Eerder schreven wij in het artikel ‘Nieuwe flexwet raakt zorgsector: geen uitzondering voor ouderenzorg’ over de mogelijke invoering van de Wet meer zekerheid flexwerkers (hierna: de “flexwet”). Inmiddels is het wetsvoorstel aangenomen door de Eerste Kamer en daarmee is de invoering definitief geworden.
De meeste onderdelen van de flexwet treden naar verwachting in werking per 1 januari 2028. Het gaat onder meer om de invoering van het bandbreedtecontract (afschaffen van nulurencontracten en min-maxcontracten), de nieuwe ketenregeling (als tussenpoos minder dan 60 maanden is, telt contract mee) en de verkorting van de uitzendfasen. Voor een uitgebreidere toelichting verwijzen wij naar ons eerdere artikel.
De verplichting voor werkgevers om werknemers die ter beschikking worden gesteld minimaal gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden te bieden, gaat naar verwachting eerder in, namelijk per 31 december 2026. Voor uitzendondernemingen die onder de CAO voor Uitzendkrachten vallen, geldt deze verplichting al vanaf 1 januari 2026 op grond van de cao.
Voor pgb-houders en pgb-zorgverleners verandert vooralsnog niets. Voor hen blijft een uitzondering gelden, waardoor zij voorlopig gebruik kunnen blijven maken van nulurencontracten en de huidige onderbrekingstermijn van zes maanden.
Met de definitieve invoering van de flexwet is het voor organisaties die veel gebruikmaken van flexibele arbeid raadzaam zich de komende periode voor te bereiden op de gevolgen van deze wijzigingen.