Veelgestelde vragen over corona en GGZ

Hieronder bespreken wij een aantal veelgestelde vragen over zorgverlening in de GGZ ten tijde van het corona virus. Belangrijk is dat de NVvP, LVVP, NVP, NIP, P3NL, V&VN en GGZ Nederland op 27 maart 2020 gezamenlijk de Richtlijn GGZ en COVID-19 hebben gecommuniceerd. De richtlijn is op 3 april en op 21 april geëvalueerd.. Wij hebben de richtlijn waar relevant verwerkt in deze FAQ en zullen dat zoveel mogelijk blijven doen. De meest recente versie van de richtlijn is als eerste te vinden op deze pagina van AKWA GGZ. Aanbeveling is deze pagina tezamen met onze FAQ in de gaten te houden.

1. Hoe kan ik de zorg veilig voortzetten?
2. Wat zijn de voorwaarden bij de inzet van zorg op afstand?
3. Hoe zit het met vergoedingen ten aanzien van zorg op afstand?
4. Waar moet ik op letten bij de inzet van zorg op afstand?
5. Mag ik de behandeling eindigen als de cliënt een digitaal consult weigert?
6. Ben ik als praktijk verplicht behandeling face-to-face blijven geven?
7. Mogen groepsbehandelingen doorgang vinden?
8. Hoe te handelen t.a.v. cliënten opgenomen in GGZ-instellingen met een verdenking van besmetting / vastgestelde besmetting?
9. Geldt er een bezoekverbod voor cliënten in GGZ-instelling?
10. Wat zijn de richtlijnen t.a.v. psychische zorg aan corona-patiënten in thuisisolatie?

1. Hoe kan ik de zorg veilig voortzetten?

U kunt als GGZ praktijk zorg op afstand inzetten om verdere verspreiding van het virus te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld door beeldbellen.  Echter, in de derde versie van de richtlijn GGZ en corona  (van 21 april) wordt ook weer ruimte geboden voor face-to-face behandeling in de praktijk, uiteraard met inachtneming van de RIVM richtlijnen en aandacht voor de fysieke gezondheid van cliënt en behandelaar.

2. Wat zijn de voorwaarden bij de inzet van zorg op afstand?

De NZa heeft de beleidsregels ten aanzien van zorg op afstand voor veel zorgaanbieders verruimd. Zorg op afstand kan nu volgens de NZa tijdelijk in rekening worden gebracht ook als niet precies is voldaan aan alle voorwaarden. Binnen de GGZ is het sowieso al mogelijk om directe tijd te besteden in de vorm van zorg op afstand. Dit kan door de manier van contact te schrijven als direct patiëntgebonden op de reguliere activiteiten. Hoe u invulling geeft aan de direct patiëntgebonden tijd is in principe aan u. U kunt er bijvoorbeeld voor te kiezen te telefoneren, maar beeldbellen is ook mogelijk. Zie voor meer informatie de toelichting van de NZa hierop.

3. Hoe zit het met vergoedingen ten aanzien van zorg op afstand?

De NZa maakt het mogelijk om zorg op afstand te registreren als directe tijd binnen een reguliere prestatie. Als de verzekeraar die betreffende prestatie bij u heeft ingekocht, of de verzekerde heeft aanspraak op vergoeding van die prestatie vanuit de basisverzekering, komt de directe tijd op afstand in principe gewoon voor vergoeding in aanmerking. Let op: verzekeraars kunnen individueel extra voorwaarden stellen aan zorg op afstand. Bekijk daarom altijd goed je eigen overeenkomst en de polisvoorwaarden van de cliënt. In de polisvoorwaarden bijvoorbeeld van Zorg & Zekerheid van 2020 is te vinden dat wordt verwacht dat de regiebehandelaar minimaal één keer face-to-face contact heeft met de cliënt en in de polisvoorwaarden van A.S.R. staat bijvoorbeeld dat regie- en medebehandelaars elkaar dienen te treffen in ‘persoonlijk contact.’

