Waar reguliere ondernemingen in belangrijke mate zelf kunnen bepalen in hoeverre zij winsten uitkeren, gelden voor zorgaanbieders specifieke regels. Niet iedere zorgaanbieder mag zonder meer winst uitkeren. Ook wanneer winstuitkering in beginsel is toegestaan, gelden daarvoor verschillende voorwaarden en beperkingen waarmee rekening moet worden gehouden.
In dit artikel bespreken wij het huidige juridische kader voor winstuitkeringen in de zorg en zetten wij de belangrijkste ontwikkelingen op dit gebied uiteen.
Wat zijn de huidige regels voor winstuitkering?
Algemeen rechtspersonenrecht
Het algemene rechtspersonenrecht uit Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (“BW“) is van toepassing op zorgaanbieders met rechtspersoonlijkheid, zoals zorgaanbieders die de rechtsvorm van een besloten vennootschap (“BV“) hebben. Boek 2 BW bevat geen algemeen verbod op het uitkeren van winst. Wel stelt het algemene rechtspersonenrecht generieke voorwaarden aan (winst)uitkeringen door rechtspersonen. Voor de BV gaat het daarbij in het bijzonder om de zogenoemde beperkte balanstest en de uitkeringstest.
Op grond van de beperkte balanstest is de algemene vergadering (“AVA“) slechts bevoegd te besluiten tot een (winst)uitkering voor zover het eigen vermogen van de BV groter is dan de wettelijke en statutaire reserves.
Daarnaast geldt de uitkeringstest. Een besluit van de AVA tot uitkering heeft geen gevolgen zolang het bestuur daaraan geen goedkeuring heeft verleend. Het bestuur dient deze goedkeuring te weigeren indien het weet of redelijkerwijs behoort te voorzien dat de BV na de uitkering niet zal kunnen blijven voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden.
Zorgspecifiek winstuitkeringsverbod
De Wet toelating zorginstellingen (“WTZi“) bevat een zorgspecifieke beperking op de mogelijkheden tot winstuitkering die uit het algemene rechtspersonenrecht voortvloeien.
De zorgspecifieke hoofdregel houdt in dat een instelling – ongeacht haar rechtsvorm – geen winstoogmerk mag hebben, tenzij de instelling behoort tot een categorie waarvoor een uitzondering geldt. Het verbod op het hebben van een winstoogmerk houdt feitelijk een winstuitkeringsverbod in.
Onder een ‘instelling’ in de zin van de WTZi wordt verstaan een organisatorisch verband dat Wlz-zorg en/of Zvw-zorg verleent.
Belangrijk is dat niet iedere zorginstelling onder dit verbod valt. Zo vallen onderaannemers die uitsluitend zorg in onderaanneming verlenen niet onder het zorgspecifieke winstuitkeringsverbod. Ook aanbieders die uitsluitend jeugdhulp en / of Wmo-zorg verlenen, vallen buiten het zorgspecifieke winstuitkeringsverbod. Daarnaast bevat artikel 3.1 van het Uitvoeringsbesluit WTZi een overzicht van categorieën van instellingen waarvoor het verbod op winstoogmerk niet geldt en die derhalve wel winst mogen uitkeren. Het gaat onder meer om verschillende vormen van extramurale zorg. Of een concrete zorgaanbieder onder een uitzondering valt, moet steeds aan de hand van de specifieke zorgverlening worden beoordeeld.
De Nederlandse Zorgautoriteit (“NZa“) houdt toezicht op de naleving van het zorgspecifieke winstuitkeringsverbod. De NZa heeft hiervoor de Beleidsregel transparante financiële bedrijfsvoering en verbod op winstoogmerk opgesteld. Deze beleidsregel werkt het toezicht op het winstuitkeringsverbod nader uit. Daaruit volgt onder meer dat de NZa de ordelijkheid en controleerbaarheid van een toegestane winstuitkering kan toetsen.
Governancecode Zorg
De Governancecode Zorg 2022 (“Governancecode“) bevat geen wettelijke regels, maar is zeker niet vrijblijvend. Zo stellen brancheorganisaties in de zorg toepassing van de Governancecode als voorwaarde voor het lidmaatschap. Ook stellen zorgfinanciers bij contractering vaak als eis dat de zorgaanbieder de Governancecode naleeft. Daarnaast wordt de Governancecode binnen de zorgsector als een belangrijke veldnorm beschouwd en kan zij een rol spelen bij het toezicht van de IGJ en de NZa op goed bestuur en toezicht.
De Governancecode bevat één specifieke bepaling over winstuitkeringen. In onderdeel A.3 is bepaald dat de AVA van een zorgorganisatie die winst mag uitkeren, bij besluiten over winstuitkering en andere vormen van vermogensonttrekking rekening dient te houden met (i) de belangen van de zorgorganisatie op korte en lange termijn en (ii) haar maatschappelijke doelstelling en positie.
Daarnaast dienen het reserverings- en uitkeringsbeleid en voorstellen tot winstuitkering afzonderlijk op de agenda van de AVA te worden geplaatst en daar te worden behandeld en verantwoord.
