Meerkostenregeling in verband met het corona virus

Wat is de meerkostenregeling?

De meerkostenregeling is een regeling waarmee zorgverzekeraars de extra kosten (meerkosten) die zorgaanbieders hebben moeten maken vanwege het corona virus compenseren. Deze meerkostenregeling is een eenmalige compensatie voor de extra kosten die door zorgaanbieders in 2020 zijn gemaakt. De meerkostenregeling moet aangevraagd worden tussen 13 april en 11 mei 2021. De uitkering zal plaatsvinden vanaf eind mei  2021.

Laatst bijgewerkt op 17 april 2021 om 21:00

Relevante documenten / links meerkostenregeling:

Overeenkomsten

Overige relevante documenten  

Wanneer kom ik in aanmerking voor een vergoeding op grond van de meerkostenregeling?

Voor een vergoeding op grond van de meerkostenregeling komen in aanmerking zorgaanbieders die in 2020 zorg hebben verleend die op grond van de basisverzekering en/of aanvullende verzekering zijn vergoed. Om aanspraak te maken op vergoeding van meerkosten moet daarvoor een overeenkomst met de betreffende zorgverzekeraar zijn gesloten. Dit volgt uit de NZa-beleidsregel ‘continuïteitsbijdrage en meerkosten’. Zonder schriftelijke afspraak mag een zorgverzekeraar deze kosten dus niet aan een zorgaanbieder vergoeden. Dus ook niet-gecontracteerde aanbieders zullen wel een aparte overeenkomst voor vergoeding van meerkosten met de zorgverzekeraar moeten aangaan. Voor meer info, zie ook grondslag vergoeding meerkosten meerkostenregeling.

Wie komt in aanmerking voor een vergoeding op grond van de meerkostenregeling?

De groep zorgaanbieders die in aanmerking kunnen komen voor vergoeding op grond van de meerkostenregeling is globaal dezelfde groep zorgaanbieders die voor de continuïteitsbijdrage in aanmerking konden komen. Welke zorgaanbieders dit betreffen en welk percentage van de omzet als uitgangspunt wordt genomen is hieronder weergegeven.

Segment % van omzet Segment % van omzet
Alternatieve geneeswijzen 0,7% GLI-uitvoerders/leefstijlcoaches 0,85%
Apotheken** 1,3% Huidtherapie 0,65%
Dialyse n.n.t.b. Kraamzorg 0,9%
Diëtetiek 0,95% Logopedie 1,0%
Eerstelijns diagnostiek / trombosezorg n.n.t.b. Verloskunde (inclusief echoschopisten) 0,75%
Ergotherapie 1,0% Voetzorg (podotherapie/podologie/ pedicure) 0,7%
Fysiotherapie 0,65% ZBC’s n.n.t.b.
Oefentherapie 1,15% Zittend ziekenvervoer n.n.t.b.
Gecontracteerde audiciens (gehoorzorg) 0,85%
Alleen voor aanbieders met een jaaromzet < 10 miljoen (voor aanbieders >10 miljoen geldt een afwijkende regeling)
GGZ (zonder verblijf) n.n.t.b. Hulpmiddelen (m.u.v. zuurstof) 1,05%
Wijkverpleging / ELV / GRZ 1,3%

* voor apotheken geldt dat het percentage wordt berekend over uitsluitend de farmaceutische zorg (terhandstellingsvergoeding) en dus niet tevens de kosten van de geneesmiddelen. Daarnaast zijn ziekenhuizen met dienstapotheken eveneens uitgesloten van deze regeling. 

Hoe wordt de hoogte van de vergoeding van de meerkosten vastgesteld? 

De vergoeding voor de meerkosten vanwege het corona virus is een eenmalige tegemoetkoming in de meerkosten voor 2020. De hoogte van de meerkostenbijdrage voor zorgaanbieders wordt berekend op basis van daadwerkelijke omzet in 2020. Het gaat om de zorg (voor apothekers betreft dit alleen de vergoedingen voor prestaties en dus niet voor medicatie) die vergoed is vanuit de basisverzekering en/of een aanvullende verzekering. Bij het berekenen van de percentages worden de meerkosten per beroepsgroep ingeschat en gecorrigeerd voor de gemiddelde omzetdaling. Voor eventuele meerkosten voor het deel niet verzekerde zorg vindt geen compensatie plaats.

Inmiddels is duidelijk dat bij de berekening van de meerkosten alleen rekening wordt gehouden met de periode mei tot en met december 2020 en de omzet die in deze periode is gegenereerd. Hierover was wat verwarring door een verschil in het Overzicht percentages meerkostenregeling per zorgsoort en de antwoorden van ZN in de Q&A meerkostenregeling Zorgverzekeraars Nederland , waaruit kon worden opgemaakt dat het percentage zag op de omzet over geheel 2020. Uit de overeenkomst, waar bovenstaand overzicht uit afkomstig is, blijkt evenwel duidelijk dat het percentage en de vergoeding alleen uitgekeerd wordt over de periode mei tot en met december 2020.