Niet duidelijk is of beeldbellen ook geldt als face-to-face / persoonlijk contact. De NZa heeft wel aangegeven dat zij van zorgverzekeraars vraagt een eventueel minimum een face-to-face contact in deze periode wil opschorten. Zorgverzekeraars Nederland bekijken op dit moment hoe zij hiermee om moeten gaan.  Daar lijkt nog geen eenduidig standpunt over. We adviseren u vooralsnog dus uw eigen overeenkomst na te zien, dan wel de polisvoorwaarden te bestuderen. Contact zoeken met de verzekeraar kan raadzaam zijn als u uitsluitsel wilt t.a.v. de extra voorwaarden.

4. Waar moet ik op letten bij de inzet van zorg op afstand?

Ook als zowel de NZa als de verzekeraar zorg op afstand toestaan in elke vorm, is het alsnog belangrijk dat u rekening houdt met de privacyregels die voortvloeien uit de AVG. In de GGZ worden bij uitstek zeer gevoelige gegevens uitgewisseld. Zowel bij telefonisch contact als bij video-consulten dient voorkomen te worden dat derden de behandeling kunnen afluisteren of opnemen. Ook de zorgverlener moet zichzelf hierin enigszins beschermen, in de Richtlijn GGZ en Covid-19 is daarom ook aangegeven dat indien zorgverleners gebruik maken van hun eigen telefoon, het van belang is dat zij de instellingen op anoniem zetten.

Zie hiervoor ook onze pagina corona en privacy.

Er is veel informatie te vinden over de inzet van zorg op afstand, waarbij het lastig is in één oogopslag te zien welke programma’s nu wel en niet veilig worden geacht. Er is geen eenduidig handvat waarmee programma’s op veiligheid worden getoetst. Aan de hand van de volgende vragen kunt u zelf al aandacht besteden aan de veiligheid van een programma:

  • wordt alle communicatie versleuteld (end-to-end encryptie)?;
  • is de versleuteling zodanig dat de communicatie onleesbaar is voor de provider?;
  • is de beveiliging recentelijk (maximaal twaalf maanden terug) onafhankelijk ge-audit?;
  • is het programma specifiek ingericht op de zorg?
  • heeft het programma een NEN 7510 certificaat?
  • heeft het programma een ISO 27001 certificaat?

Bovenstaande vragen geven aan welke elementen voor het gebruik van een e-health programma van belang zijn.

Door zorgverleners worden verschillende programma’s gebruikt. Wij hebben een aantal voor u op een rij gezet:

Zorgverzekeraars Nederland (ZN) heeft op 20 maart jl. ten aanzien van de paramedische zorg aangegeven dat zij de volgende programma’s onvoldoende veilig vindt voor een videoconsult of telefonische zitting:

  • Skype (‘consumentenversie’)
  • Zoom (‘consumentenversie’)
  • Whatsapp
  • Facetime

Dit standpunt is niet officieel aangenomen voor de GGZ. Extra verwarrend is dat in de Richtlijn GGZ en COVID-19 juist expliciet WhatsApp en FaceTime worden genoemd, al wordt er in deze richtlijn niet expliciet ingegaan op de veiligheid of onveiligheid van deze applicaties.

Wat betreft het gebruik van Skype of andere programma’s waarvan de veiligheid niet met zekerheid vaststaat het volgende. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft recentelijk aangegeven dat goede zorg tijdens de corona crisis boven privacy gaat, maar dat met programma’s als Skype, FaceTime en WhatsApp (en overige programma’s die niet voldoen) alsnog zeer bewust dient te worden omgegaan. De AP adviseert deze (extra) waarborgen te nemen:

  • U dient cliënten op de hoogte te brengen van de privacy risico’s van het gebruik van het betreffende programma. U kunt hierbij aangeven dat het programma slechts bij uitzondering wordt gebruikt en dat het gebruik niet waterdicht is. Leg ook in het dossier vast dat u dit hebt besproken en dat u toestemming hebt van cliënt om het programma te gebruiken;
  • Bespreek zo min mogelijk gevoelige gegevens van de cliënt, zoals bijvoorbeeld diens naam;
  • Gebruikt u een chat-applicatie die gesprekken vastlegt? Wis deze dan zo spoedig mogelijk;
  • Beveilig uw internetverbinding met een sterk wachtwoord.

