Veelgestelde vragen over corona en het sociaal domein

1. Welke ondersteuningsmaatregelen zijn ingesteld voor gecontracteerde zorgaanbieders binnen het sociaal domein?
2. Ik lever zorg die wordt gefinancierd vanuit een PGB. Zijn hier ondersteuningsmaatregelen voor getroffen?
3. Op welke regeling dien ik als zorgaanbieder voor het sociaal domein een beroep te doen?
4. Ben ik als aanbieder binnen het sociaal domein ook aan te merken als een vitaal beroep?
5. Wat betekent het voor professionals in het sociaal domein dat zij een vitaal beroep hebben?
6. Voor wiens rekening komen de kosten voor Persoonlijke Beschermingsmiddelen (PBM)?
7. Het zorgvervoer is stil komen te liggen. Compenseert de opdrachtgever het wegvallen van opdrachten?
8. Hoe dient het zorgvervoer zich te houden aan de hygiënemaatregelen van het RIVM?
9. Zijn er beperkingen t.a.v. bezoek voor cliënten in een jeugdzorginstelling en binnen de gehandicaptenzorg?
10. Moet ik een cliënt met (vermoedelijk) corona naar huis sturen?
11. Wij bieden dagbesteding aan op een locatie, moeten wij deze stilleggen?
12. Is er financiële ondersteuning voor zorgaanbieders mogelijk om zorg op afstand in te richten?
13. Vanwege Corona kunnen wij de letter van de wet niet goed naleven. Hoe gaat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) hier mee om?

1. Welke ondersteuningsmaatregelen zijn ingesteld voor gecontracteerde zorgaanbieders binnen het sociaal domein?

De Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG) heeft samen met het Rijk een pakket van maatregelen getroffen ter ondersteuning van de continuïteit van zorg in het sociaal domein. De volgende maatregelen gelden voor zorgaanbieders die voor 12 maart 2020 een contract hadden.

  1. Meerkosten: indien een zorgaanbieder meerkosten maakt ten gevolge van het coronavirus dan zal het Rijk deze extra kosten aan de gemeenten vergoeden. Kortom, het Rijk compenseert de gemeente in deze.
  2. Ruimte en flexibiliteit: De VNG verzoekt gemeenten om aan zorgaanbieders de ruimte en flexibiliteit te geven om zorg op een andere wijze te verlenen indien dat onder de huidige omstandigheden nodig is.
  3. Omzetdaling: het uitgangspunt is dat de financiering van zorg doorloopt. Dat betekent dat als de omvang van zorg afwijkt door bijvoorbeeld vraaguitval toch financiering plaatsvindt.

De gemeente verwacht van de zorgaanbieders dat zij zich inspannen om een eventuele omzetdaling te beperken. Zo kan een zorgaanbieder bijvoorbeeld de zorg op een andere wijze (middels eHealth) inzetten.

Indien de gemeente in uw regio (te) rigide vasthoudt aan de voorwaarden en contractuele bepalingen, adviseren wij u daarover contact op te nemen met de gemeente om op flexibiliteit aan te dringen. Daar is – mogelijk anders dan verschillende gemeenten nu communiceren – juridisch ook ruimte voor als gevolg van de huidige onvoorziene omstandigheden.

Aanvullend geldt voor zorgaanbieders van cruciale jeugdzorg dat zij bij liquiditeitsproblemen gebruik kunnen maken van de subsidieregeling ‘continuïteit cruciale jeugdzorg’.

Voor meer informatie over inkomensderving voor ondernemers, zie onze Q&A arbeidsrecht.

2. Ik lever zorg die wordt gefinancierd vanuit een PGB. Zijn hier ondersteuningsmaatregelen voor getroffen?

De hoofdlijn is dat de zorglevering doorgaat, desnoods in aangepaste vorm. Soms is dat echter niet mogelijk. Daarom heeft het ministerie van VWS in samenspraak met de VNG en Zorgverzekeraars Nederland (ZN) een tijdelijk pakket aan maatregelen getroffen om de continuïteit van zorg die wordt geleverd vanuit een PGB te waarborgen. De maatregelen gelden voor zorg die wordt gefinancierd vanuit de Wmo, Wlz en Jeugdwet en zullen tot 1 juni 2020 gelden.

