Welkom bij de Wtza-wizard!

Zoals u wellicht al weet, zal de Wet toetreding zorgaanbieders (‘Wtza’) op 1 januari 2022 in werking treden. De Wtza brengt verschillende – ook nieuwe – verplichtingen met zich voor zorgorganisaties. Door middel van het beantwoorden van de vragen in deze Wtza-wizard, kan informatie verkregen worden over de verplichtingen voor u of uw zorgorganisatie.

De belangrijkste verplichtingen op grond van de Wtza zijn de meldplicht, vergunningplicht en het intern toezicht. Klik op onderstaande buttons om per verplichting, door middel van het invullen van vragen, te zien wat deze verplichting voor u of uw zorgorganisatie betekent. 

Meldplicht, vergunningplicht en intern toezicht

De belangrijkste verplichtingen op grond van de Wtza zijn de meldplicht, vergunningplicht en het intern toezicht. Klik op onderstaande buttons om per verplichting, door middel van het invullen van vragen, te zien wat deze verplichting voor u of uw zorgorganisatie betekent. 

Jaarverantwoording en financiële bedrijfsvoering

Naast de meldplicht, vergunningplicht en het intern toezicht bevat de Wtza en aanverwante wet- en regelgeving ook verplichtingen ten aanzien van de jaarverantwoording en financiële bedrijfsvoering. Klik op onderstaande buttons om ook daarvoor een kort overzicht te krijgen.

Artikelen over de Wtza

Neemt u ook eens een kijkje op onze website en de onderstaande artikelen die wij hebben geschreven over de Wtza:

Luister ook naar de podcast “Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza): welke verplichtingen komen er op zorgaanbieders af?”

FAQ: Vragen en antwoorden over de Wtza

1. Wat is de Wtza?

De Wtza is een wet en bevat toetredingsregels voor zorgaanbieders. In dat kader bevat de Wtza diverse – soms nieuwe – verplichtingen. Het gaat dan om de meldplicht, vergunningplicht, de interne toezichthouder en de verplichtingen ten aanzien van de jaarverantwoording en financiële bedrijfsvoering.

2. Waarom wordt de Wtza ingevoerd?

De Wtza heeft een aantal doelen. Een doel is dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) sneller en meer informatie verkrijgt over zorgaanbieders die onder de reikwijdte van de wet vallen. Het idee is dat de zorgaanbieders – door de verplichtingen uit de Wtza – sneller in het vizier van de IGJ komen, waarna de IGJ kan selecteren welke zorgaanbieders zij bijvoorbeeld wil bezoeken in het kader van het toezicht. Het verschil met de huidige WTZi, is dat daarbij veel zorgaanbieders minder goed bij de IGJ in beeld zijn. Dit komt onder andere doordat veel zorgaanbieders van rechtswege een WTZi-toelating hebben. Het doel is dus dat de IGJ met inwerkingtreding van de Wtza, beter (risicogestuurd) toezicht kan houden op zorgaanbieders. Een ander doel is dat zorgaanbieders zich op voorhand (beter) bewust zijn van de eisen die gelden voor de zorgverlening en wat hun verantwoordelijkheden zijn in dat kader. De IGJ verwacht dan ook minder tijd kwijt te zijn aan het informeren van zorgaanbieders hierover.

3. Voor wie geldt de Wtza?

Voor welke zorgaanbieders de Wtza exact geldt, is afhankelijk van de verplichting. Per verplichting op grond van de Wtza, is namelijk bepaald voor welke zorgaanbieders deze gelden. In het Uitvoeringsbesluit Wtza is vervolgens bepaald voor welke zorgaanbieders de verplichtingen niet gelden. Een en ander is in de FAQ per verplichting uitgewerkt. Relevant is overigens dat jeugdhulpaanbieders in de zin van de Jeugdwet, slechts onder de Wtza vallen voor zover het gaat om de meldplicht. De rest van de Wtza is dus niet op hen van toepassing. De Wtza geldt daarnaast in zijn geheel niet voor zorgaanbieders die uitsluitend zorg in de zin van de Wet maatschappelijk ondersteuning leveren.

