Meerkostenregeling in verband met het corona virus

Wat is de meerkostenregeling?

De meerkostenregeling is een regeling waarmee zorgverzekeraars de extra kosten (meerkosten) die zorgaanbieders hebben moeten maken vanwege het corona virus compenseren. Deze meerkostenregeling is een eenmalige compensatie voor de extra kosten die door zorgaanbieders in 2020 zijn gemaakt. De uitkering zal plaatsvinden in 2021. Niet alle extra kosten komen voor compensatie in aanmerking. Op 1 oktober 2020 heeft Zorgverzekeraars Nederland (ZN) bekend gemaakt voor welke kosten zorgaanbieders een vergoeding kunnen krijgen.

Laatst bijgewerkt op 13 januari 2021 om 16.47

Grondslag meerkostenregeling: NZa-beleidsregel

De grondslag voor de meerkostenregeling ligt besloten in de Beleidsregel ‘continuïteitsbijdrage en meerkosten’ van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). In deze beleidsregel, die ook de basis is voor de continuïteitsbijdrage, heeft de NZa al de mogelijkheid gecreëerd voor zorgaanbieders om ‘meerkosten’ in rekening te brengen bij de zorgverzekeraar. Net als bij de continuïteitsbijdrage is daarvoor wel vereist dat daarover een afspraak met de zorgverzekeraar is gemaakt. Een zorgaanbieder kan dus niet zonder dat hij daarover afspraken heeft gemaakt met de zorgverzekeraar meerkosten in rekening brengen.

Het gaat volgens de NZa, om:

  • Kosten die verband houden met het SARS-CoV-2 virus voor het kunnen leveren van directe zorg aan patiënten, ongeacht of de patiënt (vermoedelijk) besmet is met het SARS-CoV-2 virus
  • Zorgcapaciteit die bewust en actief leeg en beschikbaar gehouden wordt voor coronapatiënten
  • Extra gecreëerde zorgcapaciteit voor coronazorg, als dit op verzoek van het ROAZ/RONAZ en andere daartoe aangewezen organisaties of op grond van afstemming in ROAZ-verband is gebeurd

De NZa heeft twee voorwaarden beschreven, waaraan voldaan moet zijn om de meerkosten bij de zorgverzekeraar in rekening te kunnen brengen, namelijk:

  1. De zorgaanbieder heeft daadwerkelijk zorg geleverd aan de verzekerden van de zorgverzekeraar
  2. Er is een schriftelijke afspraak over de meerkosten gemaakt tussen zorgaanbieder en zorgverzekeraar.

Juridische voorwaarden verbonden aan de meerkostenregeling

Juridisch is het zo geregeld dat zorgverzekeraars geen prestaties mogen vergoeden die niet door de NZa zijn omschreven. Zorgaanbieders mogen deze ook niet in rekening brengen. Indien niet aan de voorwaarden van de door de NZa omschreven prestatie is voldaan, dan kunnen deze kosten niet vergoed worden. Daarom is het belangrijk om in aanvulling op de voorwaarden voor de meerkostenregeling zoals benoemd door ZN, ook te kijken naar wat door de NZa hierover is bepaald.

Eén van voorwaarden uit de NZa-beleidsregel ‘continuïteitsbijdrage en meerkosten’ om een vergoeding voor meerkosten te verkrijgen, is dat een schriftelijke afspraak daarover met de zorgverzekeraar gemaakt moet zijn. ZN heeft aangekondigd dergelijke afspraken met zorgaanbieders te willen maken, ook met zorgaanbieders die normaal gesproken niet-gecontracteerd werken.

Een andere voorwaarde is dat een zorgaanbieder zorg moet hebben verleend aan verzekerden van de betreffende verzekeraar. Dat is geen vreemde eis, omdat als geen zorg is geleverd, het natuurlijk de vraag is waar de meerkosten dan op zien.

Meerkostenregeling staat los van continuïteitsbijdrage

ZN heeft aangegeven dat de meerkostenregeling losstaat van de continuïteitsbijdrageregeling. De meerkostenregeling zal eigen juridische voorwaarden en (contractuele) afspraken kennen. Ook zorgaanbieders die geen aanspraak hebben gemaakt op de continuïteitsbijdrage kunnen in principe aanspraak maken op de meerkostenregeling. Dat zou positief nieuws zijn voor met name groeipraktijken die om die reden geen aanspraak konden maken op de continuïteitsbijdrage, maar wel extra kosten hebben moeten maken vanwege het corona virus. De exacte voorwaarden zijn op dit moment evenwel nog niet bekend en zullen, als deze zijn gepubliceerd, weer door ons worden geanalyseerd, vergelijkbaar met onze analyses over de continuïteitsbijdrage.

