PTSS-Hulphond is geen WMO-zorg

In de uitspraak van Rechtbank Oost Brabant van 30 januari 2019 is bepaald dat een patiënt met een chronische posttraumatische stressstoornis (PTSS) geen aanspraak heeft op het inzetten van een hulphond. De reden daarvoor is dat behandeling van stoornissen niet valt onder de reikwijdte van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

Belang van hulphond voor de patiënt

In deze zaak stond niet ter discussie dat de hulphond een belangrijke functie vervult voor de patiënt. De vraag die centraal stond was of de hulphond vooral een ondersteunende functie heeft of een therapeutische functie.

Behandeling of ondersteuning

Hoewel duidelijk was dat de stoornis van de patiënt (chronisch) niet meer zou overgaan, en de patiënt dus niet meer behandeld zou kunnen worden om van de stoornis af te komen, werd niet aangenomen dat sprake was van een ondersteunende functie.

Ter onderbouwing is stilgestaan bij vier soorten behandeling:
1) het aangrijpen op de aandoening zelf.
2) het aangrijpen op de stoornissen.
3) het aangrijpen op de beperkingen die door de stoornissen ontstaan.
4) het aangrijpen op de handicap die de cliënt ervaart als gevolg van de beperkingen.

Vervolgens wordt door de arts geconcludeerd dat de hulphond vooral voor de onder 2) benoemde behandeling wordt ingezet: behandeling van de stoornissen, te weten het verminderen van de angst- en paniekklachten en/of zorgen voor stabilisatie. Het gevolg hiervan is dat de hulphond vooral een therapeutische werking heeft.

De rechter staat nog expliciet stil bij het feit dat het inzetten van de hulphond ook de zelfredzaamheid bevordert maar acht dit onvoldoende om de hulphond als maatwerkvoorziening onder de WMO te zien. Dit is een secundair gevolg dat zich volgens de rechtbank bij bijna iedere behandeling die positief aanslaat zal voordoen.

Hoewel de casus zeker niet vergelijkbaar is, is de uitkomst van deze zaak wel in lijn met een eerdere uitspraak waar wij bij stil stonden. Daarin was bepaald dat een hulphond gezien kan worden als een hulpmiddel en uit dien hoofde aanspraak bestond op vergoeding van de gebruikskosten (hondenbrokken) van de hulphond. Dat laatste zou niet logisch geweest zijn indien reeds op grond van de Wmo aanspraak zou bestaan op een hulphond.

Deel dit verhaal:
  • Meld u nu aan voor onze nieuwsbrief!
    Wilt u op de hoogte worden gehouden van de laatste ontwikkelingen en veranderingen op juridisch gebied? Via onze nieuwsbrief krijgt u automatisch de laatste nieuwtjes via de e-mail toegestuurd.
  • Inschrijven nieuwsbrief