MENUMENU
Eldermans | Geerts Advocaten
Juridisch specialist in de zorg

Persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders in de zorg

In deze uitspraak van de week staat de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 juli 2018 centraal. Het hof komt daarin tot vaststelling van aansprakelijkheid van bestuurders bij een zelfstandig behandelcentrum (ZBC). Al hoeft u niet direct te vrezen, want voor aansprakelijkheid is veel nodig en deze bestuurders maken het bont, toch is het goed dat iedere bestuurder in de zorg van deze uitspraak kennis neemt.

 

Aan welke maatstaf wordt bestuurdersaansprakelijkheid jegens een derde getoetst?

Er moet sprake zijn van onrechtmatig handelen, waarbij de bestuurder een ernstig verwijt te maken valt. Het criterium is dat aan een bestuurder kan worden verweten te hebben bewerkstelligd of toegelaten dat de door hem bestuurde rechtspersoon een eerder door haar aangegane overeenkomst niet nakomt en daardoor aan haar wederpartij schade berokkent. In dit verband gaat het dan om de verplichtingen van de stichting/ZBC jegens haar patiënten.

 

Wat was er aan de hand?

In een ZBC in de kaakchirurgie oefende een kaakchirurg haar praktijk uit. Zij maakte daarvoor gebruik van de faciliteiten van het betreffende ZBC (een stichting). Zo huurde zij ruimte in het pand en maakte zij gebruik van de diverse in dit pand aanwezige voorzieningen. Na een toezichtbezoek bij de stichting heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) op 2 maart 2011 het een en ander op te merken over de hygiëne, infectiepreventie en medicatieveiligheid. Het ging daarbij vooral om problemen met een autoclaaf, die in het ZBC gebruikt werd voor de sterilisatie van het instrumentarium. Dat apparaat stond in het ZBC, maar was eigendom van een derde partij.

De IGZ stelt een plan van aanpak ter verbetering op, maar de stichting geeft daar onvoldoende gehoor aan. Op 28 maart 2012 vindt een hercontrole plaats, waarna de conclusie volgt dat in de stichting niet werd voldaan aan de voorwaarden voor verantwoorde zorg, dat de processen niet voldoende waren geborgd. De patiëntveiligheid kwam in het geding. Wat volgde was de sluiting van de OK-faciliteiten (o.a.) en dat werd ook door de media opgepikt. Dat niet alleen, maar ook werden de patiënten van de kaakchirurg aangeschreven in het kader van een zogenoemde lookback-actie over besmettingen met hepatitis of HIV. Daarop is een artikel in de Telegraaf verschenen en zijn Kamervragen gesteld. De kaakchirurg heeft toen een nieuwe werkplek gezocht.

 

De beoordeling van het gerechtshof

Geen redelijk denken bestuurder van een ZBC zou onder de gegeven omstandigheden hebben doorgemodderd met een zo onbetrouwbare en onveilige autoclaaf. Dat is de slotsom van de beoordeling van het hof en vat het mooi samen. Hoe komt het hof hiertoe?

Het bestuur had de infectiepreventie en hygiënemaatregelen na het toezichtbezoek en het vergrootglas van de IGZ tot een “Chefsache” moeten maken; hoge prioriteit moeten geven dus. Zij mochten dit niet overlaten aan een zorgmanager, hadden zelf afdoende maatregelen moeten nemen en waarborgen ter voorkoming van besmetting van patiënten moeten inbouwen. In plaats daarvan was er volgens het bestuur niet veel aan de hand, terwijl de autoclaaf diverse defecten had (zoals storingen, een defecte printer en niet adequate reiniging en desinfectie) en de eigenaar bleef doormodderen. Dit wetende, ging de stichting door het met het gebruik, terwijl daarmee de veiligheid van de patiënten in het geding kwam. Ze hadden volgens het hof vervanging of een

zeer grondige revisie van de verouderde en mankementen vertonende autoclaaf moeten afdwingen. Anders hadden zij op een andere manier sterilisatie dienen te regelen.

Aldus hebben de bestuurders, in strijd met hun kernaandachtsgebied, toegelaten dat de stichting haar wettelijke en contractuele verplichtingen ten opzichte van de veiligheid en gezondheid van haar patiënten niet nakwam, waarvan hen, mede gelet op hun verplichting tot een behoorlijke taak uitoefenen een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Zij hadden redelijkerwijs behoren te begrijpen dat (..) de inspectie (..), tot sluiting zou overgaan met een angstgolf tot gevolg bij de behandelde patiënten en alle publiciteit van dien, waardoor de kaakchirurg, die mocht vertrouwen op deugdelijke gesteriliseerde medische instrumenten, ernstig zou worden gedupeerd omdat de sluiting ook op haar zou afstralen.

Dit levert een ernstig verwijt op, zodat de bestuurders aansprakelijk zijn jegens de kaakchirurg. Het hof wijst vervolgens een voorschot op de schadevergoeding toe.

 

Tot slot

Niet alleen dit gerechtshof, maar ook het Gerechtshof in Den Haag heeft zich onlangs over bestuurdersaansprakelijkheid in de zorg gebogen. Een passage uit die uitspraak is ook goed om voor ogen te houden: “Van bestuurders van een zorginstelling mag worden verwacht dat zij zodanig zicht hebben op de bedrijfsvoering, de administratie en de declaraties dat een grootschalige fraude niet tot de mogelijkheden behoort.” Dit ging om een fraudezaak en een andere setting dus, maar ook een aanwijzing dat onwetendheid en stilzitten niet gewaardeerd wordt door het hof. Maar er hoeft niet direct gevreesd te worden: persoonlijke aansprakelijkheid voor tekortschieten in de zorgverlening is de uitzondering en er moet veel mis zijn gegaan, wil bestuurdersaansprakelijkheid aan de orde zijn. Een aantal punten in de besproken uitspraak zijn wel goed om mee te nemen.  Zorg dat u goed op de hoogte bent en neem maatregelen als dat nodig is.

Deel dit verhaal:
  • Meld u nu aan voor onze nieuwsbrief!
    Wilt u op de hoogte worden gehouden van de laatste ontwikkelingen en veranderingen op juridisch gebied? Via onze nieuwsbrief krijgt u automatisch de laatste nieuwtjes via de e-mail toegestuurd.
  • Inschrijven nieuwsbrief