Toch heeft het, ondanks de huidige crisis, de voorkeur om te kiezen voor een programma dat expliciet als veilig is erkend.

5. Mag ik de behandeling eindigen als de cliënt een digitaal consult weigert?

Het korte antwoord is: nee, niet zonder meer. U heeft al zorgverlener een zorgplicht, die bijvoorbeeld voortkomt uit de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst maar ook uit de beroepsrichtlijnen. Ingevolge de richtlijn van de KNMG mag een behandeling alleen eenzijdig vanuit de zorgverlener worden gestaakt om ‘gewichtige redenen’.  Wat gewichtige reden kunnen zijn staat in de richtlijn. De richtlijn is niet opgesteld gedurende deze crisis, dus geeft geen uitsluitsel voor deze situatie. Niet zonder meer kan worden aangenomen dat een eventueel risico op corona direct een gewichtige reden is. Het niet-meewerken van een patiënt kan in sommige gevallen een gewichtige reden zijn, bijvoorbeeld als een patiënt cruciale informatie achterhoudt die voor goede hulpverlening noodzakelijk is, of bijvoorbeeld voorgeschreven medicatie stelselmatig weigert in te nemen.  Het enkele weigeren om te (beeld)bellen zal naar verwachting niet direct genoeg reden zijn de behandeling te eindigen. Als u een behandelrelatie eindigt dient u overigens een boel zorgvuldigheidseisen in acht te nemen, zoals herhaaldelijk aandringen en waarschuwen, het geven van een redelijke termijn, het voorzien in medisch noodzakelijke zorg tot er een alternatief is e.d. In de GGZ zijn over het algemeen lange wachtlijsten en is er sneller sprake van een bepaalde afhankelijkheid van een specifieke therapeut. We raden u niet aan behandelingen zonder meer te eindigen. Of een tijdelijke opschorting raadzaam is, hangt af van de omstandigheden. Bij niet acute zorg kunt u hierover uiteraard in overleg treden met de patiënt.  Een opschorting moet qua duur wel medisch verantwoord zijn, met name omdat de situatie niet binnen een week voorbij lijkt te zijn. Leg uw overwegingen en die van de patiënt altijd goed vast in het dossier.

6. Ben ik als praktijk verplicht behandeling face-to-face blijven geven?

In de COVID-19 Richtlijn voor de GGZ is de tekst hieromtrent per 21 april iets aangepast en de tekst houdt inmiddels ook rekening met het ‘op gang brengen van de reguliere zorg’. In een eerste versie van de richtlijn was vastgelegd dat het wanneer het vanuit medisch/therapeutisch of vanuit veiligheidsoogpunt noodzakelijk was face-to-face contact te laten plaatsvinden, dit contact kon plaatsvinden in de vrijgevestigde praktijk of op de poli. De noodzakelijkheid moest worden vastgesteld door de regiebehandelaar. Het uitgangspunt was echter de zorg op afstand.

Dit advies is in de tweede versie begin april iets aangepast; in die  richtlijn lijkt meer de nadruk te liggen op het ‘samen beslissen’. Hetgeen in de laatste versie van de richtlijn van kracht blijft. Benadrukt wordt ook in de laatste versie van de richtlijn dat voorop staat dat cliënten de zorg krijgen die zij – ook in deze moeilijke omstandigheden- nodig hebben. De laatste versie van de richtlijn houdt rekening met de ‘anderhalve meter samenleving’ en gaat daarom in op het weer op gang brengen van de reguliere zorg; waarbij wordt verduidelijkt dat face-to-face behandeling kan plaatsvinden met inachtneming van de RIVM-richtlijnen en mits instellingen de veiligheid van medewerkers en patiënten voldoende kunnen waarborgen.Uiteraard kan een behandeling op afstand noodzakelijk blijken in verband met de fysieke kwetsbaarheid van een cliënt, mede-cliënten of de behandelaar zelf.
Centraal staat dat de behandelaar gezamenlijk met de cliënt streeft naar maatwerk. Daar is de regiebehandelaar, in overleg met eventuele mede-behandelaren, verantwoordelijk voor.