  • Doorbetaling van niet-geleverde zorg

Het is nu mogelijk dat een budgethouder niet-geleverde zorg toch uitbetaalt. Het is dan wel van belang dat u als zorgaanbieder eerst onderzoekt of er een mogelijkheid is om de zorg op een andere manier te verlenen. Hierbij kunt u bijvoorbeeld denken aan het inzetten van eHealth. Mocht dat niet mogelijk zijn dan kan niet-geleverde zorg toch worden doorbetaald. Daarbij maakt het type contract (arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht) geen verschil voor de toepassing van deze maatregel. Van belang is dat u op uw facturatie aangeeft welke zorg wel en niet is geleverd. Geef bij de zorg die niet is geleverd aan dat dit verband houdt met het coronavirus. Voor de budgethouder en de PGB-verstrekker dient namelijk inzichtelijk te zijn welke zorg wel of niet is geleverd en waarom.

  • Extra uren zorg

Het kan onder de huidige omstandigheden voorkomen dat uw cliënten niet uitkomen met het toegekende budget. Het is daarom mogelijk dat budgethouders voor cliënten – waar u al een contractuele relatie mee hebt – extra uren zorg inkopen. Indien sprake is van zorg vanuit de Wmo of Jeugdwet dan is het aan de budgethouder om eerst in overleg te gaan met de gemeente alvorens extra uren worden ingekocht.  Voor zorg vanuit de Wlz dient de budgethouder extra budget aan te vragen bij het Zorgkantoor middels een formulier. Op dit moment is dat formulier nog niet beschikbaar, verwacht wordt dat dit formulier vanaf 7 april op de websites van de Zorgkantoren beschikbaar zijn.

  • Vervangende zorg

Indien het u niet lukt om de Wmo- of Jeugdwetzorg op een alternatieve manier te organiseren dan kan een budgethouder met de gemeente in overleg treden over het inzetten van vervangende zorg. Als de gemeente (mondeling) akkoord is met de nieuwe of vervangende zorg dan kan de zorg direct starten. Officiële administratieve goedkeuring van de (aangepaste) zorgovereenkomst hoeft dan niet worden afgewacht.

Voor zorg vanuit de Wlz dient een budgethouder een formulier in te vullen en in te dienen bij het Zorgkantoor (ook dit formulier zal vanaf 7 april beschikbaar komen). Pas na goedkeuring van de aanvraag kan de nieuwe of aanvullende zorg worden ingezet. Indien vervangende zorg wordt ingekocht bij een nieuwe zorgaanbieder dan verloopt de goedkeuring daarvan parallel aan de zorgverlening. De budgethouder heeft dan al wel een zorgovereenkomst en een zorgbeschrijving ingediend bij het Zorgkantoor.

3. Op welke regeling dien ik als zorgaanbieder voor het sociaal domein een beroep te doen?

Het is niet de bedoeling dat gemeenten gecontracteerde zorgaanbieders eerst doorverwijzen naar de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW). Indien de gemeente in uw regio (te) rigide vasthoudt aan de voorwaarden en contractuele bepalingen, adviseren wij u daarover contact op te nemen met de gemeente om op flexibiliteit aan te dringen. Daar is – mogelijk anders dan verschillende gemeenten nu communiceren – juridisch ook ruimte voor als gevolg van de huidige onvoorziene omstandigheden.

Aangegeven wordt dat het pakket van regelingen die zijn getroffen door het ministerie van VWS, de VNG en ZN (zie vraag 2) voorliggend zijn op de regelingen die de overheid heeft ingesteld voor werktijdverkorting.