4. Vervangt de Wtza de WTZi?

De Wtza vervangt alleen de toelatingsbepalingen uit de WTZi en het Uitvoeringsbesluit WTZi. Dat is overigens wel het grootste deel van de WTZi / het Uitvoeringsbesluit WTZi. De resterende bepalingen uit de WTZi / het Uitvoeringsbesluit WTZi – die dus blijven bestaan – zien onder andere op het (verbod op) winstoogmerk en (de verplichting om mededeling te doen aan) het College sanering. Dit betekent dat (het resterende deel van) de WTZi naast de Wtza blijft bestaan.

5. Wanneer treedt de Wtza in werking?

De Wtza treedt op 1 januari 2022 in werking. Dit geldt ook voor de aanverwante wet- en regelgeving zoals benoemd in vraag 6. Overigens gelden er voor bepaalde verplichtingen en bepaalde zorgaanbieders wel overgangsperiodes. Deze zijn in deze FAQ per verplichting uitgewerkt.

6. Is er nog andere relevante wet- en regelgeving met betrekking tot de Wtza?

Naast de Wtza is er nog andere relevante aanverwante wet- en regelgeving, die overigens ook op 1 januari 2022 in werking treedt. Zo is er de Aanpassingswet Wtza (AWtza). De AWtza regelt bepaalde aspecten zoals deze voortvloeien uit de Wtza. Zo bevat de AWtza de benodigde technische overgangsregelingen, inhoudelijke voorstellen en technische wijzigingen. Dit onder andere zodat andere wet- en regelgeving in lijn is met de Wtza. Daarnaast is er het Uitvoeringsbesluit Wtza. Het Uitvoeringsbesluit Wtza regelt onder andere de uitzonderingen op de verplichtingen uit de Wtza. Uit Uitvoeringsbesluit Wtza bevat daarnaast de eisen die worden gesteld aan het interne toezicht. Verder is er de Uitvoeringsregeling Wtza. De Uitvoeringsregeling Wtza regelt op welke wijze aan de meldplicht en vergunningplicht worden voldaan. Daarnaast geeft de Uitvoeringsregeling Wtza een nadere definitie van het begrip ‘medisch specialistische zorg’, in de zin van de Wtza. Verder regelt de Uitvoeringsregeling Wtza nog een aantal andere zaken, de wijze van vastlegging van bepaalde verplichtingen en de kosten voor de aanvraag van een vergunning.

Meldplicht:

1. Voor wie geldt de meldplicht?

De meldplicht geldt voor alle zorgaanbieders in de zin van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (‘Wkkgz’). Dit zijn instellingen dan wel solistisch werkende zorgverleners, die zorg (doen) leveren in de zin van de Zorgverzekeringswet (‘Zvw’), Wet langdurige zorg (‘Wlz’) of andere zorg. Verder geldt de meldplicht ook voor jeugdhulpaanbieders in de zin van de Jeugdwet en onderaannemers. Onderaannemers worden in de Wtza als volgt gedefinieerd: “a. een instelling die binnen het kader van de binnen een andere instelling verleende zorg een deel van die zorg verleent; en b. een zorgverlener die, anders dan in dienst van een instelling, middellijk of onmiddellijk in opdracht van een instelling beroepsmatig zorg verleent.”

2. Geldt de meldplicht voor nieuwe en / of bestaande zorgaanbieders?

De meldplicht geldt voor zowel nieuwe zorgaanbieders (die op 1 januari 2022 nog geen zorg verlenen) als bestaande zorgaanbieders (die op 1 januari 2022 al wel zorg verlenen).

3. Wanneer moeten zorgaanbieders aan de meldplicht voldoen?

Voor nieuwe zorgaanbieders geldt dat zij de melding niet eerder dan 3 maanden voor aanvang van de zorgverlening moeten doen. Voor bestaande zorgaanbieders geldt dat zij de melding binnen 6 maanden na inwerkingtreding van de Wtza (1 januari 2022) moeten hebben gedaan. Een melding kan overigens ook al vrijwillig tot 1 januari 2022 plaatsvinden via www.meldennieuwezorgaanbieders.nl.