Hoe wordt de omzet die uitgangspunt is voor de meerkostenregeling vastgesteld?

Voor de omzet die relevant is voor de meerkostenregeling wordt per beroepsgroep een methode gehanteerd, waarmee de effecten van corona zo eerlijk mogelijk kunnen meewegen, aldus Zorgverzekeraars Nederland. Zo is bij het bepalen van het percentage rekening gehouden met de gemiddelde omzetderving van de beroepsgroep en zijn de meerkosten daarvoor gecorrigeerd. De eventueel ontvangen continuïteitsbijdrage is niet opgeteld bij de omzet waarover de meerkosten worden berekend.

Belang van omzet voor berekening hoogte compensatie op grond van de meerkostenregeling

De wijze waarop de omzet wordt vastgesteld is van grote invloed op de hoogte van de vergoeding op grond van de meerkostenregeling. De compensatie voor de meerkosten is immers een uitkering die wordt berekend als percentage van de aldus berekende omzet over 2020. Voor bepaalde beroepsgroepen geldt bovendien dat in 2020 zorg is weggevallen, hetgeen invloed heeft op de jaaromzet 2020. Welke uitgangspunten hier precies aan ten grondslag hebben gelegen, is niet kenbaar gemaakt. Het adviesbureau dat zich ook over de continuïteitsbijdrage heeft gebogen – Gupta – heeft een berekening gemaakt waarin alle relevante factoren zouden moeten zijn verdisconteerd. Dit is tot uitdrukking gebracht in het percentage van de omzet van de beroepsgroep dat wordt meegenomen.

Telt alleen omzet voor zorg die vergoed wordt uit de basisverzekering mee voor de meerkostenregeling?

Zowel de zorg die op grond van de basisverzekering als de zorg die op grond van de aanvullende verzekering is vergoed is bepalend voor de hoogte van de omzet die relevant is voor de meerkostenregeling. Wij verwachten dat dezelfde definitie is gehanteerd als voor de normomzet en gerealiseerde omzet. Dat betekent dat niet-verzekerde zorg en eigen bijdragen niet meetellen. Voor niet-gecontracteerde aanbieders zou dit betekenen dat het deel van de omzet dat vanwege de restitutiekorting niet door de zorgverzekeraar vergoed wordt (ca 25%) niet meetelt bij de omzet die bepalend is voor de meerkostenregeling.

Welke kosten komen voor vergoeding op grond van de meerkostenregeling in aanmerking?

Voor de compensatie op grond van de meerkostenregeling wordt niet met alle extra gemaakte kosten rekening gehouden. De kosten waar wel rekening mee is gehouden zijn:

  • Tijdelijke aanpassingen om te voldoen aan de anderhalvemetermaatschappij (bijvoorbeeld bewegwijzering);
  • Extra inhuur van personeel (is alleen meegeteld indien aantoonbaar voor COVID‐19 zorg of het garanderen van beschikbaarheid);
  • Persoonlijke beschermingsmaterialen (bijvoorbeeld mondkapjes, handschoenen beschermbrillen en beschermschorten);
  • Extra kosten voor schoonmaak en afvalverwerking (disposables);
  • Extra kosten voor zorggerelateerd transport (bezorgkosten apotheek);
  • Uitvoeren en/of uitbesteden van COVID‐19‐testen voor personeel die de GGD niet kon uitvoeren in de periode van maart tot en met mei 2020.

Hoe kan ik een vergoeding op grond van de meerkostenregeling aanvragen?

Aanvragen van de vergoeding via de meerkostenregeling moet via Vecozo, vergelijkbaar met de wijze waarop de continuïteitsbijdrage moest worden aangevraagd. Daarvoor is dus een Vecozo-certificaat vereist. Gelet op de beperkte periode dat u een aanvraag op grond van de meerkostenregeling kunt aanvragen en de tijd die gemoeid gaat met het aanvragen van een vecozo-certificaat doet u er verstandig aan tijdig een Vecozo-certificaat aan te vragen indien u dit nog niet geregeld heeft. Normaal gesproken duurt dit enkele weken, maar bij grote drukte kan dit mogelijk langer duren.

Aangezien het portaal voor het aanvragen van de meerkostenregeling maar open is tot en met 11 mei 2021 en u er gelet op de bewoordingen rekening mee moet houden dat deze termijn niet zal worden verlengd, is de resterende tijd om een Vecozo-certificaat te regelen en de aanvraag voor de meerkostenregeling in te dienen, best kort. Denkt u er ook aan dat in het geval de meerkostenregeling voor meerdere AGB’s moet worden aangevraagd, uw Vecozo-certificaat u machtigt om namens al deze AGB’s op te treden.

LET OP 1: ook als er nog geen percentage voor uw zorgsoort bekend is, moet u de meerkostenregeling in deze periode aanvragen. Het loket staat slechts één keer open.