Aanvullende bepalingen in statuten, interne reglementen en overeenkomsten
Ook de statuten, interne reglementen en (interne) overeenkomsten van een zorgaanbieder kunnen aanvullende voorwaarden stellen aan winstuitkeringen.
Zo kan bijvoorbeeld in de statuten of een intern reglement zijn bepaald dat voorafgaande goedkeuring van een bepaald orgaan, bijvoorbeeld de interne toezichthouder, is vereist voordat tot winstuitkering kan worden overgegaan, of dat bepaalde financiële ratio’s in acht moeten worden genomen.
Hetzelfde geldt voor overeenkomsten met zorgfinanciers. Daarin kunnen afspraken zijn opgenomen over bijvoorbeeld het aanhouden van reserves, solvabiliteit of het doen van dividenduitkeringen. Een uitkering die op grond van de wet is toegestaan, kan daardoor op grond van contractuele afspraken toch niet zijn toegestaan.
Het is daarom belangrijk om bij een voorgenomen winstuitkering niet alleen de wet, maar ook de statuten, interne reglementen en relevante overeenkomsten te raadplegen.
Verwachte aanscherping op komst met de Wibz
Eind januari 2025 is het wetsvoorstel Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders (“Wibz“) bij de Tweede Kamer ingediend. De Wibz is gericht op het bevorderen van een integere bedrijfsvoering bij zorg- en jeugdhulpaanbieders en op het tegengaan van ongewenste praktijken binnen de zorg en jeugdhulp.
De Wibz bevat onder meer regels over winstuitkeringen. Zo verduidelijkt het wetsvoorstel wat onder een winstuitkering moet worden verstaan en introduceert het verschillende nieuwe voorwaarden voor winstuitkeringen door zorg- en jeugdhulpaanbieders. Voor een nadere toelichting op de Wibz en de daarin opgenomen voorwaarden voor winstuitkeringen verwijzen wij naar het artikel dat wij hierover eerder hebben geschreven.
Op 3 juli 2026 heeft minister Sterk in een brief aan de Tweede Kamer aangekondigd de Wibz op belangrijke onderdelen verder te willen aanscherpen. De aangekondigde wijzigingen gaan verder dan het oorspronkelijke wetsvoorstel en kunnen – indien zij worden aangenomen – aanzienlijke gevolgen hebben voor de bedrijfsvoering, winstuitkeringen en financiering van zorg- en jeugdhulporganisaties.
Een van de meest in het oog springende wijzigingen is dat het kabinet afscheid wil nemen van het huidige, gefragmenteerde systeem van winstuitkeringsverboden. In plaats daarvan wordt voorgesteld om toe te werken naar een systeem waarin (i) alle zorg- en jeugdhulpaanbieders in beginsel winst mogen uitkeren, (ii) voor iedere aanbieder dezelfde voorwaarden gaan gelden, (iii) het huidige winstuitkeringsverbod verdwijnt en (iv) daartegenover strengere wettelijke voorwaarden voor winstuitkeringen worden gesteld. Volgens de minister moet dit nieuwe systeem per saldo leiden tot strengere waarborgen rond winstuitkeringen en de bedrijfsvoering van zorg- en jeugdhulpaanbieders. Voor een nadere toelichting op de brief van 3 juli 2026 en de daarin aangekondigde aanscherpingen verwijzen wij naar dit artikel dat wij hierover hebben geschreven.
Het wetsvoorstel is momenteel nog in behandeling bij de Tweede Kamer. De aangekondigde aanscherpingen moeten bovendien nog nader wettelijk worden uitgewerkt. De precieze inhoud en reikwijdte van het aangescherpte wetsvoorstel staan daarom nog niet definitief vast.
Zoals bij ingrijpende wet- en regelgeving vaker het geval is, kunnen gedurende het parlementaire proces nog wijzigingen worden aangebracht. Het is daarom nog niet zeker of en in welke vorm de Wibz de eindstreep haalt. Wij blijven de ontwikkelingen volgen en houden u daarvan op de hoogte.
Tot slot
Dat een zorgaanbieder op grond van het algemene rechtspersonenrecht een winstuitkering mag doen, betekent niet automatisch dat deze ook daadwerkelijk is toegestaan. Zorgaanbieders moeten daarom steeds beoordelen of ook aan de overige toepasselijke regels en voorwaarden wordt voldaan. Daarbij moet onder meer worden gekeken naar de WTZi, de Governancecode en eventuele aanvullende bepalingen in de statuten, interne reglementen en relevante overeenkomsten.
Daarnaast zijn de ontwikkelingen rond de Wibz van belang. De regels over winstuitkeringen in de zorg zijn volop in beweging en kunnen de komende tijd verder worden aangescherpt. Het is daarom belangrijk om bij iedere voorgenomen winstuitkering niet alleen het huidige juridische kader, maar ook de actuele wetgevingsontwikkelingen in ogenschouw te nemen.
Eldermans | Geerts Advocaten heeft ruime ervaring met zorgspecifieke wet- en regelgeving en adviseert zorgaanbieders regelmatig over vraagstukken rond winstuitkeringen, governance en bedrijfsvoering. Heeft u vragen over de mogelijkheden en voorwaarden voor winstuitkering binnen uw organisatie? Dan denken wij graag met u mee.