worden aanvullende vragen gesteld bijvoorbeeld over het ziekteverzuim, het aantal vacatures en het percentage uitbesteding van de zorg.
Tot slot
Het is dus afwachten hoe het zal uitpakken met betrekking tot het wetsvoorstel en de ontwerpregeling. Over het wetsvoorstel dient de Eerste Kamer nog te beslissen. Daarnaast is het de vraag wanneer de wet inwerking zal treden, aangezien vaak bij dit soort wetten een overgangsperiode wordt gehanteerd.