Aanvraag meerkostenregeling moet per zorgsoort die u levert apart aangevraagd / expliciet benoemd worden

Uit de brief van Zorgverzekeraars Nederland van 26 maart 2021 volgt dat het mogelijk is voor een zorgaanbieder aan te geven voor welke zorgsoort hij aanspraak wil maken op de meerkostenregeling. Voor aanbieders die meerdere vormen van zorg bieden biedt dit volgens Zorgverzekeraars Nederland de mogelijkheid om alleen een vergoeding aan te vragen voor zorgsoorten waarvan vast staat dat deze eerder uitkeren. Dit betekent evenwel ook dat voor de zorgsoort waar niet uiterlijk 11 mei 2021 een vergoeding voor is gevraagd, in het geheel geen compensatie meer verleend zal worden op grond van de meerkostenregeling. Daarnaast betekent dit dat zorgaanbieders die meerdere vormen van zorg leveren, zoals bijvoorbeeld apotheken (farmacie en hulpmiddelen) er mogelijk zelf aan moeten denken voor beide zorgsoorten aanspraak te maken op compensatie volgens de meerkostenregeling. Kennelijk ziet het verzoek op compensatie voor meerkosten – anders dan het geval was bij de continuïteitsbijdrage –  niet automatisch op alle vormen van verzekerde zorg die door de zorgaanbieder worden geleverd.  Let u er dus goed op dat u alle vormen van zorg die u levert invult bij het aanvragen van compensatie op grond van de meerkostenregeling. De exacte wijze waarop deze aanvraag kan / moet worden ingediend is nog niet bekend. Zodra daar meer over bekend is, zullen wij deze pagina bijwerken.

Welk bewijs moet geleverd worden om aan te tonen dat meerkosten zijn gemaakt?

Een zorgaanbieder die aanspraak maakt op compensatie op grond van de meerkostenregeling hoeft niet aan te tonen dat daadwerkelijk kosten gemaakt zijn.

De meerkostenregeling van Zorgverzekeraars Nederland staat in dat opzicht enigszins op gespannen voet met de NZa-beleidsregel ‘continuïteitsbijdrage en meerkosten’ . Daarin staat immers dat de zorgaanbieder alleen extra kosten in rekening kan brengen “waarvan hij kan aantonen dat extra kosten als hiervoor bedoeld zijn gemaakt in verband met het SARS-CoV-2 virus”.

Dat de zorgverzekeraars nu te kennen geven dat geen overzicht behoeft te worden bijgehouden is in onze optiek overigens logisch en wel zo praktisch, aangezien wel vaststaat dat nagenoeg elke beroepsgroep in de zorg meerkosten heeft gemaakt vanwege het corona virus. Het kan wel verstandig zijn dat zorgaanbieders – in lijn met de NZa-beleidsregel ‘continuïteitsbijdrage en meerkosten’ – in hun eigen administratie vastleggen dát zij meerkosten hebben gemaakt.

Wat als ik het niet eens ben met de hoogte van de vergoeding?

Een zorgaanbieder die het niet eens is met het percentage dat voor zijn zorgsoort als uitgangspunt wordt genomen kan daar geen bezwaar tegen aantekenen. Een zorgaanbieder die het niet eens is met de berekende hoogte van de vergoeding kan een beroep doen op ‘de geschillenregeling’. Het is niet duidelijk of hiermee gedoeld wordt op een algemene geschillenregeling van de zorgverzekeraar of dat er een specifieke geschillenregeling voor de meerkostenregeling komt. Waarschijnlijk zal een geschillenregeling per zorgverzekeraar worden opgetuigd, net zoals het geval was bij de continuïteitsbijdrage-regeling.

Wanneer kan vergoeding van meerkosten aangevraagd worden?

Zorgverzekeraars Nederland heeft aangegeven dat een aanvraag voor vergoeding van de meerkosten over 2020 vanaf 13 april 2021 tot en met 11 mei 2021 kan worden aangevraagd via Vecozo. Dit is ook de enige periode dat een vergoeding voor compensatie van meerkosten kan worden aangevraagd (!). Zelfs indien het vergoedingspercentage voor uw zorgsoort niet bekend is moet u de aanvraag voor vergoeding wel in deze periode indienen. 

Wanneer wordt de vergoeding voor meerkosten vanwege corona uitgekeerd?

Uitbetaling op grond van de meerkostenregeling vindt plaats vanaf eind mei 2021. Het exacte moment van uitbetaling is nog niet bekend en zal ook per beroepsgroep verschillen, omdat de uitbetaling afhankelijk is van het moment waarop alle declaraties over 2020 binnen zijn. In beginsel wordt de vergoeding op grond van de meerkostenregeling ineens uitgekeerd. Dit gaat wel in fasen per beroepsgroep en eerst eind mei 2021.