4. Ben ik als aanbieder binnen het sociaal domein ook aan te merken als een vitaal beroep?

Ja. Zorg, Jeugdhulp en (maatschappelijke) ondersteuning zijn door de overheid aangemerkt als ‘cruciale beroepsgroepen’. Het ontzorgen van de cruciale beroepsgroepen staat centraal. De beroepsgroepen gaan uit van in ieder geval de volgende professionals:

  • Thuiszorgmedewerkers, inclusief huishoudelijke hulpen
  • Medewerkers werkzaam in de dagbesteding
  • Wijkteammedewerkers, waaronder jeugdteam
  • Sociaal werkers, jeugdhulpwerkers en jeugdbeschermingsmedewerkers
  • Opvangmedewerkers werkzaam in de maatschappelijke ondersteuning, beschermd wonen, vrouwenopvang en opvang slachtoffers mensenhandel

Het gevolg hiervan is dat er aanvullende maatregelen gelden.

5. Wat betekent het voor professionals in het sociaal domein dat zij een vitaal beroep hebben?

Dit betekent allereerst dat – omdat het ontzorgen van professionals voorop staat – dat de kinderopvang en scholen open zijn voor de professionals die werkzaam zijn in de cruciale beroepsgroepen.

Het betekent daarnaast dat de professionals werkzaam in het sociaal domein zich dienen te houden aan het thuisblijfadvies voor zorgprofessionals: zij dienen thuis te blijven bij:

  • Bij verkoudheid en/of hoesten en koorts;
  • Bij koorts > 38 graden;

Alleen verkoudheid en/of hoesten is meestal geen reden om thuis te blijven

Zij kunnen weer aan het werk als:

  • zij één dag niet meer hoesten en geen koorts meer hebben;
  • als hun familieleden nog klachten hebben, mogen zij wel gaan werken als zij zelf één dag niet meer hoesten en geen koorts hebben.

6. Voor wiens rekening komen de kosten voor Persoonlijke Beschermingsmiddelen (PBM)?

Indien PBM noodzakelijk is dan dient in principe de zorgverlener voor de PBM te zorgen. Wel kunnen deze kosten worden aangemerkt als meerkosten die direct ontstaan door naleving van de adviezen van het RIVM. Het Rijk vergoedt deze kosten aan gemeenten, zie vraag 1.

Er is momenteel een groot tekort aan beschermende middelen, daarom is de verdeling van de middelen op centraal niveau geregeld. Indien u moeite heeft met het verkrijgen van de benodigde spullen dan kunt u contact opnemen met de PBM-coördinatoren van het Regionaal Overleg Acute Zorg (ROAZ). Ook zorgaanbieders die niet aangesloten zijn bij het ROAZ kunnen voorlopig contact opnemen met één van de coördinatoren. Een overzicht van de coördinatoren vindt u hier.

7. Het zorgvervoer is stil komen te liggen. Compenseert de opdrachtgever het wegvallen van opdrachten?

Onder normale omstandigheden wordt vervoer alleen betaald als deze daadwerkelijk plaatsvindt. Nu het openbare leven nagenoeg stil is komen te liggen vervalt daarmee ook een groot deel van de vraag naar het vervoer naar bijvoorbeeld scholen en instellingen. Hierdoor lopen veel aanbieders van zorgvervoer inkomen mis. Daarom hebben werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties een brief gestuurd naar de VNG en Gemeentelijk Netwerk voor Mobiliteit en Infrastructuur (GNMI). De organisaties dringen er bij de gemeenten op aan toch te blijven betalen. Tevens is uit onderzoek gebleken dat de kosten die zorgvervoerders hebben voor ongeveer 78% doorlopen. Daarom heeft het Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV) samen met andere partners gemeenten, zorginstellingen en zorgverzekeraars opgeroepen om 80% van de kosten van het zorgvervoer de komende tijd door te betalen ondanks dat er niet meer wordt gereden.

De gemeente Den Haag heeft inmiddels besloten dat zij de vaste kosten van het niet uit te voeren/ niet uitgevoerde vervoer voor de gemeente (onder voorbehoud) zal vergoeden.

