10 augustus 2017

Aanleveren ROM aan SBG toegestaan of niet?

De afgelopen tijd is er veel discussie geweest over de aanlevering en verwerking van de ROM-data aan Stichting Benchmark GGZ (SBG). Zorgverzekeraars verplichten u te Rommen en – al dan niet in ruil voor een hogere vergoeding – deze gegevens aan te leveren aan SBG. Het komt zelfs voor dat zorgverzekeraars een tariefophoging toekennen indien een aanbieder een bepaald percentage ROM informatie aanleveren. De discussie die zich in dit kader heeft voorgedaan is of de verwerking en aanlevering van deze gegevens wel conform privacy wetgeving geschiedt. Naar aanleiding van een besluit van de Autoriteit Persoonsgegevens over DIS en diverse kamervragen is hierover twijfel ontstaan. Onlangs is deze discussie aan de voorzieningenrechter voorgelegd. Op 2 augustus 2017 heeft de voorzieningenrechter zijn visie op de discussie over de rechtmatigheid van het verwerken en aanleveren van ROM-data in een kort geding gegeven. Deze discussie zag overigens op de vraag of SBG verboden zou moeten worden nog ROM-data te verwerken.

Geschil in kort geding

De SBG is opgericht door stakeholders in de GGZ, onder begeleiding van het Ministerie van VWS. De stichting heeft tot doel om op een onafhankelijke en betrouwbare manier te benchmarken op het gebied van behandeleffect en klanttevredenheid in de GGZ. Om dit te kunnen doen verzamelt SBG data die betrekking heeft op de kwaliteit in de GGZ. Twee belangenorganisaties in de GGZ zijn van oordeel dat de SBG vanwege het verzamelen van de gegevens betreffende de gezondheid in strijd handelen met het de Wet bescherming Persoonsgegevens (Wbp), de Privacyrichtlijn en de nieuwe Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVP). Zij zijn van oordeel dat de betreffende gegevens herleidbaar zijn tot een individuele patiënt en dat zou een privacy schending opleveren. De SBG stelt het tegenovergestelde; er is helemaal geen sprake is van herleidbaarheid tot een individuele patiënt.

De voorzieningenrechter beslecht het geschil als volgt.

In een kort geding moet een rechter kunnen vaststellen of een eis ook in een bodemprocedure toewijsbaar zal zijn. De voorzieningenrechter oordeelt dat het in deze zaak te complex is om vast te stellen of de betreffende gegevens onder de Wbp vallen of niet. Hiervoor is diepgaander en nader onderzoek nodig. Pas in een bodemprocedure kan er een definitief oordeel hieromtrent worden gegeven. Het is bij deze stand van zaken onvoldoende aannemelijk dat de aangeleverde gegevens indirect herleidbaar zijn tot een individuele patiënt. De voorzieningenrechter deelt mede dat de aan de SBG aangeleverde gegevens in combinatie met andere wettige middelen welke door hen verkregen zijn mogelijk wel herleidbaar tot een persoon kunnen zijn, maar acht dit vraagstuk te complex om daarop in kort geding op vooruit te lopen. Een bodemprocedure moet uitmaken of SBG de gegevens mag verwerken of niet. De vorderingen van de betrokken belangenorganisaties worden daarom afgewezen.

De voorzieningenrechter geeft derhalve nog geen definitief oordeel over het feit of de gegevens wel of niet onder de Wbp vallen. Vooralsnog is het nog steeds onzeker of SBG rechtmatig haar gegevens registreert en verwerkt. Een bodemprocedure moet gaan uitwijzen of SBG de gegevens mag verwerken of niet. Als gevolg hiervan blijft het onzeker of u als zorgaanbieder de informatie mag aanleveren aan SBG.

Uitspraak voorzieningenrechter 2 augustus 2017

Geplaatst in