Aangezien de declaraties over 2020 de basis vormen voor het berekenen van de hoogte van de compensatie voor de meerkosten, geldt voor zorgsoorten die werken met langer lopende DBC’s (GGZ, ZBC’s etc.) dat de meerkosten eerst kunnen worden uitgekeerd als de totale omzet vast staat.

Wat moet ik doen bij de aanvraag van de meerkosten als de structuur of AGB-code in 2020 is gewijzigd of een onderneming is overgenomen?

Zorgverzekeraars Nederland geeft in haar FAQ aan dat voor iedere entiteit die aanspraak wil maken op vergoeding van meerkosten apart een aanvraag moet worden ingediend. Dus indien uw AGB code tussentijds is gewijzigd, dan moet u zowel voor de oude als de nieuwe AGB-code een aanvraag op grond van de meerkostenregeling indienen. Daarnaast is het ook belangrijk dat de begin en einddatum van uw registratie in Vektis kloppen met de data dat u heeft gedeclareerd. Heeft u bijvoorbeeld vanaf 1 juni 2020 op een andere AGB code gedeclareerd, maar was de oude AGB code ook nog actief (tot bijvoorbeeld 1 december 2020), dan moet u voor een correcte berekening de einddatum van die oude AGB-code corrigeren en wijzigen van 1 december 2020 in 1 juni 2020. Zorgverzekeraars Nederland heeft dit als volgt op haar website omschreven:

LET OP 2: Indien u in de periode mei 2020 t/m december 2020 een AGB-wijziging heeft doorgevoerd, bijvoorbeeld door een rechtsvormwijziging, fusie of splitsing, dan dient u zowel voor de oude als voor de nieuwe AGB separaat de meerkostenbijdrage aan te vragen.

Let u er op dat indien u voor meerdere AGB-codes de meerkostenregeling moet aanvragen, dit ook goed in Vecozo geregeld is en u op basis van uw Vecozo-certificaat gerechtigd bent dit namens alle voor u relevante AGB-codes te doen.

Kan ik meerkosten aanvragen als ik geen continuïteitsbijdrage heb aangevraagd? 

Ook zorgaanbieders die géén continuïteitsbijdrage hebben aangevraagd, bijvoorbeeld omdat zij zich niet konden vinden in de juridische voorwaarden daarbij, kunnen gebruik maken van de meerkostenregeling en compensatie aanvragen. Wat de exacte juridische voorwaarden zijn om in aanmerking te komen voor compensatie is nog niet bekend. Zodra deze bekend zijn zullen wij deze analyseren en op onze website met u delen, vergelijkbaar met onze analyses over de continuïteitsbijdrage. Als u continuïteitsbijdrage heeft ontvangen bent u ook niet verplicht met de meerkostenregeling mee te doen.

Kom ik ook in aanmerking voor compensatie voor meerkosten indien er geen of nauwelijks sprake was van omzetderving?

Omzetderving is geen vereiste om in aanmerking te komen voor compensatie op grond van de meerkostenregeling. Dat is positief voor met name groeipraktijken die om die reden geen aanspraak konden maken op de continuïteitsbijdrage, maar wel extra kosten hebben moeten maken vanwege het coronavirus.

Kunnen ook niet-gecontracteerde zorgaanbieders aanspraak maken op de meerkostenregeling?

Net zoals bij de continuïteitsbijdrage kunnen zowel gecontracteerde als niet-gecontracteerde zorgaanbieders de meerkostenbijdrage aanvragen. Niet-gecontracteerde zorgaanbieders gaan, indien zij de meerkostenbijdrage aanvragen, een overeenkomst aan die specifiek ziet op de meerkostenregeling.

Algemene voorwaarden: drempelbedrag van € 50,- per zorgverzekeraar en geen dubbele vergoeding

Zorgverzekeraars Nederland heeft, naar eigen zeggen om de regeling uitvoerbaar te houden, een drempelbedrag bepaald. Het gaat om een drempelbedrag van € 50,- per zorgverzekeraarsconcern: ASR, Menzis, VGZ, CZ, DSW, ENO, iptiQ, ONVZ, Zilveren Kruis en Zorg en Zekerheid. Het betreft dus geen drempelbedrag per label (denk aan Univé of Interpolis), maar per concern. Zorgaanbieders die recht hebben op een bijdrage minder dan € 50,- van een bepaalde zorgverzekeraar, géén bijdrage van het betreffende zorgverzekeraarsconcern zullen ontvangen.

Daarnaast kan alleen beroep kan worden gedaan op de generieke meerkostenregeling, wanneer de meerkosten niet al op een andere manier (deels) vergoed zijn via de patiënt of zorgverzekeraar.

Mondzorg komt niet in aanmerking voor generieke meerkostenregeling

Mondzorgaanbieders zijn uitgesloten van deze generieke meerkostenregeling aangezien voor de mondzorgsector al een regeling voor meerkosten was uitgewerkt, namelijk de prestatiecodes C88 (tandheelkundige zorg) en F902 (orthodontische zorg). Deze prestatiecodes zijn overigens niet meer te declareren.