4. Welke zorgaanbieders zijn uitgezonderd van de meldplicht?

In artikel 2 Uitvoeringsbesluit Wtza is opgenomen welke zorgaanbieders zijn uitgezonderd van de meldplicht. Dit geldt onder andere voor apotheken met een geregistreerd apotheker en voor abortusklinieken. In artikel 10 Uitvoeringsbesluit Wtza is een aantal relevante uitzonderingen opgenomen voor bestaande zorgaanbieders. Zo geldt voor bestaande zorgaanbieders die op 1 januari 2022 ingeschreven staan in het Landelijk Register Zorgaanbieders (LRZa) dat zij uitgezonderd zijn van de meldplicht. Het is dus goed om dat even te checken. Ook zorgaanbieders die binnen 6 maanden na inwerkingtreding van de Wtza (1 januari 2022) de nieuwe jaarverantwoording over 2021 openbaar hebben gemaakt, zijn uitgezonderd.

5. Welke jeugdhulpaanbieders zijn uitgezonderd van de meldplicht?

Voor jeugdhulpaanbieders gelden andere uitzonderingen. Zo zijn de uitzonderingen voor nieuwe jeugdhulpaanbieders opgenomen in artikel 11 Uitvoeringsbesluit Wtza. Dit geldt onder andere voor gemeenten. Ook voor bestaande jeugdhulpaanbieders zijn de uitzonderingen opgenomen in artikel 11 Uitvoeringsbesluit Wtza.

6. Hoe moet aan de meldplicht worden voldaan?

De melding moet geschieden door het volledig invullen van het meldformulier via de website  www.toetredingzorgaanbieders.nl.

7. Wat is de sanctie indien niet (tijdig) aan de meldplicht wordt voldaan?

Indien niet of niet tijdig aan de meldplicht wordt voldaan, kan er een bestuurlijke boete opgelegd worden. Deze boete is maximaal € 21.750, op grond van de vierde boetecategorie uit (artikel 23 van) het Wetboek van Strafrecht. Er kan alleen een boete worden opgelegd, aangezien het niet-voldoen aan de meldplicht niet meer kan worden hersteld.

Vergunningplicht:

1. Voor wie geldt de vergunningplicht?

De vergunningplicht geldt voor instellingen die:
  • Medisch specialistische zorg (doen) verlenen
Het begrip ‘medisch specialistische zorg’ is in de Uitvoeringsregeling Wtza nader gedefinieerd en omvat onder andere kaakchirurgie, orthopedie en psychiatrie;
  • Zvw- of Wlz-zorg (doen) verlenen met meer dan 10 zorgverleners
Voor het aantal zorgverleners is van belang dat het moet gaan om natuurlijke personen die beroepsmatig (betaald) zorg leveren (dus bv. niet stafmedewerkers, stagiaires en vrijwilligers). De juridische basis (zoals dienstverband of in opdracht (bijvoorbeeld zzp’ers)) op grond waarvan de zorgverleners werkzaam zijn, is echter niet relevant. Deze zorgverleners tellen allemaal mee. Ook het aantal FTE’s is niet relevant. Het gaat om het aantal mensen. Bij de drempel van 10 zorgverleners wordt de uitbesteding van zorg meegeteld. Als een zorginstelling bijvoorbeeld werkt met een onderaannemer, wordt het aantal zorgverleners bij deze onderaannemer, die de zorg van de hoofdaannemer verlenen, meegeteld. Als een zorginstelling meerdere locaties heeft, wordt het aantal zorgverleners bij die locaties opgeteld. De vergunningplicht geldt in beginsel niet voor onderaannemers. Dit tenzij de hoofdaannemer zelf geen zorg verleent en alle zorg doet verlenen middels onderaannemers. In dat geval geldt de vergunningplicht voor zowel de hoofdaannemer als de onderaannemer

2. Geldt de vergunningplicht voor nieuwe en / of bestaande zorginstellingen?

De vergunningplicht geldt voor zowel nieuwe zorgaanbieders (die op 1 januari 2022 nog geen zorg verlenen) als bestaande zorgaanbieders (die op 1 januari 2022 al wel zorg verlenen).

