Wetsvoorstel modernisering Wmg: een overzicht van de belangrijkste wijzigingen

Marit Janssen

Juridisch medewerker

Het kabinet is voornemens de Wet marktordening gezondheidszorg (“Wmg”) op verschillende punten aan te passen door middel van het Wetsvoorstel Modernisering Wet marktordening gezondheidszorg. Het doel van deze wet is (en blijft) de zorgmarkt, waar mogelijk, efficiënter maken door middel van marktwerking, terwijl tegelijkertijd de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg gewaarborgd blijft. In dit artikel gaan wij in op de belangrijkste wijzigingen van het wetsvoorstel voor zorgaanbieders.  

Doelen en wijzigingen van het wetsvoorstel Wmg

Het wetsvoorstel kent drie doelen: (i) het faciliteren van passende bekostiging en het creëren van meer ruimte voor maatwerk en innovatie, (ii) het bevorderen van de bestrijding van zorgfraude en (iii) het bevorderen van de taakuitoefening door de NZa. Hieronder bespreken we de relevante wijzigingen per doelstelling.

1. Passende bekostiging en meer ruimte voor maatwerk en innovatie

Aparte prestatie voor zorgondersteuningsactiviteiten

Het kabinet wil inzetten op het aanbieden van meer passende zorg en daarvoor is volgens het kabinet ook een passend bekostigingsmodel nodig. In het kader hiervan regelt het wetsvoorstel de mogelijkheid voor de NZa om aparte prestatiebeschrijvingen vast te stellen voor zorgondersteuningsactiviteiten.

Een zorgondersteuningsactiviteit is een activiteit gericht op ondersteuning, samenwerking of de afstemming van zorgaanbieders bij het verlenen van zorg die behoort tot het basispakket, zoals het organiseren en beheren van samenwerkingsverbanden in de zorg. Daarnaast valt het houden van een kwaliteitsregistratie, als bedoeld in artikel 1 lid 1 Wkkgz en opgenomen in het register van kwaliteitsregistraties, ook onder de definitie van een zorgondersteuningsactiviteit. In het voorgestelde artikel 50 lid 9 Wmg zijn acht cumulatieve voorwaarden opgenomen waaraan voldaan dient te zijn voor zelfstandige bekostiging van de zorgondersteuningsactiviteit.

Duale regulering

Het wetsvoorstel maakt daarnaast zogenoemde duale regulering mogelijk om zo meer ruimte te geven aan innovaties en maatwerk. Ook draagt dit, zo volgt uit de memorie van toelichting, bij aan een doelmatige organisatie van zorg, één van de doelen van prestatie- en tariefregulering. Deze wijziging houdt in dat het mogelijk wordt dat er binnen één zorgsector twee typen prestaties (afzonderlijk en integraal) bestaan, inclusief een eigen tariefsoort. De mogelijkheid van duale regulering is bedoeld als een uitzondering die alleen ingezet kan worden als de verschillende prestatiebeschrijvingen faciliteren in het realiseren van verschillen in de organisatie van de zorgverlening én als de Minister van VWS hiervoor een aanwijzing heeft gegeven aan de NZa. Het uitgangspunt blijft dus dat binnen een zorgsector sprake is van één bekostigingsmodel.

Experimenten van de NZa

Artikel 58 Wmg biedt de basis van de NZa om te experimenteren met alternatieve vormen van bekostiging. De ervaring hiermee leert dat de wettelijke mogelijkheden als beschreven in dit artikel uiteenlopen met de behoeften uit de praktijk. Zo blijkt de maximale termijn van vijf jaar waarbinnen een experiment moet worden afgerond voor veel experimenten te kort, waardoor wordt voorgesteld deze te verruimen naar zes jaar, met de mogelijkheid van een verlenging van twee jaar. Daarnaast wordt de bevoegdheid van de NZa om de gevolgen van een experiment in stand te laten verruimd van één naar twee boekjaren. Ook bevat het wetsvoorstel aanvullende bepalingen over grootschalige experimenten, zoals het voorstel dat voorafgaand aan de start van het experiment de doelstellingen en aandachtspunten in kaart gebracht moeten worden door de NZa en betrokken partijen.

2. Bestrijding van zorgfraude

‘Spookzorg’ binnen het bereik van de Wmg

Het wetsvoorstel introduceert een expliciet verbod op het in rekening brengen van zorg die niet is geleverd, ook wel ‘spookzorg’ genoemd. Daarmee krijgt de NZa in het voorgestelde artikel 35 lid 3 Wmg de bevoegdheid om bestuursrechtelijke maatregelen op te leggen bij dergelijke declaraties, waaronder het opleggen van een bestuurlijke boete. Op dit moment is, door een lacune in de wetgeving, het voor de NZa juridisch niet mogelijk om een organisatie aan te pakken indien deze zorg declareert, die niet is geleverd. Door de NZa deze bevoegdheid te geven kan volgens het kabinet sneller en efficiënter tegen (zorg)fraude worden opgetreden.

Overigens blijft het declareren van een bedrag voor een ‘no show’ van de patiënt wel mogelijk, in deze situaties wordt immers geen zorg geleverd waardoor een dergelijke declaratie buiten het bereik van de Wmg valt. Dit betreft dan ook geen ‘spookzorg’.