Een behandeling op de praktijk of poli dient plaats te vinden, met inachtneming van de volgende maatregelen:

  • Extra aandacht voor hygiëne (handen wassen, desinfectie);
  • Ten alle tijden 1,5 meter afstand houden;
  • Geen handen schudden;
  • Geen afspraak wanneer de patiënt niest, hoest of koorts heeft;
  • De patiënt dient alleen naar de praktijk te komen.

Voor wat betreft de aanwezigheid van behandelaren in de praktijk geldt dat de richtlijnen van het RIVM vooralsnog zijn dat zorgverleners in principe naar het werk kunnen blijven gaan mits zij geen koorts hebben en bovenstaande maatregelen in acht nemen. zie voor uitgebreide handvatten ten aanzien van het thuisblijven van zorgmedewerkers deze pagina van het RIVM.

Kort en goed: als de regiebehandelaar in samenspraak met de cliënt en de naasten face-to-face contact mogelijk en verantwoord acht, dan kan behandeling met inachtneming van extra voorwaarden met één behandelaar face-to-face plaatsvinden. De richtlijn benadrukt tevens het belang van het nemen van soortgelijke hygiëne en distantiëringsmaatregelen in de wachtkamer. De richtlijn geeft ook een afwegingskader voor situaties van schaarste aan beschermingsmiddelen met een aantal handige links naar documenten.

Het eventueel verzetten van afspraken met cliënten indien er geen digitale behandeling mogelijk is en tevens geen noodzaak tot face-to-face behandeling dient altijd te geschieden in goed overleg met de cliënt.

Wij raden u aan uw overwegingen ten aanzien van het wel / niet face-to-face behandelen, de wensen van de cliënt en de eventuele afspraken ten aanzien van het verzetten van een behandeling altijd zorgvuldig vast te leggen in het dossier.

7. Mogen groepsbehandelingen doorgang vinden?

Volgens de eerste twee versies Richtlijn GGZ en COVID-19 dienen deze indien niet digitaal op te lossen of uit te voeren, indien mogelijk te worden uitgesteld met uitzondering van opname-vervangende dagbehandeling voor ernstig getraumatiseerde patiënten. In de laatste versie van de richtlijn (21 april) is de mogelijkheid voor groepsbehandeling echter verruimd; Groepsbehandelingen voor de opname-vervangende dagbehandeling, ernstig getraumatiseerde patiënten, kwetsbare kinderen en voor patiëntengroepen die onvoldoende baat hebben / profiteren van beeldbellen of zorg op afstand, kunnen weer worden opgestart onder (uiteraard) de aanvullende voorwaarden die gelden, zoals een goede hygiëne, 1,5 meter afstand tussen alle personen, geen toegang voor personen met ziekteverschijnselen. De richtlijn noemt voorts een aantal aanvullende overwegingen en tips; zoals het uitschakelen van koffieapparaten, aanwezigheid handalcohol of het gebruik van meerdere in- en uitgangen.

8. Hoe te handelen t.a.v. cliënten opgenomen in GGZ-instellingen met een verdenking van besmetting / vastgestelde besmetting?

De Richtlijn GGZ en Covid-19 herzien op 21 april 2020 gaat hier uitgebreid op in. Wij verwijzen u naar paragraaf 8 tot en met 15 van deze richtlijn.

