Samenwerking in de zorg: wat moet er in de overeenkomst tussen hoofdaannemer en onderaannemer?

Céline Peersman

Advocaat

In de zorg wordt vaak gewerkt met constructies waarbij een hoofdaannemer (bijvoorbeeld een zorginstelling) een deel van de zorgverlening uitbesteedt aan een onderaannemer of zzp’er. Dat kan efficiënt zijn, maar brengt ook juridische risico’s met zich mee. Als hoofdaannemer blijf je in veel gevallen verantwoordelijk voor de kwaliteit van de geleverde zorg.

Een goed contract met de onderaannemer is daarom onmisbaar. In dit artikel zetten wij een aantal belangrijke aandachtspunten t.a.v. zo’n overeenkomst op een rij.

Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz)

Uit de Wkkgz volgt de verplichting dat hoofdaannemers een schriftelijke overeenkomst sluiten met een onderaannemer, waarin wordt opgenomen dat de onderaannemer zich bij de uitvoering van zijn werkzaamheden laat leiden door de op de hoofdaannemer rustende wettelijke verplichtingen. Daarbij moet worden afgesproken conform wiens klachtenregeling klachten worden opgepakt, waarbij dit juridisch gezien in eerste instantie de hoofdaannemer zal zijn. Ook is het belangrijk vast te leggen in hoeverre de onderaannemer bijvoorbeeld aansluit bij andere in de Wkkgz verplichte procedures, bijvoorbeeld VIM-procedures of meldcodes.

Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza)

De Wtza schrijft voor dat zorgaanbieders zich moeten melden bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Dat melden is in eerste instantie een eigen verantwoordelijkheid van de onderaannemer. Het kan echter verstandig zijn om in de overeenkomst vast te leggen dat de onderaannemer aan deze meldplicht voldoet, zodat er geen misverstanden ontstaan over waar de verantwoordelijkheid ligt.

Kwaliteitseisen, inspectiebezoeken en (materiële) controles

Veel zorginstellingen hebben contractuele verplichtingen richting zorgfinanciers (zoals gemeenten, zorgverzekeraars of zorgkantoren). Deze contracten bevatten vaak uitgebreide kwaliteitseisen die doorwerken naar de onderaannemer. Het is belangrijk om deze verplichtingen concreet vast te leggen in de overeenkomst.

Uit rechtspraak blijkt dat een onderaannemer in beginsel niet automatisch gebonden is aan de afspraken die de hoofdaannemer met een zorgfinancier heeft gemaakt. De hoofdaannemer blijft zelf verantwoordelijk voor het naleven van de afspraken met de zorgfinancier. Alleen wanneer in de overeenkomst met de onderaannemer uitdrukkelijk is vastgelegd dat deze verplichtingen ook voor hem gelden én duidelijk genoeg is om welke verplichtingen het precies gaat, kan de hoofdaannemer de onderaannemer daarop aanspreken.

In het verlengde daarvan is het belangrijk dat partijen ook afspreken wat er gebeurt wanneer een zorgfinancier of de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd een controle start. Denk aan afspraken over het verlenen van medewerking bij het verstrekken van dossiers of het geven van een toelichting, en niet onbelangrijk: het vastleggen hoe partijen omgaan met eventuele schade of kosten die uit een controle voortvloeien.

Afspraken over medische dossiers (WGBO)

Op grond van de WGBO moet een medisch dossier worden bijgehouden en bewaard. In de overeenkomst moet duidelijk zijn wie het dossier opstelt, wie het bewaart en wie de patiënt informeert over de bewaarlocatie.

Soms werkt de onderaannemer rechtstreeks in het elektronisch cliëntendossier (ECD) van de hoofdaannemer. In dat geval moet de hoofdaannemer de patiënt eerst toestemming vragen als in dat ECD ook gegevens van andere behandelaars zijn opgenomen. Daarnaast moet worden afgesproken wie uiteindelijk verantwoordelijk is voor het bewaren van de gegevens.

Wanneer zowel de hoofdaannemer als de onderaannemer een eigen dossier bijhouden, bijvoorbeeld doordat de onderaannemer een afschrift op hoofdlijnen verstrekt en zelf het volledige dossier bewaart, is ook daarvoor toestemming van de patiënt noodzakelijk. Bovendien moet de patiënt er nadrukkelijk van op de hoogte zijn dat zijn medisch dossier op meerdere plekken wordt bewaard, zodat hij zijn rechten op inzage en vernietiging volledig kan uitoefenen.

Aansprakelijkheid en verantwoordelijkheidsverdeling

Omdat de hoofdaannemer eindverantwoordelijk is voor de geleverde zorg, is het van groot belang afspraken te maken over aansprakelijkheid. Wie draait er op voor schade bij (medische) fouten? Welke verzekeringen moet de onderaannemer hebben? En in hoeverre kan de hoofdaannemer worden gevrijwaard?

Specifiek aandachtspunt: de inzet van zzp’ers

Veel onderaannemers in de zorg werken als zzp’er. In dat geval moet extra aandacht worden besteed aan het voorkomen van schijnzelfstandigheid. Een overeenkomst moet voldoende elementen bevatten die passen bij zelfstandig ondernemerschap, zoals vrijheid in de uitvoering van de werkzaamheden, het recht op vervanging, een commercieel risico en het zelf dragen van kosten wat betreft pensioen of arbeidsongeschiktheid. Ook moet enige schijn van gezag worden voorkomen. Dat kan in de zorg nog lastig zijn, omdat de dienstverlening vaak aan de nodige contracteisen, wetten en regels zijn gebonden, en een hoofdaannemer daar wel eindverantwoordelijk voor is. Daarom heeft de hoofdaannemer er ook baat bij wél enige voorschriften op te nemen. Dat kan schuren met het uitgangspunt van zelfstandig ondernemerschap.

Conclusie

Voor zowel hoofdaannemers als onderaannemers is het belangrijk sluitende overeenkomsten te sluiten. Alleen zo kan worden voldaan aan de wettelijke verplichtingen en worden juridische risico’s beperkt.

Wilt u hulp bij het opstellen van een goede overeenkomst van opdracht? Neem dan gerust contact met ons op.

Specialisten over dit onderwerp

Gerelateerde items