Wanneer kan vergoeding van meerkosten aangevraagd worden?

ZN heeft aangegeven dat een aanvraag voor vergoeding van de meerkosten vanwege corona over 2020 in 2021 kan worden aangevraagd via Vecozo. Tot op heden (13 januari 2021) is dat nog niet mogelijk: zorgaanbieders moeten dus nog even geduld hebben. Wij zullen deze website periodiek bijwerken.

Nadere informatie over en de voorwaarden voor toekenning van een meerkostenbijdrage zal ZN begin 2021 delen.

Wanneer wordt de vergoeding voor meerkosten vanwege corona uitgekeerd?

Het exacte moment van uitbetaling is nog niet bekend en zal ook per beroepsgroep verschillen, omdat de uitbetaling afhankelijk is van het moment waarop alle declaraties over 2020 binnen zijn. De declaraties over 2020 vormen immers de basis voor het berekenen van de hoogte van de compensatie voor de meerkosten. Aangezien de meerkosten eerst vanaf 2021 aangevraagd kunnen worden, zal de uitkering ook pas in 2021 plaats kunnen vinden. ZN heeft wel aangegeven dat uitbetaling plaats zal vinden in 2021. Hoewel daar verder niets over is opgenomen zou het ons niet verbazen als de uitkering van de meerkosten medio 2021 zal plaatsvinden, dezelfde periode waarin de eindafrekening van de continuïteitsbijdrage voor de meeste beroepsgroepen plaatsvindt. Dit biedt zorgverzekeraars de mogelijkheid om een eventuele verplichting van een zorgaanbieder om teveel ontvangen continuïteitsbijdrage te verrekenen met de nog door de zorgaanbieder te ontvangen vergoeding op grond van de meerkostenregeling.

Hoe wordt de hoogte van de vergoeding van de meerkosten vastgesteld? 

De vergoeding voor de meerkosten vanwege het corona virus is een eenmalige tegemoetkoming in de meerkosten voor 2020. De hoogte van de meerkostenbijdrage voor zorgaanbieders wordt berekend op basis van de daadwerkelijke omzet in 2020. Het gaat om de zorg (voor apothekers betreft dit alleen de vergoedingen voor prestaties en dus niet voor medicatie) die vergoed is vanuit de basisverzekering en/of een aanvullende verzekering. Van deze omzet wordt naar verwachting tussen de o,20% en o,80% vergoed als bijdrage voor de meerkosten. De exacte percentages zijn op dit moment (13 januari 2021) nog niet bekend en zullen, zo is de verwachting, per zorgdiscipline anders zijn. Bij het berekenen van de percentages worden de meerkosten per beroepsgroep ingeschat en gecorrigeerd voor de gemiddelde omzetdaling.

Hoe wordt het percentage voor de meerkostenregeling berekend?

De berekening van het percentage van de omzet dat bepalend is voor de vergoeding van de meerkostenregeling doet men door de volgende (al dan niet daadwerkelijk gemaakte) kosten mee te wegen:

  • Extra kosten voor afvalverwerking en schoonmaak;
  • Extra kosten voor tijdelijke aanpassingen in het kader van de 1,5 meter-samenleving (denk aan plexiglasschermen en stickers);
  • Extra kosten voor inhuur van personeel voor coronazorg of voor het garanderen van beschikbaarheid;
  • Extra kosten aan persoonlijke beschermingsmiddelen zoals handschoenen en mondkapjes;
  • Voor apotheken komen de extra kosten voor het bezorgen van medicijnen daar nog bovenop;
  •  Voor ‘specifieke beroepsgroepen’ komen de extra kosten voor het uitvoeren of uitbesteden van coronatesten die in april en mei niet door de GGD’en konden worden uitgevoerd daar nog bovenop.

Uiteindelijk zal per beroepsgroep een percentage van de jaaromzet 2020 worden bepaald. De percentages worden op dit moment ingeschat tussen 0,2% en 0,8%. Het lijkt er op dat een individuele zorgaanbieder niet verplicht is concreet te specificeren dat en/of welke kosten zijn gemaakt. Kennelijk gaat de regeling er vanuit dat iedere zorgaanbieder een gelijke vergoeding krijgt, bekerend aan de hand van de formule toepasselijke % x jaaromzet. Op basis van de nu bekende informatie valt niet uit te sluiten dat dit voor de bezorgkosten van de apotheek en voor het uitvoeren of uitbesteden van coronatesten door specifieke beroepsgroepen anders ligt, omdat deze kosten in bepaalde gevallen veel hoger kunnen liggen dan gemiddeld. Zoals eerder aangegeven zijn de exacte voorwaarden van de regeling nog niet bekend , en dus is dat nog even afwachten.