BTW meerkostenregeling en CB-regeling

Het is niet duidelijk of de meerkostenbijdrage die de zorgaanbieder ontvangt, belast is met btw en dat de zorgaanbieder dus zorg moet dragen voor de BTW-afdracht. Zorgverzekeraars Nederland zegt daarover:

De bedragen die door de zorgverzekeraar worden vergoed aan de zorgaanbieder zijn altijd inclusief BTW. Het is aan de zorgaanbieder om zorg te dragen voor de afdracht van BTW.

Zorgverzekeraars Nederland zegt dus niet dat BTW verschuldigd is, maar wil duidelijk maken dat als dit wel het geval is, het risico daarvoor bij de zorgaanbieder ligt. De prestatie vergoeding meerkosten op grond van de meerkostenregeling is inclusief BTW (voor zover BTW verschuldigd is).

Positief is in ieder geval dat Zorgverzekeraars Nederland – voor zover ons bekend voor het eerst – uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven dat geen btw verschuldigd is over de continuïteitsbijdrage.

Grondslag meerkostenregeling: NZa-beleidsregel

De grondslag voor de meerkostenregeling ligt besloten in de Beleidsregel ‘continuïteitsbijdrage en meerkosten’ van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). In deze beleidsregel, die ook de basis is voor de continuïteitsbijdrage, heeft de NZa al de mogelijkheid gecreëerd voor zorgaanbieders om ‘meerkosten’ in rekening te brengen bij de zorgverzekeraar. Net als bij de continuïteitsbijdrage is daarvoor wel vereist dat daarover een afspraak met de zorgverzekeraar is gemaakt. Een zorgaanbieder kan dus niet zonder dat hij daarover afspraken heeft gemaakt met de zorgverzekeraar meerkosten in rekening brengen.

Het gaat volgens de NZa, om:

  • Kosten die verband houden met het SARS-CoV-2 virus voor het kunnen leveren van directe zorg aan patiënten, ongeacht of de patiënt (vermoedelijk) besmet is met het SARS-CoV-2 virus
  • Zorgcapaciteit die bewust en actief leeg en beschikbaar gehouden wordt voor coronapatiënten
  • Extra gecreëerde zorgcapaciteit voor coronazorg, als dit op verzoek van het ROAZ/RONAZ en andere daartoe aangewezen organisaties of op grond van afstemming in ROAZ-verband is gebeurd

De NZa heeft twee voorwaarden beschreven, waaraan voldaan moet zijn om de meerkosten bij de zorgverzekeraar in rekening te kunnen brengen, namelijk:

  1. De zorgaanbieder heeft daadwerkelijk zorg geleverd aan de verzekerden van de zorgverzekeraar
  2. Er is een schriftelijke afspraak over de meerkosten gemaakt tussen zorgaanbieder en zorgverzekeraar.

Geen meerkostenregeling voor zorgverzekeraar EUCARE (Aevitae)

Zorgverzekeraar EUCARE (Aevitae) neemt geen deel aan de meerkostenregeling van ZN, waar zij eerder ook niet deelnam aan de continuïteitsbijdrage-regeling van ZN. Het is nog niet bekend of EUCARE met een eigen meerkostenregeling zal komen.


Analyse overeenkomst meerkostenregeling (Overeenkomst COVID-19-meerkosten 2020 CB-generiek)

Er zijn meerdere overeenkomsten die zien op de compensatie van meerkosten. Hieronder behandelen wij de generieke overeenkomst die op veruit de meeste zorgaanbieders betrekking heeft (Overeenkomst COVID-19-meerkosten 2020 CB-generiek). Deze overeenkomst ziet op zowel gecontracteerde als niet-gecontracteerde zorgaanbieders. Hierboven is reeds uiteengezet hoe u deze overeenkomst kunt sluiten. Hieronder beschrijven wij onze juridische analyse van de overeenkomst die zorgaanbieders moeten sluiten indien zij voor de meerkostenregeling in aanmerking willen komen.

Veel mogelijkheden voor zorgverzekeraars om vergoeding meerkosten te weigeren of de overeenkomst te ontbinden 

Wat opvalt bij de overeenkomst meerkostenregeling is de ruime mogelijkheid voor zorgverzekeraars om een zorgaanbieder uit te sluiten van de meerkostenregeling. Dezelfde gronden zijn ook afdoende om de overeenkomst te ontbinden, waardoor eventueel betaalde meerkosten met terugwerkende kracht onverschuldigd zijn betaald en kunnen worden teruggevorderd. Dit was ook al het geval bij de continuïteitsbijdrage regeling. Een deel van onze analyse van de continuïteitsbijdrageregeling op dit punt is daarmee ook relevant voor de meerkostenregeling.