3. Wanneer moeten zorginstellingen de vergunning aanvragen?

Voor nieuwe zorginstellingen geldt dat zij een vergunning moeten aanvragen voorafgaand aan de zorgverlening. Voor bestaande zorginstellingen geldt doorgaans een overgangsregeling. Daarbij is het van belang om een onderscheid te maken tussen de volgende situaties:
  • Als de zorginstelling eerder actief een WTZi-toelating heeft aangevraagd: dan geldt dat deze toelating – indien er een vergunningplicht bestaat op grond van de Wtza – automatisch wordt omgezet in een vergunning. Het is wel van belang dit (bij het CIBG) te checken bij het CIBG.
  • Als de zorginstelling van rechtswege in het bezit is van een WTZi-toelating: dan geldt dat deze zorginstelling – indien er een vergunningplicht bestaat op grond van de Wtza – de vergunning binnen 2 jaar na inwerkingtreding van de Wtza (1 januari 2022) moet aanvragen.
  • Als de zorginstelling eerder nog geen WTZi-toelating nodig had: dan geldt dat deze zorginstelling – indien er een vergunningplicht bestaat op grond van de Wtza – de vergunning binnen 2 jaar na inwerkingtreding van de Wtza (1 januari 2022) moet aanvragen.

4. Hoeveel kost een aanvraag voor een vergunning?

Uit de Uitvoeringsregeling Wtza volgt dat iedere aanvrager € 725,00 moet betalen, voor de behandeling van de vergunningsaanvraag. Relevant is dat in de Uitvoeringsregeling is beschreven dat niet alle aanvragers deze bijdrage hoeven te voldoen. Zo geldt er een overgangsregime voor de twee volgende groepen bestaande instellingen:
  • Zorginstellingen die op 1 januari 2022 van rechtswege een WTZi-toelating hebben en een
vergunningplicht hebben op grond van de Wtza;
  • Zorginstellingen die niet over een WTZi-toelating hoefden te beschikken, maar wel per 1 januari 2022 een vergunningplicht hebben op grond van de Wtza.
Deze zorginstellingen hebben een (overgangs)periode van 2 jaar na inwerkingtreding van de Wtza om een vergunning aan te vragen en hoeven in die periode niet voor een aanvraag te betalen.

5. Welke zorginstellingen zijn uitgezonderd van de vergunningplicht?

In artikel 3 Uitvoeringsbesluit Wtza is opgenomen welke zorginstellingen zijn uitgezonderd van de vergunningplicht. Dit geldt onder andere voor abortusklinieken en regionale ambulancevoorzieningen.

6. Hoe moet aan de vergunningplicht worden voldaan?

De vergunning dient aangevraagd te worden bij het CIBG door middel van een volledig ingevuld aanvraagformulier, welke elektronisch (via www.toetredingzorgaanbieders.nl) of per post aangeleverd moet worden. In de Uitvoeringsregeling Wtza is een model aanvraagformulier opgenomen (bijlage).

7. Kan een vergunning geweigerd worden?

Ja, dat kan. In artikel 5 Wtza is beschreven wanneer dit kan. Dit kan bijvoorbeeld indien de gegevens niet compleet zijn aangeleverd, maar ook indien bijvoorbeeld aannemelijk is dat de zorginstelling niet zal kunnen voldoen / voldoet aan de eisen op grond van de Wkkgz. Een weigering is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (‘Awb’), waartegen bezwaar en beroep openstaat. Lees hier meer over de weigeringsgronden en op welke wijze bezwaar kan worden gemaakt tegen een afgewezen Wtza-vergunningaanvraag.

8. Kan een vergunning ingetrokken worden?

Ja, dat kan. In artikel 7 Wtza is beschreven wanneer dit kan. Dit kan bijvoorbeeld indien de zorgaanbieder ophoudt te bestaan / de bestuursstructuur aanzienlijk wijzigt, of als de zorginstelling onjuiste gegevens heeft verstrekt bij de vergunningsaanvraag waarbij deze – met de juiste gegevens – zou zijn geweigerd. Een inttrekking is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (‘Awb’), waartegen bezwaar en beroep openstaat.