Hoe wordt de jaaromzet die uitgangspunt is voor de meerkostenregeling vastgesteld?

Voor de jaaromzet die relevant is voor de meerkostenregeling wordt per beroepsgroep een methode gehanteerd, waarmee de effecten van corona zo eerlijk mogelijk kunnen meewegen. Dat zal bijvoorbeeld gebeuren door in de percentages te corrigeren voor de gemiddelde omzetderving. Een andere mogelijkheid is om de omzet in een bepaalde periode van 2020 te nemen en die omzet te extrapoleren naar het hele jaar. De exacte berekeningsmethodiek is nog niet bekend.

Belang van jaaromzet voor berekening hoogte compensatie op grond van de meerkostenregeling

De wijze waarop de jaaromzet wordt vastgesteld is van grote invloed op de hoogte van de vergoeding op grond van de meerkostenregeling. De compensatie voor de meerkosten is immers een uitkering die wordt berekend als percentage van de aldus berekende jaaromzet 2020. Voor bepaalde beroepsgroepen geldt bovendien dat in 2020 zorg is weggevallen, hetgeen invloed heeft op de jaaromzet 2020.

Hoe dit concreet zal uitwerken, is nog niet bekend en zal door ons worden meegenomen in de analyse van de voorwaarden van de uiteindelijke meerkostenregeling. Wij verwachten overigens dat hiervoor zoveel mogelijk aansluiting zal worden gezocht bij de wijze waarop de gerealiseerde omzet in het kader van de berekening van de continuïteitsbijdrage en inhaalzorg is berekend.

Telt alleen omzet voor zorg die vergoed wordt uit de basisverzekering mee voor de meerkostenregeling?

Volgens de Q&A op de website van ZN over de meerkostenregeling gaat het om vanuit de basisverzekering en/of een aanvullende verzekering vergoede zorg.  Wij verwachten dat dezelfde definitie wordt gehanteerd als voor de normomzet en gerealiseerde omzet. Dat betekent dat niet-verzekerde zorg en eigen bijdragen niet meetellen. Voor niet-gecontracteerde aanbieders kan dit betekenen dat het deel van de omzet dat vanwege de restitutiekorting niet door de zorgverzekeraar vergoed wordt (ca 25%) niet meetelt bij de omzet die bepalend is voor de meerkostenregeling.

Wie komt in aanmerking voor de meerkostenregeling?

Een veel gestelde vraag is: wanneer kom ik in aanmerking voor de generieke meerkostenregeling? Aan welke eisen moet ik voldoen? ZN geeft hierop het volgende antwoord: de generieke meerkostenregeling geldt voor zorgaanbieders die ook in aanmerking kwamen voor de generieke CB-regeling.

Het gaat om aanbieders in de volgende zorgsoorten: (medische) pedicure, alternatieve geneeswijzen, farmaceutische zorg (excl. ziekenhuizen met dienstapotheken), diëtetiek, ELD, ergo-, fysio- en oefentherapie, gecontracteerde (!) gehoorzorg, GLI/leefstijlcoaching, huidtherapie, hulpmiddelenzorg, kraamzorg, logopedie, optometrie, podotherapie/-logie, trombosezorg, verloskunde, ZBC’s en zittend ziekenvervoer. De generieke meerkostenregeling geldt daarnaast voor aanbieders van GGZ en wijkverpleging (incl. ELV en GRZ), mits de vergoede jaaromzet minder dan € 10 miljoen bedraagt.

Ook zorgaanbieders die géén continuïteitsbijdrage hebben aangevraagd, bijvoorbeeld omdat zij zich niet konden vinden in de juridische voorwaarden daarbij, lijken wel gebruik te kunnen maken van de meerkostenregeling. Wel is het raadzaam om opnieuw goed na te gaan welke juridische voorwaarden bij de meerkostenregeling gelden.

Kunnen ook niet-gecontracteerde zorgaanbieders aanspraak maken op de meerkostenregeling?

Net zoals bij de continuïteitsbijdrage kunnen zowel gecontracteerde als niet-gecontracteerde zorgaanbieders de meerkostenbijdrage aanvragen. Niet-gecontracteerde zorgaanbieders gaan, indien zij de meerkostenbijdrage aanvragen, een overeenkomst aan die specifiek ziet op de meerkostenregeling.

