Wet VBAR en Zelfstandigenwet: Nu eindelijk duidelijkheid t.a.v. zelfstandigen?

Demi van Rossenberg

Advocaat

Tot nu toe heerst er veel onduidelijkheid over wanneer een zzp’er nu echt als zelfstandig ondernemer wordt gezien. De Belastingdienst handhaaft vanaf 1 januari 2025 op schijnzelfstandigheid, maar een helder wettelijk kader ontbreekt nog altijd. De huidige wetgeving – zoals de Wet DBA – biedt in de praktijk te weinig houvast.

Op 7 juli 2025 is het Wetsvoorstel verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (hierna: “Wet VBAR”) naar de Tweede Kamer toegestuurd. Het wetsvoorstel ligt al enige tijd op de plank en is in het leven geroepen om de beoordeling van (schijn)zelfstandigheid te vergemakkelijken. Het wetsvoorstel bouwt voort op eerdere jurisprudentie, zoals het Deliveroo-arrest, en zou duidelijkheid moeten bieden over de vraag of iemand als zzp’er of als schijnzelfstandige (werknemer) werkzaam is. Na enkele aanpassingen, is het wetsvoorstel nu naar de Tweede Kamer gestuurd.

De Wet VBAR heeft als doel te verduidelijken wanneer in ieder geval sprake is van werken in dienst. Volgens de wet is er sprake van een dienstverband indien er is voldaan aan de twee volgende voorwaarden:

  1. Sturing: De werkgever heeft inhoudelijke of organisatorische controle of sturing over het werk.
  2. Ondernemersrisico: De werkende loopt weinig of geen ondernemersrisico, of het risico dat hij loopt is kleiner dan de mate van aansturing door de opdrachtgever.

Met andere woorden: hoe minder risico de werker zelf draagt én hoe meer de werker wordt aangestuurd, hoe groter de kans dat diegene juridisch als werknemer wordt gezien – ook als diegene formeel als zzp’er werkt.

Daarnaast wordt met de Wet VBAR een zogenaamd ‘rechtsvermoeden’ in het leven geroepen. Zo geldt er een rechtsvermoeden van werknemerschap indien sprake is van een uurtarief onder de €36 per uur. In dat geval wordt uitgegaan van een werknemer en is het aan de opdrachtgever te bewijzen dat daarvan geen sprake is.

Zelfstandigenwet

Naast de Wet VBAR is er een (ander) nieuw wetsvoorstel geïntroduceerd te weten de Zelfstandigenwet. In deze wet wordt een andere benadering gekozen: het gaat om een toets vooraf in plaats van achteraf. Met deze wet is geprobeerd om meer duidelijkheid te bieden maar ook vrijheid te geven aan opdrachtnemers.

In het Burgerlijk Wetboek wordt – als die wet wordt aangenomen – vastgelegd wanneer geen sprake is van het verrichten van arbeid in dienst van een werkgever (dus wél van zzp-schap). Dat is volgens de wetvoorstel het geval als:

a. sprake is van zelfstandig ondernemerschap als bedoeld in artikel 2 van de Zelfstandigenwet;
b. geen sprake is van hiërarchische controle;
c. sprake is van de vrijheid van organisatie van werk;
d. sprake is van de vrijheid van organisatie van de werktijd; en
e. de partijen de bedoeling hebben om anders dan op grond van arbeidsovereenkomst arbeid te verrichten
.”

Verwezen wordt naar artikel 2 van de Zelfstandigenwet, daarin is het volgende opgenomen:

1. Er is sprake van zelfstandig ondernemerschap indien de werkende:
a. arbeid verricht voor eigen rekening en risico;
b. een deugdelijke administratie voert;
c. zich in het economisch verkeer als zelfstandig ondernemer gedraagt;
d. een adequate voorziening heeft getroffen tegen het risico van arbeidsongeschiktheid; en
e. voorzien heeft in een proportionele bijdrage voor een voorziening bij pensionering.
2. De werkende onderbouwt jegens de werkverstrekker dat sprake is van zelfstandig ondernemerschap
.”

De wettekst zelf biedt, zo lijkt het, hele concrete handvatten. Het zal in de praktijk echter alsnog voor discussie vatbaar zijn wanneer er dan sprake is van ‘het gedragen als een zelfstandig ondernemer’ of van ‘vrijheid van organisatie van werk’. Dat zijn elementen die nu ook al worden getoetst op basis van het Deliveroo-arrest, maar over de invulling daarvan bestaat juíst veel onduidelijkheid. Zo mochten de Deliveroo bezorgers eigen werktijden bepalen, wat wijst op vrijheid van organisatie van werk. Anderzijds werden de routes die zij moesten rijden wel bepaald door het Deliveroo-systeem. Uiteindelijk waren deze bezorgers wel werknemers. Zo zie je dat de invulling van deze criteria alsnog afhankelijk zijn van de context.

De wet is in internetconsultatie getreden, dus er kan nu op worden gereageerd. Het is nog niet duidelijk of en in welke vorm de wet dan door zal gaan.

Hoe nu verder?

Er zijn nu twee wetsvoorstellen. In de Wet VBAR wordt achteraf getoetst of sprake is van een zzp’er of werknemer. Bij de Zelfstandigenwet gebeurd dat vooraf (je bent pas zzp’er als voldaan is aan alle toets criteria). Vanuit de politiek is er steun voor de Wet VBAR, al zijn er enkele partijen die de voorkeur geven aan de Zelfstandigenwet. Het is nog even afwachten, na de verkiezingen in oktober 2025 zal de Wet VBAR vermoedelijk pas inhoudelijk worden behandeld. Voor zover die niet doorkomt, kan de Zelfstandigenwet alsnog opkomen als alternatief.

Specialisten over dit onderwerp

Gerelateerde items