Nieuwe ‘stopregeling’

In het kader van bestrijding van zorgfraude bevat het wetsvoorstel een zogenoemde ‘stopregeling’ waarmee wordt voorkomen dat zorgaanbieders zich door het beëindigen van hun activiteiten kunnen onttrekken aan verplichtingen op grond van de Wmg. Deze verplichtingen – bijvoorbeeld de jaarverantwoordingsplicht – blijven door deze wijziging van toepassing voor zover zij betrekking hebben op de periode waarin zorg werd verleend of zorgondersteuningsactiviteiten werden aangeboden. Op deze manier wordt het mogelijk voor de NZa om toezicht te houden – en eventueel handhavend op te treden – wanneer een zorgaanbieder of ondersteuningsaanbieder zijn activiteiten heeft beëindigd. Overigens kunnen rechtsopvolgers of voormalig bestuurders ook worden aangesproken door de NZa voor het niet nakomen van de verplichtingen op grond van deze nieuwe regeling.

Verplichting voor ziektekostenverzekeraars

Ook voor ziektekostenverzekeraars (zorgverzekeraars) gaat een aanvullende plicht gelden. Het wetsvoorstel regelt dat de zorg verzekeraars verplicht worden om aan een verzekerde een overzicht te verstrekken van ontvangen declaraties en betalingen in verband met het eigen risico van de verzekerde. Het is de bedoeling dat een verzekerde met deze informatie sneller onjuistheden in declaraties kan signaleren en daarvan een melding kan maken bij de verzekeraar of in bepaalde gevallen bij de NZa.

Verduidelijking van bedrijfsmatig zorg (doen) verlenen

Het wetsvoorstel verduidelijkt wanneer er sprake is bedrijfsmatig zorg (doen) verlenen, waardoor voor het zorgveld duidelijker wordt om te bepalen of zij wel of niet onder de reikwijdte van de verplichtingen van de Wmg vallen. De definitie van bedrijfsmatig zorg verlenen of doen verlenen wordt in het vernieuwde artikel 1 lid 1 Wmg omschreven als ‘zorg verlenen of doen verlenen op grond van een overeenkomst met een ziektekostenverzekeraar, met een consument of met een zorgaanbieders als bedoeld in onderdeel c, onder 1’. Onder deze zorgaanbieders vallen alle natuurlijke personen en rechtspersonen die een bedrijf of onderneming in stand houden, door het sluiten van overeenkomsten voor het verlenen van zorg. Hier vallen onderaannemers of onderlinge dienstverrichters ook onder. Het slechts ter beschikking stellen van één of meer zorgverleners, bijvoorbeeld door een uitzendbureau, is geen bedrijfsmatig zorg verlenen.

N.B. Deze wijzigingen in het wetsvoorstel Wmg zijn niet de enige voorstellen van het kabinet om zorgfraude aan te pakken. In lijn met deze doelstelling, is ook het wetsvoorstel Wibz relevant. Hierover schreven wij eerder al een artikel.

3. Taakuitoefening door de NZa

Uitbreiding van de reikwijdte van de Wmg

Zorgaanbieders die één of meer vormen van zorg verlenen – zowel in de zin van de Wmg als op grond van de Jeugdwet of de Wet maatschappelijke ondersteuning – worden in de praktijk aangeduid met de term combi-instellingen. In het wetsvoorstel wordt voorgesteld om de reikwijdte van de Wmg uit te breiden naar deze combi-instellingen. Op deze manier komt beter zicht op de financiële bedrijfsvoering van deze instellingen. In lijn met deze wijzigingen zullen combi-instellingen na de wetswijziging ook regelmatig gegevens en inlichtingen moeten verstrekken aan de NZa.

Verantwoorden van beschikbaarheidbijdragen

In de huidige Wmg bestaat de bevoegdheid van de NZa om beschikbaarheidbijdragen te verlenen aan zorgaanbieders. Er is op dit moment echter niets geregeld over de manier waarop de NZa dit moet verantwoorden. Met de wetswijziging wordt de NZa verplicht haar beschikkingen over de beschikbaarheidbijdragen in een verslag te verantwoorden aan de Minister van VWS, waarbij een externe accountant een controle moet uitvoeren op het verslag.

Verduidelijking artikel 21 Wmg

Het huidige artikel 21 Wmg voorziet in de rapportage- en signaleringsplicht van de NZa aan de Minister van VWS. In het wetsvoorstel wordt dit artikel aangepast om enerzijds de bestaande praktijk vast te leggen en anderzijds de verantwoordelijkheidsverdeling tussen de NZa en de Minister te verduidelijken. Daarom wordt in het voorgestelde artikel 21 Wmg een onderscheid gemaakt tussen adviseren, rapporteren, signaleren en duiden. Op deze manier wordt duidelijk(er) wat de verplichtingen zijn van beide partijen in verschillende fases van besluitvormingsprocessen.

Tot slot

Het wetsvoorstel bevindt zich momenteel nog in de voorbereidende fase en is nog niet bij de Tweede Kamer ingediend. Het is daarom op dit moment nog onduidelijk in welke vorm en op welk moment het voorstel in werking zal treden. Wij zullen u daarvan uiteraard via onze nieuwskanalen op de hoogte houden.

Specialisten over dit onderwerp

Daniël Post

Advocaat-Partner 030-2393384 Lees meer

Karik van Berloo

Advocaat-Partner 030-2393386 Lees meer

Marit Janssen

Juridisch medewerker 030-2339396 Lees meer

Gerelateerde items