Los van de evidente voorbeelden, waarbij het logisch is dat een zorgverzekeraar geen meerkosten wil compenseren, zoals een verdenking van fraude, zijn er veel andere gronden die minder voor de hand liggen:

  • een veroordeling door de tuchtrechter in de afgelopen 8 jaar; dit kan dus ook gaan om een waarschuwing van 7 jaar geleden omdat de zorgaanbieder zorgvuldiger had moeten communiceren
  • geselecteerd zijn voor een formele controle, materiële controle of fraudeonderzoek vanwege meldingen van mogelijke onregelmatigheden of statistische opvallende afwijkingen in declaratiepatronen. Dit gaat best ver. Dat een aanbieder statistisch afwijkt kan heel goed liggen aan de populatie en zegt op zichzelf niets over de rechtmatigheid van declaraties. Daarnaast zegt een melding van een mogelijke onregelmatigheid ook niets. Deze melding kan heel goed onterecht zijn. Dit moet nog onderzocht worden. De uitsluitingscriteria voor de meerkostenregeling kunnen er makkelijk toe leiden dat een ongefundeerde klacht van een boze patiënt of zelfs een onterechte anonieme melding van een concurrent afdoende grond opleveren om de aanspraak op vergoeding van meerkosten kwijt te raken.
  • hetzelfde geldt voor de – al iets concretere – grond: opvallende resultaten in een controle die duiden op ondoelmatige of onrechtmatige zorg.
  • er de afgelopen 3 jaar een juridische procedure is geweest met de zorgverzekeraar – dit is algemeen geformuleerd en kan dus ook als de zorgaanbieder een rechtszaak tegen de zorgverzekeraar gewonnen heeft.
  • andere dan bovengenoemde redenen, dit ter beoordeling van de Zorgverzekeraar – dit is een soort vrije keuze bepaling waarmee de zorgverzekeraar alle kanten op kan.

Wij begrijpen goed dat zorgverzekeraars fraudeurs geen compensatie voor meerkosten wil toekennen, maar net als bij de continuïteitsbijdrage is de balans wel wat doorgeslagen.

Aan welke voorwaarden moet op grond van de overeenkomst zijn voldaan om in aanmerking te komen voor vergoeding van meerkosten?

De overeenkomst stelt de volgende voorwaarden voor de aanspraak op meerkosten:

  • het geleverd hebben van zorg in 2020 aan verzekerden van de zorgverzekeraar
  • het moet gaan om zorg omschreven in een van de segmenten (zie de tabel hierboven)
  • er mag geen andere overeenkomst zijn gesloten die reeds voorziet in vergoeding van meerkosten
  • de zorgaanbieder is niet uitgesloten van een overeenkomst in 2017-2020 wegens onrechtmatig handelen of fraude
  • het gemaakt hebben van extra kosten vanwege Covid-19 en de nasleep daarvan
  • een geldige AGB-code in mei tot en met december 2020
  • bij rechtsvormwijzigingen / fusies moet namens alle entiteiten een aanvraag worden ingediend.
  • onderaannemers moeten betaald worden
  • oneigenlijk gebruik van de meerkostenregeling is niet toegestaan.

Bij deze voorwaarden zijn wel enkele kanttekeningen te plaatsen.

Geen oneigenlijk gebruik. Allereerst is het gemaakt moeten hebben van meerkosten en het geen oneigenlijk gebruik maken van de meerkostenregeling wat lastig te verenigen met de bepalingen dat de vergoeding van meerkosten een forfaitair bedrag is. De enkele omstandigheid dat de vergoeding een forfaitair bedrag betreft, gebaseerd op de gemiddelde kosten, betekent dat sommige zorgaanbieders minder kosten hebben gemaakt en anderen meer. Dat een zorgaanbieder niet mag profiteren van de meerkostenregeling is daarmee een wat bijzondere bepaling, want dit zal voor een deel van de aanbieders per definitie het geval zijn als de berekening van de meerkosten zelf tenminste gebaseerd is op een reële vergoeding. Het is niet mogelijk een lagere vergoeding aan te vragen als de gemaakte meerkosten lager waren: het gaat om een vergoeding die is gebaseerd op de gemiddelde kosten.

Aanvragen voor alle entiteiten bij rechtsvormwijzigingen / fusies. Het moeten aanvragen van meerkosten namens alle AGB’s van een entiteit bij rechtsvormwijzigingen / fusies kan juist tot gevolg hebben dat er meer meerkosten worden vergoed, omdat meerdere entiteiten aanspraak kunnen maken op de vergoeding. De ratio van deze bepaling laat zich eveneens lastig verenigen met het voorkomen van oneigenlijk gebruik. Verder staat deze bepaling ook op gespannen voet met de uitdrukkelijk wel open gelaten mogelijkheid om voor zorgsoorten (GGZ, GRZ en ZBC’s) waarvoor nog geen meerkostenpercentage kan worden vastgesteld geen aanvraag in te dienen, zodat de compensatie voor meerkosten eerder kan worden uitgekeerd.