8. Hoe dient het zorgvervoer zich te houden aan de hygiënemaatregelen van het RIVM?

Volgens de richtlijnen van het RIVM dienen mensen onder andere 1,5 meter van elkaar afstand te houden. Binnen het zorgvervoer is dit bijna niet mogelijk: het kan bijvoorbeeld nodig zijn dat de chauffeur de cliënt dient te helpen bij het in- en uitstappen. Daarnaast is het in een taxi niet altijd mogelijk om tussen personen een afstand van 1,5 meter aan te houden. Daarom is door het RIVM, het KNV en Zorgverzekeraars Nederland voor taxi- en zorgvervoer een speciaal hygiëneprotocol opgesteld.

9. Zijn er beperkingen t.a.v. bezoek voor cliënten in een jeugdzorginstelling en binnen de gehandicaptenzorg?

Ja ook ten aanzien van cliënten in jeugdzorginstellingen en gehandicaptenzorg is momenteel bezoek beperkt. Bezoek is in beginsel niet toegestaan tenzij dit noodzakelijk is. De zorgaanbieder dient te overwegen of het bezoek noodzakelijk is. Dit kan de zorgaanbieder doen aan de hand van het afwegingskader dat is opgesteld door o.a. de Vereniging Gehandicapten Nederland (VGN) en het Nederlands Jeugdinstituut (NJI). Het afwegingskader vindt u hier.

10. Moet ik een cliënt met (vermoedelijk) corona naar huis sturen?

Zolang ziekenhuisopname niet nodig is kan de cliënt in de instelling verblijven. Wel zullen er aanpassingen moeten worden gemaakt ten aanzien van de bezoek- en verlofregeling. Neem verder alle maatregelen in acht die het RIVM adviseert om verdere besmetting te voorkomen.

11. Wij bieden dagbesteding aan op een locatie, moeten wij deze stilleggen?

De VGN heeft een aantal afweegpunten opgesteld aan de hand waarvan u kunt besluiten of uw dagbestedingslocatie gesloten dient te worden. Het hangt af van het aantal cliënten die:

  • gezondheidsklachten hebben en daarom thuis moeten blijven;
  • een kwetsbare gezondheid hebben (personen met een onderliggend lijden en personen boven de 60 jaar)
  • samenwonen met kwetsbare huisgenoten;
  • middels het openbaar vervoer moeten reizen naar de locatie.

Daarnaast is van belang dat op de dagbestedingslocatie alle hygiënemaatregelen van het RIVM nageleefd kunnen worden. Tot slot moeten cliënten en zorgverleners gedurende de activiteiten altijd 1,5 meter afstand van elkaar kunnen houden.

Zorgaanbieders kunnen hun dagbesteding ook op een andere manier invullen, zoals beeldbellen met cliënten.

12. Is er financiële ondersteuning voor zorgaanbieders mogelijk om zorg op afstand in te richten?

Ja, onder bepaalde voorwaarden kunt u middels de SET-regeling financiële ondersteuning krijgen van de overheid. Zie deze pagina punt 8 voor meer informatie over de SET regeling.

13. Vanwege Corona kunnen wij de letter van de wet niet goed naleven. Hoe gaat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) hier mee om?

In beginsel geldt dat ondanks de huidige corona crisis, alle wet- en regeling van kracht zijn en dat deze nageleefd dienen te worden. Er kunnen zich echter momenteel situaties voordoen waardoor u als zorgverlener van de wet- en regelgeving moet afwijken. De IGJ geeft aan dat afwijkingen alleen gerechtvaardigd zijn als daartoe een noodzaak bestaat en een professionele afweging wordt gemaakt die navolgbaar is en wordt vastgelegd.

 

  • Meld u nu aan voor onze nieuwsbrief!
    Wilt u op de hoogte worden gehouden van de laatste ontwikkelingen en veranderingen op juridisch gebied? Via onze nieuwsbrief krijgt u automatisch de laatste nieuwtjes via de e-mail toegestuurd.
  • Inschrijven nieuwsbrief