Algemene voorwaarden: drempelbedrag van € 50,- per zorgverzekeraar en geen dubbele vergoeding

ZN heeft, naar eigen zeggen om de regeling uitvoerbaar te houden, een drempelbedrag bepaald. Het gaat om een drempelbedrag van € 50,- per zorgverzekeraarsconcern: ASR, Menzis, VGZ, CZ, DSW, ENO, iptiQ, ONVZ, Zilveren Kruis en Zorg en Zekerheid. Het betreft dus geen drempelbedrag per label (denk aan Univé of Interpolis), maar per concern.
Het ziet ernaar uit dat zorgaanbieders die – conform de nog bekend te maken berekeningswijze – recht hebben op een bijdrage minder dan € 50,- van een bepaalde zorgverzekeraar, géén bijdrage van die zorgverzekeraar zullen ontvangen.

Daarnaast heeft ZN aangegeven dat alleen beroep kan worden gedaan op de generieke meerkostenregeling, wanneer de meerkosten niet al op een andere manier (deels) vergoed zijn via de patiënt of zorgverzekeraar.

Mondzorg komt niet in aanmerking voor generieke meerkostenregeling

Mondzorgaanbieders zijn uitgesloten van deze generieke meerkostenregeling aangezien voor de mondzorgsector al een regeling voor meerkosten is uitgewerkt, namelijk de prestatiecodes C88 (tandheelkundige zorg) en F902 (orthodontische zorg).

BTW meerkostenregeling en CB-regeling

Het is niet duidelijk of de meerkostenbijdrage die de zorgaanbieder ontvangt, belast is met btw en dat de zorgaanbieder dus zorg moet dragen voor de BTW-afdracht. ZN zegt daarover:

De bedragen die door de zorgverzekeraar worden vergoed aan de zorgaanbieder zijn altijd inclusief BTW. Het is aan de zorgaanbieder om zorg te dragen voor de afdracht van BTW.

ZN zegt dus niet dat BTW verschuldigd is, maar wil duidelijk maken dat als dit wel het geval is, het risico daarvoor bij de zorgaanbieder ligt. De prestatie vergoeding meerkosten op grond van de meerkostenregeling is inclusief BTW (voor zover BTW verschuldigd is).

Positief is in ieder geval dat ZN – voor zover ons bekend voor het eerst – uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven dat geen btw verschuldigd is over de continuïteitsbijdrage.

Bestaat er een verplichting om meerkosten te administreren?

ZN heeft te kennen gegeven dat zorgaanbieders geen overzicht hoeven bij te houden of door te geven van welke meerkosten gemaakt zijn. Volgens ZN gaat het om een generieke regeling waarbij een inschatting wordt gemaakt van de gemiddelde meerkosten per beroepsgroep.

De NZa heeft in de NZa-beleidsregel ‘continuïteitsbijdrage en meerkosten’ eerder te kennen gegeven dat de zorgaanbieder alleen extra kosten in rekening kan brengen “waarvan hij kan aantonen dat extra kosten als hiervoor bedoeld zijn gemaakt in verband met het SARS-CoV-2 virus”.

De meerkostenregeling van ZN staat in dat opzicht enigszins op gespannen voet met deze NZa beleidsregel. Dat de zorgverzekeraars nu te kennen geven dat geen overzicht behoeft te worden bijgehouden is in onze optiek overigens wel logisch, aangezien wel vaststaat dat nagenoeg elke beroepsgroep in de zorg meerkosten heeft gemaakt vanwege het corona virus.

Voor de uitvoerbaarheid van de regeling en de administratieve lastenbeperking voor zorgaanbieders is het goed dat zorgaanbieders niet nauwkeurig hoeven door te geven welke meerkosten zij exact gemaakt hebben. Het is wel verstandig dat zorgaanbieders – in lijn met de NZa-beleidsregel ‘continuïteitsbijdrage en meerkosten’ – in hun eigen administratie bijhouden dát zij meerkosten hebben gemaakt en om welke kostenposten het gaat, zodat daarover later (ook indien de NZa daarop zou controleren) geen onduidelijkheid kan bestaan.

Geen meerkostenregeling voor zorgverzekeraar EUCARE (Aevitae)

Zorgverzekeraar EUCARE (Aevitae) neemt geen deel aan de meerkostenregeling van ZN. Het is nog niet bekend of EUCARE met een eigen meerkostenregeling zal komen.

  • Meld u nu aan voor onze nieuwsbrief!
    Wilt u op de hoogte worden gehouden van de laatste ontwikkelingen en veranderingen op juridisch gebied? Via onze nieuwsbrief krijgt u automatisch de laatste nieuwtjes via de e-mail toegestuurd.
  • Inschrijven nieuwsbrief