9. Wanneer kan de vergunning geweigerd worden?

De vergunning kan in een aantal gevallen geweigerd worden:
  • Indien de bij de aanvraag te verstrekken gegevens / bescheiden niet volledig zijn
  • Indien niet aannemelijk is dat zal worden voldaan aan:
    • De eisen ten aanzien van de bestuursstructuur (het intern toezicht);
    • De relevante eisen op grond van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (dit betreft de artikelen 3, 7 en 9 lid 2: dit zijn de eisen met betrekking tot goede zorg zoals de systematische bewaking, beheersing en verbetering van de kwaliteit van de zorg en het vaststellen van een interne procedure voor het omgaan met signalen van incidenten);
    • De relevante eisen op grond van de Wet marktordening gezondheidszorg (dit betreft artikel 40a lid 1, 2 en 4 alsook artikel 35 lid 1, 2, 6 of 7: dit zijn de eisen met betrekking tot de financiële bedrijfsvoering en de bepalingen ten aanzien van het in rekening te brengen tarief);
    • De relevante eisen op grond van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (dit betreft artikel 2 lid 1: dit beschrijft wanneer een cliëntenraad is vereist).
  • Indien de zorgaanbieder – in de aangewezen gevallen – geen VOG kan verstrekken;
  • Indien dit zo voortvloeit uit de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (artikel 3 en 8).

10. Wanneer kan de vergunning ingetrokken worden?

De vergunning kan in een aantal gevallen ingetrokken worden:
  • In bepaalde gevallen dat een vergunning kan worden geweigerd (zie hiervoor vraag 9: tweede bullitpoint);
  • Indien de zorgaanbieder een jaar geen zorg meer verleent of doet verlenen, waarvoor een Wtza-vergunning is vereist;
  • Indien de zorgaanbieder ophoudt te bestaan of de bestuursstructuur aanzienlijk wijzigt;
  • Indien de zorgaanbieder onjuiste gegeven heeft verstrekt, terwijl op grond van de juiste gegevens de vergunning zou zijn geweigerd.

11. Wat is de sanctie indien niet (tijdig) aan de vergunningplicht wordt voldaan?

Indien niet of niet tijdig aan de vergunningplicht wordt voldaan, kan er een last onder dwangsom opgelegd worden zodat alsnog aan de vergunningplicht wordt voldaan. Daarnaast kan er een bestuurlijke boete opgelegd worden. Deze boete is maximaal € 87.000, op grond van de vijfde boetecategorie uit (artikel 23 van) het Wetboek van Strafrecht. Zo kan er een boete opgelegd worden indien een zorgaanbieder bijvoorbeeld als zorg heeft verleend, maar zich uiteindelijke toch terugtrekt als zorgaanbieders. In dat geval treft een last onder dwangsom geen doel meer. <

Intern toezicht:

1. Voor wie geldt de verplichting om een interne toezichthouder aan te stellen?

De verplichting om een interne toezichthouder aan te stellen – zoals een Raad van Toezicht of Raad van Commissarissen – geldt voor zorginstellingen die een vergunningplicht hebben.

2. Welke zorginstellingen zijn uitgezonderd van de verplichtingen tot het aanstellen van een interne toezichthouder?

In artikel 5 Uitvoeringsbesluit Wtza is opgenomen welke zorginstellingen zijn uitgezonderd van de verplichtingen om een interne toezichthouder aan te stellen. De meest relevante uitzonderingen gelden voor:
  • Zorginstellingen die met 10 of minder zorgverleners zorg (doen) verlenen;
  • Zorginstellingen die met 25 of minder zorgverleners Zvw- of Wlz-zorg (doen) verlenen en waarbij geen sprake is van verblijf (voor zover geen sprake is van medisch specialistische zorg of persoonlijke verzorging, begeleiding, verpleging).