Uitbetalen vergoeding meerkosten 

De meerkosten worden uitgekeerd op het bij de zorgverzekeraar bekende nummer van de zorgaanbieder of het in Vecozo opgegeven rekeningnummer. Zorgt u er dus voor dat het bankrekeningnummer in Vecozo klopt en dat eventuele recente mutaties ook tijdig zijn doorgegeven en verwerkt. Indien betaling via een derde (factoringbedrijf) plaatsvindt, dan kan dit ook voor de meerkostenregeling gehanteerd worden.

Vergoeding meerkosten aan onderaannemers

In de overeenkomst staat dat, indien u structureel gebruik maakt van onderaannemers, u geacht wordt deze onderaannemers uit te betalen met de ontvangen tegemoetkoming meerkosten. Wat u deze onderaannemers moet betalen en hoe u de hoogte van de aanspraak van deze onderaannemers moet vaststellen is niet nader bepaald. Of dit betekent dat deze onderaannemers over de periode mei tot en met december 2020 een gelijk percentage als compensatie voor de meerkosten vergoed moeten krijgen als u zelf vergoed heeft gekregen over deze periode zal afhangen van de aard van de werkzaamheden zoals deze door de onderaannemer worden verricht. Daarbij kan behulpzaam zijn om kritisch te kijken naar de hoogte van de kostenposten waarvoor de meerkostenregeling dekking probeert te bieden.

Indien onderaannemer exact dezelfde meerkosten heeft moeten maken als de hoofdaannemer, dan is verdedigbaar dat eenzelfde percentage gehanteerd moet worden. Voor een deel van de meerkosten , zoals extra inhuur personeel, extra schoonmaakkosten en tijdelijke aanpassingen om te voldoen aan de 1,5 meter samenleving, is het niet onwaarschijnlijk dat deze meerkosten alleen door de hoofdaannemer gemaakt zijn. Dat kan een verschil in het percentage van de vergoeding rechtvaardigen. Omdat niet gespecificeerd is welk onderdeel voor welk aandeel in het geheel van de berekende meerkostenvergoeding meetellen zal dit een kwestie van goed overleg zijn.

Verrekening 

Zorgverzekeraars hebben de bevoegdheid om onverschuldigd betaalde meerkosten te verrekenen met nog niet betaalde declaraties aan de zorgaanbieder. Dit verrekenrecht wordt allereerst uitgebreid tot alle vorderingen van ieder tot het concern van de verzekeraar behorende verzekeraar. Dat betekent dat als Zilveren Kruis een vordering op een zorgaanbieder heeft wegens onverschuldigd betaalde meerkosten, dit verrekend mag worden met een declaratie die FBTO (dat valt onder hetzelfde concern)  nog aan u moet betalen. Dit is geregeld in artikel 4.2 van de overeenkomst.

Uitbreiding verrekeningsrecht tot vorderingen op verzekerden

In artikel 4.3 wordt dit verrekenrecht uitgebreid tot het mogen verrekenen met declaraties die verzekerden van de zorgverzekeraar aan de zorgaanbieder verschuldigd zijn. Bijzonder van de tekst van deze bepaling is dat dit verrekeningsrecht niet beperkt lijkt te zijn een vordering van de zorgverzekeraar op de zorgaanbieder vanwege een onterecht uitgekeerde tegemoetkoming voor meerkosten. In de overeenkomst staat immers:

Partijen breiden het op grond van de wet bestaand verrekeningsrecht en het verrekeningsrecht op grond van deze Overeenkomst Meerkosten uit naar de rechtsrelatie die de Zorgaanbieder onderhoudt met verzekerden van de Zorgverzekeraar indien geen sprake is van zorgovereenkomst(en), waarmee Partijen derhalve afspreken dat verzekerden van de Zorgverzekeraar zorgdeclaraties van de Zorgaanbieder onbetaald mogen laten, waarbij Partijen op voorhand overeenkomen dat daarmee vorderingen van de Zorgverzekeraar op de Zorgaanbieder door verrekening worden ingelost tot Partijen over en weer niets meer te vorderen hebben.

Deze verrekeningsmogelijkheid verwijst niet alleen naar eventuele vorderingen op grond van de overeenkomst en kan dus ook zien op vorderingen die de zorgverzekeraar op de zorgaanbieder meent te hebben uit hoofde van een materiële controle. In feite gaat het hierbij om een derdenbeding waardoor de zorgaanbieder er mee instemt dat de patiënt die verzekerd is bij de zorgverzekeraar zijn nota niet hoeft te betalen, maar deze nota betaald kan worden door deze weg te strepen tegen de vordering die de zorgverzekeraar nog op de zorgaanbieder heeft of stelt te hebben.

Een voorbeeld. Met name bij materiële controles van niet-gecontracteerde aanbieders komt het nogal eens voor dat tussen de zorgverzekeraar en zorgaanbieder discussie ontstaat of patiëntengegevens als gevolg van de AVG wel aan de verzekeraar mogen worden verstrekt. Indien de verzekeraar vindt van wel, en de zorgaanbieder van niet, dan komt het voor dat de verzekeraar concludeert dat niet vast te stellen is of de zorg rechtmatig was verleend en daarom de uitbetaalde zorg terugvordert.

