Geluidsopnames in de behandelkamer: hoe ga je er als zorgaanbieder mee om?

13 februari 2020

Door het toegenomen gebruik van smartphones komt het steeds vaker voor dat patiënten een gesprek met hun zorgverlener willen opnemen. Volgens de voormalig Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is het opnemen van dergelijke gesprekken, voor privégebruik, verstandig. Door middel van geluidsopnames in de behandelkamer kan de patiënt, zo is het idee, immers grip krijgen op het zorgtraject.

Voor de zorgverlener kan het feit dat de patiënt geluidsopnames wil maken echter ongemakkelijk voelen en mogelijk beïnvloed het maken van geluidsopnames het gesprek op negatieve wijze. In de praktijk blijkt dat patiënten steeds vaker niet vooraf aankondigen dat zij een gesprek met de zorgverlener opnemen. Mogen zulke opnames dan door de patiënt worden gebruikt, bijvoorbeeld in (tucht)procedures?

KNMG-Handreiking

De KNMG-Handreiking “Opnemen van gesprekken door patiënten” biedt handvatten aan zorgverleners om het opnemen van gesprekken op een goede manier te integreren in de praktijk.

Zoals uit de handreiking blijkt is het fatsoenlijk als de patiënt de zorgverlener vooraf inlicht over de geluidsopname, maar is dit niet verplicht. Het enkele feit dat de patiënt de zorgverlener niet vooraf heeft ingelicht over het maken van de opnames, betekent juridisch immers niet automatisch dat deze opnames onrechtmatig zijn verkregen en dus niet gebruikt mogen worden. Recent heeft het Regionaal Tuchtcollege (RTG) te Eindhoven hieromtrent nog beslist.

Voorbeeld uit de praktijk: een tuchtzaak

Klager was werkzaam als chauffeur en heeft zich meermaals met klachten bij de arbo-arts gemeld. Van deze spreekuurcontacten zijn verslagen gemaakt. In 1 van deze verslagen is vermeld dat de klager, in theorie, met aangepast werk weer aan het werk zou kunnen met inachtneming van een aantal beperkingen én indien dergelijk aangepast werk voorhanden zou zijn. Over het handelen van de arbo-arts diende klager, onder andere, klachten in bij het RTG te Eindhoven. Tijdens deze procedure bleek dat klager verschillende gesprekken met de arbo-arts heimelijk had opgenomen. Van deze heimelijk opgenomen gesprekken waren ook transcripties gemaakt en zowel deze transcripties als de verschillende geluidsopnames zijn als productie in de procedure ingebracht. Het RTG overwoog  als volgt:

Het als bewijsmiddel in het geding brengen van heimelijk opgenomen geluidsopnames en een transcriptie van gesprekken waar klager bij was en het gebruik daarvan door het college als bewijsmiddel, is niet zonder meer onrechtmatig. Uitsluiting van dat bewijs is slechts gerechtvaardigd indien er sprake is van bijkomende omstandigheden, maar naar het oordeel van het college is van dergelijke bijkomende omstandigheden geen sprake. Vanzelfsprekend getuigt het van fatsoen, om de betrokken gesprekspartner(s) vooraf te informeren over een voorgenomen opname, maar als dat achterwege blijft staat dat, bij afwezigheid van dergelijke bijkomende omstandigheden, aan het gebruik van die opname als bewijsmiddel in een tuchtprocedure niet in de weg. Het college zal de ingediende producties dan ook niet van het bewijs uitsluiten en, waar nodig, bij haar oordeelsvorming betrekken”.

Geconcludeerd kan derhalve worden dat het maken van geluidsopnames niet vooraf aangekondigd hoeft te worden en dat de gemaakte geluidsopnames, behoudens bijzondere bijkomende omstandigheden, als bewijsmiddel kunnen dienen in een tuchtprocedure tegen de zorgverlener. Ook als bewijsmateriaal onrechtmatig is verkregen wil dit niet direct zeggen dat het bewijsmateriaal niet gebruikt zou mogen worden. Er dient een belangenafweging plaats te vinden tussen enerzijds het belang van de waarheidsvinding en anderzijds de overige in het geding zijnde belangen waaronder, bijvoorbeeld, de privacy.

Voorbeeld uit de praktijk: een privaatrechtelijke kwestie

In privaatrechtelijke kwesties hanteren rechters een soortgelijke maatstaf als de tuchtrechters in tuchtzaken. Zo oordeelde de Hoge Raad in 2014 dat een verzekeringsmaatschappij onrechtmatig verkregen bewijs niet mocht gebruiken vanwege ‘bijkomende omstandigheden’, namelijk omdat zij de ‘Gedragscode Persoonlijk Onderzoek’ had geschonden. Volgens de Hoge Raad had de verzekeraar onvoldoende aangetoond dat er geen andere mogelijkheden waren dan het instellen van een zogenoemd ‘persoonlijk onderzoek’ naar een van haar verzekerden, en had de verzekeraar niet aangetoond dat er voldoende redenen waren voor het instellen van zo’n persoonlijk onderzoek. Om die reden mocht het uit dat persoonlijke onderzoek afkomstige bewijsmateriaal door de verzekeraar niet worden gebruikt. Concreet betekende dit dat de verzekerde de door de verzekeraar gedane uitkeringen niet hoefde terug te betalen.

Conclusie

Indien bewijs heimelijk verkregen is – zoals geluidsopnamen door de patiënt zonder aankondiging vooraf – betekent dit niet automatisch dat dergelijk bewijs niet gebruikt mag worden, bijvoorbeeld in tuchtprocedures en civiele procedures. Slechts in bijkomende bijzondere omstandigheden zal het verkregen bewijs uitgesloten worden. Wat deze bijzondere omstandigheden zijn hangt af van de omstandigheden van het geval. In ieder geval verdient het aanbeveling om met de patiënt – indien de zorgverlener het idee heeft dat de patiënt opnamen wil maken – daarover het gesprek aan te gaan. Met het opnemen van het gesprek om dat later – bijvoorbeeld in het kader van het opfrissen van het geheugen – nog eens af te luisteren is immers niets mis, maar dat geldt niet met het louter stiekem opnemen van gesprekken om daar later (juridisch) de zorgverlener mee om de oren te slaan.

Deel dit verhaal:
  • Meld u nu aan voor onze nieuwsbrief!
    Wilt u op de hoogte worden gehouden van de laatste ontwikkelingen en veranderingen op juridisch gebied? Via onze nieuwsbrief krijgt u automatisch de laatste nieuwtjes via de e-mail toegestuurd.
  • Inschrijven nieuwsbrief