3. Welke eisen worden gesteld aan de interne toezichthouder?

In artikel 3 Wtza en de artikelen 6, 7, 8 en 9 Uitvoeringsbesluit Wtza zijn de eisen opgenomen. Zo is bijvoorbeeld nieuw dat de interne toezichthouder uit tenminste drie natuurlijke personen moet bestaan. Verder worden er allerlei eisen gesteld aan de onafhankelijkheid van de toezichthouders. Zo mag een familielid bijvoorbeeld geen toezichthouder zijn. Daarnaast moeten zorginstellingen vastleggen hoe zij voldoen aan bovenstaande eisen. Voor rechtspersonen geldt dat dit in de statuten moet worden vastgelegd. Voor andersoortige instellingen geldt dat zij dit anderszins moeten vastleggen.

Jaarverantwoording en financiële bedrijfsvoering:

1. Voor welke zorgaanbieders gelden de jaarverantwoordingseisen?

De jaarverantwoordingseis geldt voor zorgaanbieders zoals gedefinieerd in de Wet Marktordering Gezondheidszorg. Dus ook onderaannemers en kleine zorgaanbieders. Wel uitgezonderd zijn bijvoorbeeld: – Aanbieders die uitsluitend andere zorg dan Wlz of Zvw zorg verlenen of bijvoorbeeld zorg leveren op grond van subsidie. – Werknemers of zzp-ers, de laatste alleen als zij uitsluitend in opdracht werken – Bedrijven die uitsluitend ondersteunende werkzaamheden verrichten zoals vervoer schoonmaak of catering; – Factureringsbedrijven

2. Hoe dien je een jaarverantwoording af te leggen?

Hoe je de jaarverantwoording aflegt is afhankelijk van de grootte van de onderneming en van de rechtsvorm daarvan. Afhankelijk daarvan dient de zorgaanbieder te verantwoorden conform een specifieke bijlage uit de Regeling Jaarverantwoording Wmg. Dit kan door middel van een balans en winst- en verliesrekening maar bepaalde eenmanszaken mogen bijvoorbeeld ook volstaan met het inzichtelijk maken van bepaalde solvabiliteit- en liquiditeitsratio’s. Het is goed om – eventueel samen met een boekhouder of accountant- te bepalen welke bijlage voor jou geldt.

3. Per wanneer dien je een jaarverantwoording af te leggen?

Voor 1 juni dien je de verantwoording over het jaar daarvoor openbaar te maken. Dus: over 2022 dien je vóór 1 juni 2023 te verantwoorden. Let op deze deadline, uitstel is slechts in zeer bijzondere omstandigheden mogelijk. De NZa kan handhavend optreden indien de jaarverantwoording niet tijdig is gedaan.

4. Wat zijn de eisen met betrekking tot de financiële bedrijfsvoering?

Deze kennen we al uit de huidige WTZi en zijn als volgt: – De zorgaanbieder draagt zorg voor een eenduidige verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden met betrekking tot de financiële bedrijfsvoering en legt die verdeling schriftelijk vast – De zorgaanbieder onderscheidt in ieder geval in financiële zin zijn activiteiten op het gebied van de zorgverlening van zijn andere beroeps of bedrijfsmatige activiteiten – In de financiële administratie van de zorgaanbieder zijn ontvangsten, betalingen en de aangetrokken financiële derivaten traceerbaar naar bron en bestemming en is duidelijk wie op welk moment welke verplichtingen voor of namens de zorgaanbieder is aangegaan

5. Is een controleverklaring van een accountant nu verplicht?

Na overleg met de branche heeft de minister besloten de controleverklaring te schrappen voor zorginstellingen met een netto omzet van niet meer dan € 12 miljoen, niet meer dan 50 werknemers en de waarde van de activa van niet meer dan € 6 miljoen bedragen, voor tenminste twee opvolgende boekjaren. Kleinere aanbieders hoeven dus geen controleverklaring van een accountant.

6. Wat kan de NZa doen als de jaarverantwoording niet op orde is?

De NZa is een bestuursorgaan. Op grond van de wet is de NZa onder meer bevoegd tot het opleggen van boetes en dwangsommen. Het niet voldoen aan de jaarverantwoording kan er ook toe leiden dat de vergunning wordt ingetrokken. Het is daarom belangrijk deze verplichting scherp te hebben.