Wanneer mogen ook alweer patiëntgegevens worden verstrekt? Indien de zorgaanbieder een overeenkomst heeft gesloten met de zorgverzekeraar, moeten de gegevens (indien aan de overige eisen is voldaan) aan de zorgverzekeraar verstrekt worden. Als er geen overeenkomst is gesloten dan moet de zorgaanbieder de gegevens alleen aan de verzekerde zelf verstrekken en dus niet aan de verzekeraar. Deze regeling is voor basiszorg en aanvullende zorg gelijk. Zie ook onze pagina over materiële controle.

Deze bepaling over het verrekeningsrecht is ook in andere situaties van belang. Het gaat in feite om alle situaties waarin de zorgverzekeraar meent dat de niet-gecontracteerde aanbieder bepaalde zorg ten onrechte heeft gedeclareerd, dan wel dat er geen rechtsgrond was voor de ingediende declaraties. In die gevallen dient de zorgverzekeraar onder normale omstandigheden de stap naar de rechter te zetten om betaling van de niet-gecontracteerde zorgaanbieder af te dwingen. Bovendien geldt dat de zorgverzekeraar in de nodige gevallen niet bij de zorgaanbieder moet zijn om betaling af te dwingen, maar bij de verzekerde, zoals uit deze uitspraak blijkt.

Op grond van de ruime verrekenmogelijkheid, die door de meerkostenregeling wordt gecreëerd, kan de zorgverzekeraar in dit soort gevallen de vordering die de zorgverzekeraar meent te hebben, verrekenen met declaraties die de zorgaanbieder aan verzekerden van die zorgverzekeraar stuurt.

Ook indien in het verleden een discussie heeft gespeeld, waarbij de zorgaanbieder van mening is dat de zorgverzekeraar ten onrechte een vordering heeft vastgesteld, kan deze bepaling relevant zijn. Indien de betreffende vordering feitelijk niet is geïnd (bijvoorbeeld omdat de zorgverzekeraar dit de gang naar de rechter niet waard / te riskant vond), geldt dat zorgaanbieders zich goed rekenschap moeten geven van de ruime verrekenmogelijkheid die op grond van de meerkostenregeling wordt gecreëerd in relatie tot de risico’s dat de zorgverzekeraar / verzekerde vervolgens betaling van declaraties kan weigeren en de zorgaanbieder vervolgens mogelijk zelf naar de rechter moet stappen om alsnog betaling af te dwingen. Dit geldt in nog sterkere mate voor zorgaanbieders die te maken hebben met een vordering van restitutieverzekeraars, aangezien de rechter tot op heden van mening is dat de rechtstreekse betaling door de zorgverzekeraar aan de zorgaanbieder heeft te gelden als een betaling aan de verzekerde en dus niet verrekend kan worden met andere declaraties van de zorgaanbieder.

Duur overeenkomst

De overeenkomst ziet op de periode 1 mei 2020 tot en met 31 december 2020 en heeft daarmee alleen betrekking op het verleden. Wel verdient aandacht dat bepalingen die naar hun aard betrekking hebben op de periode voor of na de looptijd van de overeenkomst wel doorwerken. Dit geldt dus ook voor de hierboven genoemde verrekenbepalingen.

Verder wordt er nog op gewezen dat besloten kan worden de meerkostenregeling te verlengen, maar dat zorgverzekeraars niet verplicht zijn dit te doen. Verder hebben zorgverzekeraars expliciet opgenomen dat de vordering uit hoofde van de meerkostenregeling niet overdraagbaar is. Een zorgaanbieder kan dus alleen zelf aanspraak maken op deze betaling.

Geschillenregeling

In de overeenkomst wordt verwezen naar de Geschillenregeling Continuïteitsbijdrage en Meerkosten’ van ZN. In de overeenkomst wordt vervolgens verwezen naar de algemene corona pagina op de website van ZN. Daar staat geen regeling met deze omschrijving. Waarschijnlijk is bedoeld dat de Geschillenregeling die ziet op de continuïteitsbijdrage ook van toepassing is op de meerkostenregeling. Klik hier voor onze analyse van de geschillenregeling van de continuïteitsbijdrage. De Geschillenregeling continuïteitsbijdrage zelf kunt u ook van onze site downloaden. Mocht er een nieuwe aparte geschillenregeling voor de meerkostenregeling zijn opgesteld, dan zullen wij deze hier toevoegen.

 

 

  • Meld u nu aan voor onze nieuwsbrief!
    Wilt u op de hoogte worden gehouden van de laatste ontwikkelingen en veranderingen op juridisch gebied? Via onze nieuwsbrief krijgt u automatisch de laatste nieuwtjes via de e-mail toegestuurd.
  • Inschrijven nieuwsbrief