9. Geldt er een bezoekverbod voor cliënten in GGZ-instelling?

Het korte antwoord is: niet zonder meer.
Uit de Richtlijn GGZ en Covid-19 komt het volgende naar voren:

  • Een algeheel bezoekersverbod in GGZ-instelling brengt een groot risico mee voor de mentale gezondheid van cliënten. Instellingen hebben in principe ruimte om eigen afweging hierin te maken. Een geheel bezoekersverbod behoort tot de mogelijkheden;
  • Ten aanzien van de zorgverlening aan lichamelijk niet gezonde (oudere) mensen, wordt verwezen naar de richtlijn die geldt voor het bezoek in voor verpleeg- en verzorgtehuizen van Actiz (op dit moment: een algeheel bezoekverbod) Voor psychiatrische verpleegafdelingen met oudere patiënten is het van belang de sluitingsmaatregel van de verpleeg- en verzorgingshuizen toe te passen;
  • Er dienen bij het ontvangen van bezoek zoveel mogelijk specifieke richtlijnen in acht te worden genomen, zoals één bezoeker per uur, geen verkouden bezoekers, geen handen schudden, 1,5 meter afstand e.d.;
  • Instellingen dienen zelf te bekijken of eigen beleid dient te worden aangescherpt op basis van de richtlijnen genoemd in Richtlijn GGZ en Covid-19 en dienen eventueel beleid af te stemmen in ROAZ verband;
  • Verduidelijkt in de richtlijn per 21 april is dat wanneer de instelling besluit dat een afdeling geen bezoek meer kan ontvangen, de regiebehandelaar eventueel kan zoeken naar passende oplossingen voor bezoek.

10. Wat zijn de richtlijnen t.a.v. psychische zorg aan corona-patiënten in thuisisolatie?

De inhoud van dergelijke zorg blijft natuurlijk een professionele afweging. De Richtlijn Covid-19 en GGZ benadrukt wel dat een besmetting met corona en eventuele thuisisolatie een verergering van psychiatrische problematiek en symptomen kunnen oproepen, zoals wanen en angst- en dwangklachten.

De Richtlijn stelt dat het goed is cliënten hier actief op te blijven monitoren. Van de behandelaar wordt verwacht dat deze cliëntgroep te monitoren en screenen en proactief te begeleiden. Dit kan ook op afstand, zoals met beeldbellen. Per 03-04 is toegevoegd dat het tevens van belang blijft naasten van de cliënten met het risico op suïcide te betrekken in de zorg, juist nu direct contact met deze cliënten lastiger is. Voor tips en handvatten die gelden specifiek voor de corona-crisistijd wordt verwezen naar Supranet GGZ. Ook is toegevoegd dat indien de behandelaar vermoedt dat de thuissituatie ernstig uit de hand dreigt te lopen, de reguliere methoden voor opschaling voorhanden blijven en juist nu extra relevant kunnen zijn, zoals de Meldcode Huiselijk geweld, de Kindcheck, de mantelzorgverleningscheck of de meldcode ouderenmishandeling.

Opvallend is dat dit in de richtlijn ook wordt verwacht ten aanzien van cliënten op de wachtlijst, nu deze omstandigheden eveneens een verergering van de klachten met zich mee kunnen brengen voor de cliënten die nog wachten op zorg. Ook hier wordt van de behandelaar verwacht dat hij deze groep screent op kwetsbaarheid en proactief (digitaal of telefonisch) contact zoekt om extra ondersteuning te bieden. Benadrukt wordt dat intake en behandeling voor enkelvoudige problematiek vaak goed mogelijk is middels beeldbellen. Let hierbij wel op de voorwaarden die per verzekeraar kunnen gelden ten aanzien van de betrokkenheid van een regiebehandelaar bij de diagnostiek.

 

  • Meld u nu aan voor onze nieuwsbrief!
    Wilt u op de hoogte worden gehouden van de laatste ontwikkelingen en veranderingen op juridisch gebied? Via onze nieuwsbrief krijgt u automatisch de laatste nieuwtjes via de e-mail toegestuurd.
  • Inschrijven nieuwsbrief